Keizer met een verfijnde smaak

De expositieruimte van het Parijse arrondissementshuis, tegenover het Panthéon, vloekt met de werken die er op het moment te zien zijn. De tentoonstelling van een verzameling Romeinse sculpturen is te mooi en te uitzonderlijk voor deze wat te krappe omgeving. De ongeveer honderd werken zijn afkomstig uit de Villa Hadriana, een van de indrukwekkendste architectonische complexen uit de oudheid. Ze zijn in de loop der tijd over verschillende collecties verspreid geraakt en nu voor het eerst in eeuwen weer herenigd. Daarbij valt vooral de aanwezigheid op van een groep sculpturen die nu wordt bewaard in het Capitool in Rome. Bij wijze van hoge uitzondering zijn ze – voor de duur van de restauratie van dat museum – uitgeleend.

De villa, gebouwd in opdracht van de Romeinse keizer Hadrianus (117-138 na Chr.), ligt aan de voet van de heuvels van Tivoli, even buiten Rome. Meer nog dan een geriefelijk en representatief buitenhuis, is de villa een afspiegeling van Hadrianus' veelzijdige belangstelling. De zeer ontwikkelde keizer bekwaamde zich onder meer in de filosofie, de dichtkunst en de architectuur. De reeks bouwsels waaruit de villa bestaat, is dan ook wel geïnterpreteerd als neerslag van de bouwlust van de keizer zelf: mogelijk heeft hijzelf de ontwerpen geleverd voor de soms merkwaardige en experimentele bouwwerken.

Ondanks haar vervallen staat wekt de villa een zo suggestieve en coherente indruk dat je haast zou vergeten dat het complex oorspronkelijk rijk gedecoreerd was met beeldhouwkunst, schilderingen en mozaïeken. Wie er ooit heeft rondgeslenterd, vindt in Parijs dan ook verrast terug wat hij ter plekke nauwelijks miste.

Neem het zogenaamde Canopum – de naam verwijst naar een stad in Egypte die door middel van een kanaal aan Alexandrië was verbonden. Met zijn langgerekte waterpartij, omringd door een luchtige zuilengalerij, is het al charmant genoeg. Maar de tentoonstelling laat zien hoe sculpturen de verwijzing naar Egyptische campagnes van de keizer completeerden. Een marmeren krokodil die er in 1955 werd opgegraven, staaft niet alleen een brede zoölogische belangstelling, maar ook Hadrianus' fascinatie voor de religie van de oude Egyptenaren, die in het dier de incarnatie van een van hun goden zagen. En een liggende riviergod die, voorzien van de figuren van Romulus en Remus, weliswaar de Tiber voorstelt, is gemodelleerd naar Egyptische personificaties van de Nijl.

Meer nog was Hadrianus geïnteresseerd in de cultuur van de Grieken. Portretten tonen hem met een volle baard, zoals de Griekse filosofen die droegen. Kopieën naar beroemde Griekse sculpturen waren ook ruimschoots voorhanden in de villa. Een ervan is een kariatide (een zuil in de vorm van een vrouwenfiguur), gemodelleerd naar vergelijkbare beelden op de Akropolis in Athene. Het is een uitzonderlijk voorbeeld van een antiek beeld waarvan zowel de kopie als het origineel bewaard is gebleven – de kopie, die in tegenstelling tot het origineel, intact is gebleven, geeft een idee hoe de Atheense kariatide er oorspronkelijk heeft uitgezien.

Andere beelden uit de keizerlijke collecties illustreren vooral de verfijnde smaak van Hadrianus. Een dronken faun van kostbaar rood marmer steelt de show. De goeddeels naakte metgezel van de wijngod Bacchus heft met zijn rechterhand een druiventros en lijkt met zijn voet mee te tikken op de maat van onhoorbare muziek. De ongebreidelde levenslust die hij uitstraalt, contrasteert met de verheven ernst van beelden van filosofen en goden. En natuurlijk van Antinoüs, de beeldschone knaap die de lieveling van de keizer was en die na zijn vroege dood vergoddelijkt werd. Hadrianus bezat een groot aantal portretten van de jongeling: in marmer en in brons, en buste en ten voeten uit, naakt zonder attributen of in de gedaante van de Egyptische god Osiris.

De veelzijdige Hadrianus en zijn schitterende villa hebben, vanaf de herontdekking in de renaissance, altijd zeer tot de verbeelding gesproken. Daarvan geeft het tweede deel van de tentoonstelling een mooi beeld. Er zijn achttiende- en negentiende-eeuwse tekeningen te zien van de ruïnes, maar ook reconstructies van de oorspronkelijk staat, en beelden, cameeën en mozaïeken die naar originelen uit Hadrianus' collectie zijn gekopieerd. Deze sectie eindigt als vanzelfsprekend bij Margherite Yourcenar, die de naam van de keizer door haar roman Mémoires d'Hadrien (1951) een in Franse oren vertrouwde klank gaf. Maar de beelden uit zijn villa staan er in Parijs wel erg verweesd bij. In maart volgend jaar komt alles samen als deze expositie, maar dan weer zonder de belangrijke bruiklenen uit de Capitolijnse musea, te zien zal zijn waar ze eigenlijk thuishoort: in Tivoli, in de Villa Hadriana.

Tentoonstelling: Hadrien; trésors d'une ville impériale. Mairie du Ve arrondissement (21, Place du Panthéon, Parijs). T/m 19/12, dag. 11-17u45, zo. 11-18u45 uur. Catalogus 376 blz., FF 300. Inl.: 060 300 14 40.

    • Bram de Klerck