Visserslatijn

Het artikel van Harry van Wijnen over de Lockheedzaak `Visserslatijn uit de jaren `70' (NRC Handelsblad, 2 november) vraagt om enig commentaar.

Van Wijnen noemt het feit dat ik destijds als minister van Defensie door Den Uyl niet werd opgenomen in het ministeriële crisisteam ,,een uitsluiting die op staatsrechtelijke gronden onhoudbaar was''. De samenstelling van dat team had echter niets staatsrechtelijks, maar was, gelet op zijn samenstelling een politiek evenwichtig besluit. Dat ik door Den Uyl werd aangewezen om prins Bernhard het regeringsstandpunt (ik neem aan dat Van Wijnen hier doelt op het verzoek om geen uniform meer te dragen) aan te zeggen was niet ,,lichtelijk sadistisch'', maar vloeide voort uit de rechtstreekse ministeriële verantwoordelijkheid van de minister van Defensie voor een functionaris van de krijgsmacht (de inspecteur-generaal) en daarbij was van een aanwijzing door de minister-president uiteraard geen sprake. Ik heb mij geenszins onder protest van die taak gekweten. In werkelijkheid was het z.g. `uniform-verbod' een besluit van de ministerraad, dat op mijn voorstel werd genomen.

    • Oud-Minister van Defensie
    • H. Vredeling