Tournure

Zoals de ene mens teleurgesteld kan raken in de andere, zo ook kan een huis vervreemden van zijn bewoners. Het is ons overkomen met `Les Babots'. Zeker, het gebeurde niet op één dag; het was een proces van jaren. Een slepend proces, dat zich voltrok met de wrede zekerheid van het onvermijdelijke. Het was het huis dat ons niet meer mocht, of omgekeerd? Het huis begon ons de keerzijde van zijn charmes een voor een te tonen. En toch, toen we ooit de eerste stap hadden gezet op de grond van `Les Babots' was het liefde geweest op het eerste gezicht. Maar toen was het dan ook zomer. Het boerderijtje zelf hulde zich kuis in een waaier van rozen die wild opbloeiden vanuit de plek waar toen nog het moestuintje had gelegen. Simone liep de benedenwei in, waar het gras hoog stond, terwijl ik me terugtrok op het terrasje in de tuin. Allebei verkeerden we in de vervoering van deze kennismaking. Het huisje bleef de ogen neerslaan toen Simone terugkeerde van haar eerste verkenning. Zij had in de boerenwei, tussen het hoge gras een woeste weelde aangetroffen van veldbloemen en kruiden, waar ze de namen van mee terug nam: duizendblad, wilde tijm, wilde salie, boerenwormkruid... een kleurengamma vanaf helderwit, via roze naar het knalrood van de klaprozen.

Wat vooral aansprak was het duizendguldenkruid; wat ingekeerder leek mij het blauw van de blauwe knoop. In de roes van deze geur en kleur werd het interieur van het oude boerderijtje niet meer al te hard gevallen. Zeker, het was klein, maar vooral schilderachtig. Kortom, liefde maakt blind.

We hebben het geweten. Het huisje sloot eerst nog vrede met ons, maar in de loop der jaren kreeg het blijkbaar zijn bedenkingen. De natuurstenen muren van zeventig centimeter dik waren begonnen ons te beschermen tegen de stekende zomerzon; vervolgens tegen de schrale wind in de herfst en het voorjaar. De winter bracht niet alleen buiten verkoeling, maar ook in onze relatie tot het huis. De kleine vensters lieten weinig licht toe en het stoken van twee houtkachels verloor ook weldra zijn bekoring. De muren zogen het grondwater op en stonden het weer af. Niet echter alleen aan de buitenzijde, maar ook aan ons interieur! Ik hoorde mijn boeken kermen. En wat één winter niet lukte, daarin slaagde de loop der jaren: we keken elkaar aan en er werd een vonnis geveld.

Er zou een ander huis worden gezocht, in Frankrijk en in een mooie streek. Het eerste bleek moeilijker dan het laatste. Want Frankrijk biedt wat aanlokkelijke streken betreft een zo ruime keuze dat men het l'embarras du choix kan noemen, de verwarring van een overvloed aan keuzemogelijkheden. Na veel wikken, wegen en het raadplegen van duizend-en-een catalogi, kozen we uit de bonte ruiker van mogelijkheden een streek uit die we eerst zouden verkennen alvorens de keuze definitief te maken. We maakten een dagreis en verbleven een week in het streeknatuurpark de Morvan, een beschermd landschap in het hart van Bourgondië, een streek waarvan alleen de naam al borg staat voor een rijke geschiedenis, uitgelezen wijnen en een verleidelijke keuken. Ons verblijf nam elke twijfel weg. Hier zouden we gaan wonen.

Het huis te vinden was de volgende opdracht, nadat `Les Babots' ons nog eenmaal ten dienste was geweest en zijn charmes aan een nieuwe eigenaar had meegedeeld. Drie maal brachten wij een week door in onze nieuwe landstreek om te zoeken naar het andere huis dat de droom van het oude tot werkelijkheid zou maken. Onze wensen waren – we wisten het – even pretentieus als, soms, tegenstrijdig. Maar zonder geluk vaart niemand wel en tenslotte stond de makelaar op die ons zei: ,,Ik geloof dat ik heb wat u zoekt.''

Net op tijd, want we begonnen te twijfelen na het afmattend défilé van panden, in alle stadia van grandeur en verval, dat aan ons was voorbijgegaan. En zo viel het besluit en waagden we de stap om voorgoed over te gaan van de landstreek `Perigord', tussen Parijs en Bordeaux, naar de landstreek `Bourgondië', tussen Parijs en Lyon. Van het departement Dordogne naar het departement Saône-et-Loire. Van het gehucht `Les Babots' in Thenon, naar het gehucht `Vismogey' in Cussy-en-Morvan.

Wat de omgeving betreft levert de overgang weinig contrast op. De heuvels lijken wat hoger, maar tonen dezelfde stoffering van dichte naaldbossen. In de dalen kronkelen talrijke snelstromende beekjes; de weiden worden bevolkt door geheel witte runderen, in plaats van de roodbonte uit de Dordogne. Ons dorp tenslotte, Cussy vertoont alle karakteristieken van een kneuterig klein Frans dorpje dat zich braaf drapeert rondom de kerk. Bij de laatste volkstelling bleek deze gemeente 485 inwoners te tellen, waarbij vergeleken onze vorige woonplaats een wereldstad mocht heten. Maar ook Cussy zal, op het moment dat haar uitkomt, hier nog heel wat geheimen prijsgeven.

À bientôt...

    • Gijs van Stijgeren