Verkeersveiligheid 2

In het artikel `De verleidelijke jacht op het boetegeld', verdedigt landelijk officier verkeershandhaving Spee zijn beleid, dat bestaat uit het opleggen van steeds meer boetes, door erop te wijzen dat de maatschappelijke kosten van verkeersongevallen jaarlijks 11 miljard gulden bedragen en dat we aan verkeersslachtoffers net zoveel uitgeven als aan de AOW. Dit laatste verbaasde mij zeer omdat ik heel veel mensen ken die een AOW-uitkering ontvangen, maar nauwelijks iemand die door een verkeersongeval blijvend ernstig gehandicapt is. De uitgaven aan de AOW bedroegen volgens het CBS in 1997 ruim 38 miljard gulden.

In het artikel `Letselschade jaarlijks 2,2 miljard' dat in dezelfde editie te lezen was, wordt vermeld dat er jaarlijks 410 miljoen gulden nodig is om de verkeersslachtoffers te behandelen waarvan 270 miljoen voor de medische zorg van fietsers. De officier geeft hier dus een onjuiste voorstelling van zaken. Hierbij kan opgemerkt dat Justitie vrijwel niets doet om het verkeersgedrag van de fietsers te verbeteren.

Er kan geen bezwaar tegen bestaan dat de overheid hard optreedt tegen de verkeersdeelnemers die door een roekeloos rijgedrag anderen en zichzelf in gevaar brengen. Europees gezien scoort Nederland al vele jaren goed op het gebied van de verkeersveiligheid. De relatie tussen de stijging aan boete-ontvangsten (van 200 miljoen gulden in 1994 tot 600 miljoen in 1999) en de winst aan verkeersveiligheid is nu volkomen zoek.

Een samenleving, die deze naam waard is, zal alleen maar mogelijk zijn als wordt uitgegaan van de goede trouw van de burgers. Dit uitgangspunt zou ook voor de verkeersdeelnemers moeten gelden. De in het verleden toegepaste procedure met de politie-Porsches, waarbij niet direct verbaliserend werd opgetreden, was daarom zo gek nog niet.

    • P.W. Crul