Rome vs. Byzantium

In `Rome vs. Byzantium' (Z 30 oktober) herontdekt Peter Michielsen de `echte' en `oude' grens tussen Oost en West, tussen Ons en Hen, in de rafelige maar duidelijke lijn die vanaf het begin van dit millennium de Romeinse en Byzantijnse invloedsferen van elkaar onderscheidde. De Bosporus, van oudsher de scheidslijn tussen Europa en Azië, had immers de willekeur van een waterpartij die het sinistere Oosten van Verre, naar Midden, naar ongemakkelijk Nabij leek te doen stromen.

Michielsens oprakelen van een vermeend authentieke en oorspronkelijke scheidslijn tussen Oost en West, heeft niet alleen als voordeel dat die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Hij trekt de grens ook nog eens aanmerkelijk dichter bij huis, zodat niet alleen de Balkan en Turkije, maar ook Griekenland nu eens en voor altijd buiten de boot vallen. Maar het belangrijkste voordeel moet toch wel zijn dat het Westen zo tot het enige voertuig van beschaving en geschiedenis wordt. Het onderscheid van Michielsen is niet zozeer dat tussen twee beschavingen, maar tussen beschaving en niet-beschaving.

Een kolossale gemeenplaats. Met het Orthodoxe Oosten als doodse tegenhanger (`verstild', `vastgevroren', `onveranderlijk') komt het Roomse Westen maar al te gemakkelijk over als de dynamische en progressieve kracht die de wereld Renaissance, Reformatie en Verlichting bracht (vergezeld van slavernij, kolonialisme en genocide). Laten we wel wezen: die denktrant is maar weinig weinig verwijderd van Hiltermanniaans geraaskal waarin `Oosterse beschaving' een contradictio in terminis, `Westerse beschaving' een pleonasme is.

Nogal wat feiten blijven in dit schema buiten beschouwing: de Oosterse bibliotheken en schriftgeleerden die de `Westerse' beschaving van haar fundamenten voorzag; Byzantium als Westers brandpunt; de Sovjet-Unie als uitvoering van verlicht, utopisch rationalisme; het moderne Turkije dat de scheiding tussen kerk en staat strenger neemt dan menige Westeuropese democratie. Ga maar door. Bijna niets past.

En dat komt doordat het Oosten om te beginnen al helemaal niet in het Oosten ligt: in een soort imaginaire geografie ligt het precies in het midden van het Westen. Wat is het `Oosten' meer dan een Westerse projectie van onze eigendunk en zelf-besef? Het gaat dus niet om het herijken van grenzen, maar om het tot uitdrukking laten komen van de rauwe en tintelende ambivalentie die West en Oost verbindt en ontbindt. Of om sferen die nooit één, maar ook nooit twee kunnen worden.

    • Murat Aydemir