TEMPO STERVORMING IN MELKWEGSTELSEL IS ZEER GEVARIEERD

Het tempo van stervorming in ons melkwegstelsel is in de afgelopen miljarden jaren beslist niet constant geweest, maar heeft met misschien wel een factor tien gevarieerd. Dat concludeert een internationale groep van astronomen, onder leiding van John Scalo van de universiteit van Texas in Austin, op grond van onderzoek naar de leeftijdsverdeling van sterren in de omgeving van de zon. Hun bevindingen, die binnenkort worden gepubliceerd in de Astrophysical Journal Letters, lijken in tegenspraak met de meeste modellen voor de ontwikkeling van sterrenstelsels als het onze, waarin het tempo van stervorming juist als een vrij gelijkmatig verlopend proces wordt beschouwd.

Scalo en zijn collega's bestudeerden de spectra van 552 naburige sterren en leidden uit onder andere de concentratie van bepaalde elementen in hun atmosfeer de leeftijden van die sterren af. Hoewel de sterren zich nu in de omgeving van de zon bevinden, liggen de gebieden waarin ze zijn ontstaan op grote afstanden daarvandaan. Sterren beschrijven ieder hun eigen baan rond het centrum van het melkwegstelsel en bevinden zich daardoor slechts tijdelijk in de buurt van andere sterren. De 552 naburige sterren zouden daarom als representatief voor de gehele bevolking van het melkwegstelsel mogen worden beschouwd.

De astronomen hebben ontdekt dat het tempo van stervorming in het melkwegstelsel in de afgelopen 15 miljard jaar op tijdschalen van 0,2 tot 1 miljard jaar met een factor van minstens drie heeft gefluctueerd. Waarschijnlijk gaat het zelfs om nog snellere fluctuaties van een factor tien, omdat de onzekerheden in de leeftijdsbepalingen een `versmerend' effect op de fluctuaties zouden hebben. De astronomen schatten de kans dat de fluctuaties het gevolg zijn van het geringe aantal bestudeerde sterren – ten opzichte van de vele miljarden die het melkwegstelsel telt – op kleiner dan twee procent.

Tijdelijke fluctuaties in het tempo van stervorming waren al bekend bij enkele andere soorten sterrenstelsels, zoals dwergstelsels en stelsels die onderling in botsing zijn, maar werden niet verwacht in grote, bezadigde spiraalstelsels als het onze. Scalo en zijn collega's suggereren dat de fluctuaties samenhangen met het feit dat het melkwegstelsel in het verleden af en toe een kleine begeleider heeft opgeslokt of werd `opgepord' tijdens een nauwe passage van de Magelhaense Wolken: de twee grootste begeleiders van het melkwegstelsel.

Overigens worden in Nature van deze week andere aanwijzingen voor dit al lang vermoede opslokproces gepresenteerd. Astronomen van onder andere de Sterrewacht Leiden laten zien dat de beweging van een deel van de sterren in de halo rond ons melkwegstelsel suggereert dat zij de overblijfselen zijn van een satellietstelsel dat door het melkwegstelsel is opgeslokt. En astronomen van onder andere de Yonsei-universiteit in Seoul (Zuid-Korea) maken aannemelijk dat ook de grootste bolvormige sterrenhoop in het melkwegstelsel, Omega Centauri, het overblijfsel van zo'n opgeslokt satellietstelsel is.

    • George Beekman