`Het communisme is massamoord'

Ooit wilde Wolf Biermann communist worden en trok hij voor de realisatie van de wereldrevolutie naar Berlijn. Nu betreurt hij dat er een oud-communist in zijn huis woont.

Heel even heeft Wolf Biermann – de Duitse dichter en protestzanger met de onafscheidelijke gitaar – de Berlijnse Muur nog verdedigd. Die Mauer steht, Wind drüber weht, rijmde de jonge bolsjewist in die dagen.

Omdat zijn moeder wilde dat hij communist werd, was Biermann als 16-jarige van Hamburg naar Berlijn getrokken, tegen de stroom vluchtelingen in. De dag dat de Muur werd gebouwd, op 13 augustus 1961, voelden Biermann en zijn kameraden zich als redders van de `eerste boeren- en arbeidersrepubliek op Duits grondgebied'. De hete adem van de wereldrevolutie woei om hun oren. Ze waren bereid tot bestorming van het Winterpaleis. Hoe graag wilden ze de bloedige fouten uit de Stalintijd goedmaken, zodat in het vroegere naziland een echt socialisme kon opbloeien zonder uitbuiting.

Denkt Biermann (62) nu aan de bouw van de Muur, dan lachen zijn ogen. Hij ziet meteen het beeld van 9 november 1989 voor zich, toen het monster van beton en prikkeldraad door de massa omver werd gelopen. Van de Elbe tot de Oeral verdween het communisme. ,,Wat ben ik blij dat deze vervloekte dictatuur is ingestort'', zegt Biermann in zijn woning in Hamburg. Sinds zijn uitwijzing in 1976 is hij teruggekeerd naar zijn geboortestad.

De communistische terreur had de jonge Biermann in de kortste keren veranderd van een idealistische Genosse tot staatsvijand nummer één. Gevangenis, uitwijzing. Biermann mocht geen voet meer op Oost-Duits grondgebied zetten. Onder scherpe bewaking van de staatsveiligheidsdienst (Stasi) werd hij slechts één keer toegelaten om zijn vriend Robert Havemann te begraven. Wel mocht hij naar West-Berlijn, maar als hij daar was voor een optreden, wilde hij er ook weer snel weg, uit agressie tegen de Muur. ,,Je staat niet graag als een idioot voor een muur, terwijl je weet dat achter die muur je beste vrienden zitten en de trouwste vijanden – de partij, de Stasi, de staatsdichters, de mediahonden.''

Vorig jaar keerde Biermann voor het eerst sinds twaalf maanden terug naar Berlijn en schreef uit `ostalgisch' liefdesverdriet en hongerig naar de `nieuwe' stad Paradies auf Erden, een ironische verwijzing naar het einde van de kinderdroom over het communistische paradijs. Het is een verzameling gedichten en liederen over het Berlijn, waar hij ruim twintig jaar met zijn vrienden heeft gewoond.

Als de drie politieke architecten van de Duitse hereniging – oud-kanselier Helmut Kohl, oud-Sovjet-leider Michail Gorbatsjov en de Amerikaanse ex-president George Bush – volgende week op 9 november in Berlijn de val van de Muur herdenken, zal Biermanns naam op veler lippen liggen. Want Biermanns huis in de Chausseestrasse, vlakbij de woning van Bertolt Brecht, was in de jaren zeventig aanlegsteiger van vele Oost-Europese dissidenten en bonte vogels uit het Westen zoals Rudi Dutschke, Herbert Marcuse, Allen Ginsberg en Joan Baez. Ook na zijn uitwijzing bleef Biermann bij de oppositie in de DDR populair door zijn protestsongs. `Wegens jou zat ik twee jaar in de gevangenis', krijgt hij regelmatig te horen als hij in Oost-Berlijn is. ,,Nee, dat is geen verwijt, ze zijn er trots op.''

Tien jaar na de ineenstorting van de Muur, maakt de dichter-zanger een revival mee. Het is hem met zijn nieuwe werk gelukt de sprong te maken naar het verenigde Duitsland, waar nu de partijsecretaris bedrijfsleider is en de Stasi-officier als ondernemer de kost verdient.

Eigenlijk was Biermann een jaar in Berlijn om de Shakespeare-sonnetten te bewerken. ,,Maar mijn voeten liepen naar mijn vroegere woning in de Chausseestrasse'', zegt hij. ,,Als je voeten lopen, moet je mee.'' Als er een `normaal mens' in zijn toenmalige huis zou wonen, had hij er geen woord aan vuil gemaakt. Maar het feit dat een Spitzel (spion) voor de vroegere veiligheidsdienst zijn huis bewoont en nog wel de woordvoerder van de PDS, de opvolger van de communistische partij, zit hem niet lekker.

,,Na het instorten van de Muur hebben zulke lieden gelogen of gezwegen. Maar sinds enige tijd uiten ze zich genoeglijk en zeggen trots: dat is nu eenmaal mijn biografie. Alsof hun activiteiten niemand hebben geschaad.''

Biermann moet er niets van hebben, dat de erfgenamen van de toenmalige `nomenklatoera' nu in het parlement zitten. ,,Uitgerekend deze totalitaire kreupelen zitten in het parlement en houden grote toespraken over democratie en sociale rechtvaardigheid, terwijl de DDR één ding niet was: rechtvaardig. Zodra je je mening uitte werd je in de gevangenis gegooid, waar je het smerigste werk moest verrichten, zodat je er weer ziek uitkwam.''

Dat de PDS nu met ruim 20 procent van de stemmen in de vroegere DDR in de parlementen komt, is voor Biermann net zoveel waard als het feit, dat de rechts-radikale Duitse Volksunie met slogans als Für Deutschland in het oosten successen boekt. De PDS heeft baat bij de frustraties in het oosten, meent Biermann. ,,Om het grof te zeggen: het gaat de Oost-Duitsers materieel te goed'', zegt hij provocerend. Ook voor de val van de Muur hoorden de Oost-Duitsers tot de rijkere mensen in de wereld. Of ze nu in een Trabant rijden of in een Mercedes, dat maakt niets uit, ,,als ze maar worst kunnen eten''.

Maar de mensen in het oosten lijden volgens Biermann aan de typische ziekte, waar alle oostelijke mensen aan lijden: ,,Ze waren onderdanen. Het waren allemaal slaven en slaven leren alles wat een slaaf nodig heeft om te overleven. Ze leren alleen niet voor zichzelf verantwoordelijk te zijn. Dat is het grote probleem van het oosten.''

Materieel mogen de Ossies er door de Wende flink op vooruit zijn gegaan, op dit punt zijn de Oost-Duitsers volgens hem veel slechter af als de Polen, de Tsjechen of Hongaren, die op zichzelf zijn aangewezen. In zoverre is het voordeel van de rijke broer, die de Oost-Duitsers hadden, op de lange termijn een nadeel, meent de dichter-zanger. ,,Daarom lopen er in Oost-Duitsland veel meer mensen rond met een slecht humeur dan in Polen of Tsjechië, terwijl het in deze landen veel, veel slechter gaat. Een werkloze in Leipzig is beter af, dan een werknemer in Praag.''

Hoewel hij de voormalige communistische partij een misdadige organisatie vond, is Biermann niet wraaklustig. ,,Communisten als oud-partijleider Egon Krenz of Erich Mielke, de chef van de Stasi, hoeven niet te worden doodgeslagen of aan lantaarns te worden opgehangen zoals tijdens de Franse Revolutie.'' Zelfs celstraffen zijn volgens Biermann zinloos. ,,Maar ze moeten niet opnieuw de baas zijn of in het parlement beslissingen nemen over wetten waaraan ik me dien te houden.''

Wrang vindt hij het wel dat leden van de vroegere partijtop memoires schrijven en interviews geven, terwijl hun slachtoffers in de voormalige DDR geen carrière konden maken en nu geen baan of uitkering hebben. ,,De weduwe van mijn vriend Havemann, die professor was, krijgt geen pensioen. Maar de officier van de Stasi, die Havemann steeds heeft laten bespioneren door liefst 200 man, krijgt wel een pensioen.'' Is dit sociale rechtvaardigheid?

Sommige kwesties hadden beter opgelost kunnen worden, vindt hij, maar verder geen kwaad woord over de Duitse hereniging.

,,Wie is er niet blij als een tirannie kapot gaat? Momenteel is het in het oosten salonfähig om nostalgie te hebben naar de goede, oude, slechte tijden. Maar over enkele jaren is die situatie anders'', zegt hij vol vertrouwen. Nog altijd wil Biermann zich met zijn gedichten en liederen inzetten voor een betere maatschappij, maar naar een paradijs op aarde streeft hij niet meer. ,,Het communisme is voor mij synoniem aan massamoord, huichelarij en onderdrukking.'' Het woord betekent intussen het cynische tegendeel van wat het voor zijn vader betekende, die havenarbeider was. ,,En in een paradijs wil ik al helemaal niet leven'', zegt de dromer en rebel. Hij zou zich er dood vervelen.

    • Michèle de Waard