Rendement privé-belegger ondermaats

Het rendement van particuliere beleggers die weinig handelen, blijft achter bij het gemiddelde van de aandelenmarkt. Dat komt door hun goeddeels irrationele beleggingsgedrag.

Dit blijkt uit een studie van de econoom I. Stofmeel, die daarvoor ruim een kwart miljoen aandelentransacties door ongeveer 30.000 beleggers in 1996 en vooral 1997 tegen het licht heeft gehouden. ,,Een te groot vertrouwen in hun vermogen om de informatie uit de markt te interpreteren'', geeft Stofmeel als verklaring voor het irrationele beleggingsgedrag van veel particulieren. Zij is op haar onderzoek De beleggingsstrategie van particuliere beleggers onlangs afgestudeerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Hoewel particuliere beleggers inmiddels verantwoordelijk zijn voor 80 procent van de aandelentransacties, is over hun beleggingsgedrag in Nederland heel weinig bekend. ,,In de Verenigde Staten hebben particulieren al veel langer aandelen en zijn er ook onderzoeken gedaan naar de manier waarop de belegger beslissingen neemt'', zegt Stofmeel. De neoklassieke economie veronderstelt dat beleggers altijd zullen kiezen voor de belegging met het hoogste nut, maar in de praktijk blijkt dit niet altijd het geval. Amerikaanse psychologen hebben zelfs een wetenschappelijke theorie ontwikkeld – behavioral finance – als verklaring voor irrationeel beleggingsgedrag.

Stofmeel heeft deze behavioral finance-theorie gelegd langs de honderdduizenden gegevens over transacties die beleggers zonder extern advies hebben gedaan bij de beursorderlijnen van de banken Labouchère (in 1996 en 1997) en Rabo (alleen 1997). Bij de Rabo zit de conservatievere, minder actieve belegger, bij Labouchère de actieve belegger die real time de koersen volgt en zich goed informeert. Beide soorten beleggers logenstraffen de Amerikaanse theorie, dat aandelen die na aankoop dalen langer worden vastgehouden dan stijgers uit schaamte bij de belegger om verlies te nemen. De Nederlandse belegger houdt winners juist langer vast dan losers en lijkt dan ook rationeler dan de Amerikaanse belegger.

Het verschil tussen de soorten beleggers komt wel aan het licht bij de over confidence, waarover de Amerikaanse onderzoeker Odeon heeft geschreven. Zoals automobilisten – blijkt uit Zweeds onderzoek – hun rijvaardigheid overschatten, zo overschatten beleggers hun vermogen de marktinformatie te beoordelen. Dat geldt vooral voor de minder actieve beleggers, die soms te impulsief reageren. Meer ervaren beleggers lijken rationeler en hun resultaten doen dan ook niet onder voor het marktgemiddelde.

    • Karel Berkhout