Vragen voor minister Hermans

Volgende week spreekt de Tweede Kamer over de begroting van Onderwijs en Wetenschappen. Hier volgen drie mogelijke vragen aan minister Hermans. Allereerst over de schade die het belastingplan van Zalm en Vermeend gaat aanrichten voor de investeringen in het onderwijs. Nu is het nog zo dat iedereen die geld leent om een dure opleiding te financieren de rente kan aftrekken van het inkomen. Over de hele wereld is fiscale steun aan studenten een doodnormale zaak, om de goede economische reden dat studenten investeren in `human capital', maar nu eenmaal hun toekomstige verdiencapaciteit niet kunnen gebruiken als onderpand voor een studielening. Daarom (maar ook om meer subtiele economische redenen die te maken hebben met risicospreiding en onzekerheid) moet de overheid helpen tegen het gevaar dat studenten te weinig investeren in zichzelf en dat volwassenen niet genoeg willen lenen voor bijvoorbeeld een kostbare MBA-opleiding. Volgens het belastingplan voor de 21ste eeuw vervalt helaas elke mogelijkheid om rente op leningen voor dure studies af te trekken van de inkomstenbelasting.

Nu is het al heel vervelend dat kinderen van welgestelde ouders zelf kunnen beslissen of zij fulltime studeren of er een baantje bijnemen, terwijl kinderen van minder rijke ouders wel gedwongen zijn om naast de studie steeds meer uren per week te werken. De officiële studiefinanciering is immers veel te zuinig om van te kunnen leven. Als de belastingdienst behulpzaam zou zijn door renteaftrek toe te laten voor bankleningen aan studenten, zou tenminste iedere student er voor kunnen kiezen om vier jaar lang fulltime te studeren. Wanneer de Tweede Kamer voor elkaar krijgt dat studenten (en ambitieuze mensen in het bedrijfsleven) steun blijven houden van de belastingdienst, dan blijft ook de optie open om aan universiteiten en hogescholen het collegegeld desgewenst nog verder te verhogen. Nederland moet die mogelijkheid open houden, niet vanwege de extra inkomsten voor de overheid uit hogere collegegelden, maar omdat sommige universiteiten of hogescholen kunnen besluiten dat een hogere prijs behulpzaam is voor een overeenkomstig hogere kwaliteit. Zo werkt het althans op Nyenrode waar ikzelf sinds 1994 les geef na twintig plezierige jaren aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Dit voorjaar hadden zich 120 studenten opgegeven voor mijn colleges. Omdat de studenten voor hun doctoraal-opleiding op Nyenrode meer dan dertigduizend gulden betalen besloot onze decaan dat ik mijn colleges dan maar dubbel moest geven. Een kleinere groep biedt meer kans op discussie dan een heel grote zaal vol studenten. De hogere prijs leidt dus tot druk voor een overeenkomstige kwaliteit.

Misschien gaat het hoger onderwijs in Nederland wel stappen zetten in diezelfde richting, bijvoorbeeld wanneer alle universiteiten de vrijheid krijgen bij het vaststellen van het collegegeld. Besluit men dan in Nijmegen om nog meer te benadrukken hoe sterk daar de combinatie van taalkunde en psychologie is, dan kan de Katholieke Universiteit er voor kiezen om een wat hoger collegegeld te vragen en van de extra inkomsten meer onderzoekers aan te stellen. De ervaring in de Verenigde Staten leert dat universiteiten met succes kunnen concurreren op de dimensie kwaliteit, vooral omdat de universiteit die er in slaagt beter-dan-gemiddelde studenten aan te trekken daarmee nog extra aantrekkelijk wordt. Misschien gaan collegegelden daarom hier en daar verder omhoog en dan zou Nederland spijt krijgen wanneer de belasting geen ruimte liet voor fiscale hulp aan studenten of hun ouders.

Een tweede suggestie voor het Kamerdebat over de begroting van Onderwijs: leraren in het voortgezet onderwijs die ik spreek klagen zonder uitzondering over de ravages die worden aangericht door het nieuwe `studiehuis'. Voor vakken als economie of wiskunde komen docenten nu al tot de verdrietige conclusie dat ze hun proefwerken makkelijker moeten maken dan vorig jaar, omdat ze de leerlingen veel minder les kunnen geven. Misschien zijn er ook docenten te vinden die positiever oordelen over het studiehuis tot nog toe, maar zou de Kamer niet eens en voor altijd een eind moeten maken aan de hubris dat het ministerie van Onderwijs zo'n majeure verandering in het onderwijssysteem op een en dezelfde datum voor het hele land verplicht kan invoeren? Is het niet veel verstandiger om eerst maar eens op bescheiden schaal te experimenteren met nieuwe ideeën, en pas op basis van onafhankelijke evaluatie te besluiten tot landelijke invoering? Eerdere ervaringen met de middenschool en met het forceren van almaar grotere scholengemeenschappen hadden het ministerie bescheiden moeten maken over de mate waarin succes van zulke grote stappen al bij voorbaat valt te garanderen. Niet dus, en misschien gaan we nu met het studiehuis een derde debacle tegemoet.

Nog een zorg voor de onderwijs-specialisten in de Tweede Kamer: NWO - de stichting die belastinggeld toewijst aan wetenschappelijk onderzoek – heeft een scheve schaats gereden. In strijd met objectiviteit en onafhankelijkheid wil NWO sinds kort een specifieke visie opdringen aan al het onderzoek op het gebied van energie. Onderzoekers moeten van te voren instemmen met zes pagina's instructie over het politieke kader waar hun research in moet passen. Zo moet energie-onderzoek voortaan verplicht bijdragen tot een gelijke en rechtvaardige verdeling van welvaart en grondstoffen over de hele wereld. Ook bevat de instructie van NWO gedetailleerde ideeën over het tempo waarin grondstoffen mogen worden uitgeput.

Allemaal heel sympathiek, maar stel nu eens voor dat NWO aan onderzoekers op het terrein van inflatie de instructie geeft dat hun research moet aantonen waarom een lage inflatie zoveel beter is dan een inflatie zoals in de jaren zeventig. Of dat NWO eist dat geld voor onderzoek naar wisselkoersen alleen beschikbaar komt als de aanvrager accepteert dat de euro een voortreffelijk idee is. Dan hadden misschien dezelfde mensen die zich nu wel comfortabel voelen bij de richtlijnen voor het energie-onderzoek toch met recht volgehouden dat we bij wetenschappelijk onderzoek uitsluitend de thema's van te voren specificeren maar nooit de conclusie. Nederlands meest prestigieuze energie-econoom Peter Odell, emeritus hoogleraar aan de Erasmus Universiteit en beroemd vanwege zijn scherpe energieprijs-voorspellingen, heeft al in krachtige termen geprotesteerd bij NWO: ,,all economic and social science research should be open-ended''. Prof. Odell schrijft dat het ongepast is om research al van te voren in een politiek kader te plaatsen. Hij heeft natuurlijk helemaal gelijk en ik hoop dat de Kamer zich bij zijn protest zal aansluiten.

    • Eduard J. Bomhoff