Watersnood Vietnam eist veel levens

Grote delen van het midden van Vietnam zijn getroffen door een watersnoodramp die al aan ten minste 357 mensen het leven heeft gekost. Gezien de aanhoudende regenval verwachten de autoriteiten dat het dodental verder zal stijgen.

Het zwaarst getroffen is de provincie Thua Thiên-Hué met 1,05 miljoen inwoners. Van hen zijn de afgelopen dagen meer dan 900.000 op de vlucht geslagen voor het wassende water, zei de Vietnamse vice-premier Pham Gia Khiem gisteravond op de televisie. Een van de eerste zorgen is om mensen weg te halen van plekken die worden bedreigd, aldus de vice-premier.

Volgens hem wordt ook met man en macht gewerkt om de dreiging van hongersnood weg te nemen. De regering heeft gisteren de luchtmacht ingezet om voedseldroppingen uit te voeren. De meeste vluchtelingen hebben al in dagen niet te eten gehad. Over de weg is het vrijwel onmogelijk om de bedreigde gebieden te bereiken. Uit verschillende delen komen ook berichten over het uitbreken van ziektes. Vietnam heeft het buitenland om hulp gevraagd.

Op sommige plekken staat het water meters hoog. Ook de historische hoofdstad Hué, een bekende toeristenplaats, is zwaar getroffen. Volgens waarnemers gaat het om de ernstigste watersnoodramp deze eeuw. Het getroffen gebied strekt zich uit over een afstand van bijna 600 kilometer. De overstromingen volgen op stormen en overvloedige regenval aan Vietnams oostkust. Weersvoorspellers zeiden gisteren dat de regen voorlopig zal aanhouden.

In het zuiden van India, dat afgelopen weekeinde werd geteisterd door een cycloon, zijn reddingswerkers er na dagen in geslaagd om afgelegen gebieden in de deelstaat Orissa te bereiken. Er is voedsel uitgedeeld, maar nog lang niet voldoende op de nood te ledigen, zo zei een medewerker van het Rode Kruis. Overlevenden zijn begonnen met het verbranden van de lichamen van de duizenden slachtoffers teneinde het gevaar van uitbreken van epidemieën zo veel mogelijk in te dammen.

De cycloon en de daarop volgende watersnood hebben een gebied getroffen waarin naar schatting ongeveer 15 miljoen mensen wonen. De helft van hen zou nog steeds geen enkele vorm van hulp hebben gekregen; tweederde van het gebied is nog steeds ontoegankelijk, aldus de Indiase autoriteiten. Volgens de regering zijn de lichamen van 1.361 slachtoffers geborgen, maar de verwachting is dat het werkelijke dodental vele malen hoger zal uitkomen. Vermoedelijk duizenden lijken van mensen en dieren liggen nog bedolven onder het water of onder de modder.

Inmiddels neemt de kritiek op de trage hulpverlening toe. De federale regering heeft omgerekend ruim 230 miljoen gulden uitgetrokken voor bijstand aan de deelstaat Orissa. Maar het dagblad Indian Express schreef gisteren dat plaatselijke bestuurders in de deelstaat weigeren gebruik te maken van die noodhulp, omdat ze die gelden beschouwen als een leningen en niet als giften.(Reuters, AP)