In naam van de dieren

Het huis dateert uit 1924, een wat boerse variant op de Amsterdamse School en dat was precies goed want het verrees in het groengebied op de grens van Amsterdam-Noord en Landsmeer. Het werd gebouwd als doktershuis met praktijk en apotheek en toen in 1968 de arts Hans Reijnders het overnam van zijn voorganger kwaakten er kikkers en graasden er koeien in de weilanden achter de tuin. ,,Als ik soms in mijn witte jas even naar buiten liep om een luchtje te scheppen, kwamen ze wel eens achter me aan omdat ze dachten dat ik de veeboer was'', zegt Reijnders.

Maar de tijden veranderden. De ringweg om Amsterdam werd aangelegd en die bleek op luttele meters afstand bovenlangs het huis te lopen, wel met een geluidsscherm maar weg horizon. Aan de andere kant van het huis koos de gemeente Landsmeer in 1993 uit voor de verplaatsing van de industrieën die het hart van het dorp begonnen te verstoppen. Voor de bedrijven was het nieuwe terrein ideaal, omdat de toevoerweg recht aansloot op de afslag van de ringweg. Die weg komt nu pal langs het huis en de tuin van Hans Reijnders. Een karaktervol huis met een romantische tuin, ooit omgeven door slootjes en paardebloemen, zit nu knel tussen een snelweg en een vrachtwagenparcours.

Reijnders heeft het niet tegen kunnen houden, al hebben hij en zijn buren vijf jaar lang tot aan de Raad van State toe geprotesteerd tegen de wijziging van het bestemmingsplan. Hij heeft nog geluk gehad trouwens, want oorspronkelijk wilde de gemeente het huis afbreken om een rotonde te maken.

Een industrieterrein in plaats van koeien, kikkers en fazanten – zo gaan die dingen. Maar wat Hans Reijnders en zijn vrouw Tineke daarna hebben gedaan, maakt hun verhaal uniek.

Ze kwamen met de gemeente overeen om voor gedeelde kosten een muur te bouwen tussen het huis en de nieuwe weg voor privacy en tegen geluidshinder. En dat bracht het echtpaar Reijnders op een indrukwekkend idee. Ze besloten in de muur stenen plaquettes te laten metselen ter nagedachtenis aan de dieren die voor de bedrijven letterlijk het veld hadden moeten ruimen en met wie zij en hun kinderen zich in dertig jaren door allerlei avonturen verbonden hadden gevoeld. Plaquettes aan de buitenkant van de muur, wel te verstaan, zodat het rurale offer goed in het oog blijft lopen.

Tineke Reijnders, als kunstcritica en -promotor thuis in artistieke kring, maakte van het plan een project waarin ze ontwerpers, dichters en ambachtslieden bijeenbracht om muur en plaquettes uit te voeren en daarnaast een sympathiek boekje te doen verschijnen dat over elk der gememoreerde diersoorten een Reijnders-belevenis vertelt: de ooievaar die achter in de tuin verscheen, de dode hermelijn die een beeldhouwer inspireerde.

Op een milde zondagmiddag eind okober verzamelden zich onder de enorme kastanjeboom in de omklemde tuin een gezelschap vrienden, kunstenaars, dorpsgenoten, handwerkslieden en andere betrokkenen voor de onthulling van de tien plaquettes. Maar eerst lieten dichters en amuseurs hun strofen, puntdichten en haiku's over dieren klinken (ik zei ,,hai koe'' en toen ik wegliep hoorde ik ,,boe-ie'') en ontving de burgemeester van het forenzen- en kippenhoudersdorp het eerste exemplaar van het boekje Egel.

Toen klonk het commando: `in naam van de dieren!' en tien uitverkorenen rukten in één collectief gebaar de afplaksels van de plaquettes weg. De bakstenen muur, zo elegant van gestalte ontworpen en gemetseld door aannemer Jaap Hartog, zoon van Simon die in 1924 het huis bouwde, was op slag een monument geworden. Grijze travertin-rechthoeken droegen de namen: haas, kikker, koe, hermelijn, bunzing, ooievaar, fazant, egel. Meester-steenhouwer Kees Verbeek had ze weergaloos mooi uitgebeiteld in de Gil Sans, onderkast, waarin de lichtval het oog steels bedroog: de bas-reliëfs leken opliggende letters.

In de laatste twee plaquettes groeit het memento uit tot een waarlijk `statement': weg, 1999.

    • Frans van Lier