Net als in de film...

TE LAAT, TE LAAT, alles zat tegen, alles liep mis, maar daar is eindelijk het gebouw, en goddank de ingang! Boem – grote dubbele glazen deuren, dicht, geen bel, niets. Alleen zo'n magneetstripper ernaast. Binnen, nauwelijks zichtbaar door het afwijzend donker getinte glas, schemert een dijk van een portiersloge, onbemand. Andere ingang zoeken, helemaal om het gebouw heen. Opnieuw grote glazen deuren, snel naar binnen, daarachter draaideuren! Komt iemand uit, dus ik erin. Boem! Klemvast. Draaideur is geen ingang, alleen uitgang. Terugwringen, rondzoeken. Waar is het gat? Dat blijkt helemaal links te zitten, uit het zicht. En achter dat gat, nog onmogelijker te zien, een portiersloge mét juffrouw! ``Dag juffrouw, ik heb een afspraak op kamer CZ-23-04, maar kunt u niet een bordje neerzetten op die draaideuren?''

Het bordje blijkt weg. Ooit gevallen, gestolen, Joost mag het weten, maar de juffrouw is er al helemaal aan gewend. Wat bleef waren de onpersoonlijke pantserglazen wallen en automatische onverbiddelijke wachters, een moderne kruising van het spookhuis en het spiegelpaleis op de kermis met de goedmoedigheid van de Berlijnse muur. Kortom, een vijandige omgeving. Eenmaal boven blijkt dat maar liefst drie van de zeven aanwezigen de hang naar veiligheid van de instelling waar we uitgenodigd zijn op dezelfde manier met builen en blutsen hebben moeten bekopen – en die andere twee waren niet te laat.

Het begon rond 1980. Ooit stormden toen vijf Hell's Angels de burelen van Panorama op, boos over een hun onwelgevallig artikel in dat blad. Ze bonkten en scholden wat rond, en vertrokken weer. Maar al snel heette het al dat er met bijlen gezwaaid was en dat er mensen over hun bureau getrokken waren. Het antwoord van de uitgeverij was: poortjes, hekken en pasjes, overal. En had die uitgever nog een beetje een reden, bijna alle bedrijven en instellingen deden het hem in die jaren zonder veel nadenken na. Twintig jaar later staat heel Nederland vol met alarminstallaties, pantserglas, poorten en paslezers.

En nog is het niet genoeg. Identificatie, toegangscontrole en registratie van eigenschappen en bewegingen zijn de withete topics van deze tijd. Na de poortjes kwamen de pincodes, nu volgen de smartcards. Maar het echte Walhalla van de angst heet biometrie: identificatie en controle aan de hand van unieke lichamelijke eigenschappen als vingerafdrukken, stem, netvliespatronen, gelaatstrekken en DNA-profielen.

Kort geleden schreef minister Dijkstal in `de Volkskrant' over de nieuwe vrijheden die welvaart en wetenschap ons gebracht hadden. We worden minder beperkt door ziekte, we reizen vlotter en verder dan ooit, en zo voort. Mobiliteit en gezondheid zijn, ouderdomsproblemen daargelaten, voor het eerst niet schaars meer. Met die overvloed gaan we, zei Dijkstal, maar slecht om. We moesten ons verantwoordelijker opstellen. Daar zit wat in. Maar wat Dijkstal niet zag, is dat nu ook informatie over en controle op mensen niet schaars meer is, en dat we ook daar nog mee omgaan alsof er schaarste is: hoe meer, hoe beter is onverminderd het parool.

Dus wil men voor junkies smartcards met biometrie in de verslavingszorg. Dus moet straks de pincode wijken voor biometrische controle, want, zoals het blad `Computable' het uitdrukte ``je kan natuurlijk nooit je vingerafdruk thuis vergeten''. Wat je wel kunt vergeten is je individuele bewegingsvrijheid, want we maken van het Europa Zonder Grenzen zo een oneindig fijnmazig web van elektronische roadblocks en checkpoints waar de oude KGB slechts van kon dromen.

Heeft het allemaal zin? Vraagt iemand zich dat wel eens af? Of is de simpele idee dat meer beveiliging ook meer veiligheid, meer controle ook minder risico betekent, voldoende? Je zou het haast wel zeggen. In de meeste van die als Fort Knox beveiligde gebouwen valt voor een serieuze boef nauwelijks iets te halen. Hooguit hou je er eens per tien jaar een gek, en elke dag een zwerver mee buiten. Maar dat gaat even goed met een gewone portier in een kleinschaliger gebouw, waar men elkaar nog een beetje kent. En drugshulpverleners hebben alleen iets aan biometrie als ze hun klanten niet kennen. Maar dan is techniek weer een excuus voor domme organisatie. Wat zou een junk zich immers aantrekken van een steeds wisselende anonieme hulpverlener? Zo iemand is voor hem alleen maar een loket.

Al die maatregelen hebben één zekerheid gemeen: ze ondermijnen je individuele identiteit, de menselijke waardigheid. Ze vernietigen ieders privacy en verschralen het sociaal contact. De mens verdwijnt als beoordelaar en gesprekspartner uit steeds meer processen, en daardoor wordt het maatschappelijk verkeer amoreler. Iedereen schopt de cola-automaat, maar bijna niemand behandelt een venter van vlees en bloed zo.

Krijgen we er dan tenminste meer veiligheid voor terug? Niets daarvan. Onpersoonlijke intensieve controle kweekt slechts al dan niet lijdelijk verzet en escalatie. De beveiligingen van gebouwen van twintig jaar terug baarden de ramkraak, en zo zal ook de biometrische identificatie meer geweld oproepen. Alleen zal het nu niet tegen gebouwen gaan, maar tegen mensen. Geen illusieloze tasjesrover zal, als biometrie het gebruik van gestolen bank- en creditkaarten onmogelijk maakt, besluiten om maar een eerlijk vak te gaan leren. Welnee, als hij uw vingerafdruk bij de flappentap nodig heeft, dan gaat u gewoon op de mespunt mee. Of desnoods alleen uw vinger.

``Fout!'' hoor je De Bank nu roepen, want die heeft daarop alvast de alarmvinger bedacht. U spreekt met de bank een vinger af als pincode, en een andere voor als u onder dwang geld moet tappen. De tap doet in zo'n geval gewoon zijn werk, maar doet ook een stil alarm afgaan. Reuze idee – voor de bank dan wel, want alle risico's worden er opnieuw mee bij de klant gelegd (``Tja, mevrouwtje, had u maar...''). Wie weet trouwens met een mes in zijn rug nog zeker welke nooit gebruikte alarmvinger hij jaren geleden afsprak? (``Tja, u moet toch echt onthouden...'') Tot slot, flappentappen duurt dertig tellen. In die tijd heeft de politie ver weg nog niet eens zijn jas aan. Doe maar niet dus, die biometrie. Het wordt er maar kil en gevaarlijk mee, net als in de film.

    • Rik Smits