GELD MAAKT NIET GELUKKIG

Steeds minder leraren willen werken op de zwarte scholen in de Bijlmermeer. Het stadsdeel wil nu een premie van 300 gulden per maand op het salaris leggen `voor het goede werk'. De leraren in de Bijlmer reageren met een mengeling van scepsis en trots

`Mijn eerste reactie was: leuk, driehonderd gulden op je salaris. Maar dan ga je naar de markt en dan is het weer op. En het werk blijft even zwaar. Laten ze dat geld liever uitgeven aan faciliteiten. Moet je zien hoe het er hier uitziet!'' zegt Sally Elmont, leerkracht op basisschool Onze Wereld. Elmont (43) kwam in 1979 met drie jaar onderwijservaring uit Suriname naar Nederland. Ze werkt nu ruim tien jaar op Onze Wereld, full time.

De afgelopen jaren zijn veel leerkrachten uit het stadsdeel vertrokken naar scholen met minder moeilijke arbeidsomstandigheden. En de slechte naam van de wijk schrikt nieuwkomers af. Om verdere leegloop te voorkomen wil het stadsdeel Amsterdam Zuidoost onderwijzend personeel op zwarte basisscholen driehonderd gulden per maand extra geven. ``Als beloning voor hun goede werk en de erkenning dat het zwaar is'', zegt het stadsdeelbestuur.

Elmont: ``Onderwijs is mijn roeping en ik doe het nog steeds met alle plezier. Maar de laatste tijd ben ik erg gaan twijfelen. Het wordt zwaarder, steeds zwaarder. De problemen in deze wijk hopen zich op. De kinderen nemen dat mee. Je bent niet alleen onderwijzer maar ook maatschappelijk werker. Niet voor één kind maar voor vijftien van de vierentwintig.'' Collega Ton Koenders (48) vult aan: ``Neem Vincent van negen, die moet iedere morgen zijn broertje en zusjes aankleden omdat zijn moeder in bed ligt. Die kinderen hebben dus regelmatig vuile kleren aan want die jongen krijgt dat niet altijd voor elkaar.''

Koenders geeft al vijfentwintig jaar les in de Bijlmer en woont vlak bij school: ``Hier werken en wonen was mijn droom. Maar een paar jaar geleden ben ik ingeklapt. Ik heb geen eigen klas meer, ben een soort vliegende keep, twee dagen hier, een paar dagen elders. Ik wil hier wel blijven werken maar als er niets verandert, dan red ik het niet. De Bijlmer is al jaren één grote dumpplaats voor alle problemen van de wereld. Dat is heel frustrerend. Ik heb al eens een oud-leerling die bij mij inbrak, een schop moeten verkopen. Daar tegenover staat dan iemand als Humberto Tan van Studio Sport, die woonde vroeger bij mij in de flat, ook een oud-leerling van Onze Wereld. Daar trek je je dan aan op.''

zwerfvuil

Basisschool Onze Wereld deelt met een aantal andere scholen een gebouwencomplex in het hart van de Bijlmer. Vlak bij het schoolplein begint een deel van de wijk dat zelden het nieuws haalt: laagbouw met tuinen, volop parkeerruimte, brede fietspaden, veel groen. Even verder de andere kant op is de buurt die voor de buitenwereld het beeld van de Bijlmer bepaalt: galerijflats, zwerfvuil, een slecht verlichte parkeergarage onder de graffiti en groepjes donkere mensen kleumend in de herfstwind. Onze Wereld kan model staan voor veel van de grootstedelijke problemen in de wijk. Vijfentachtig procent van de leerlingen behoort tot de door de overheid gehanteerde categorie der 1.9-kinderen. `Eénpuntnegen-kinderen' hebben één of meer allochtone ouders met een laag opleidingsniveau. In de Bijlmer zijn deze vaak `NTT'er' (Niet Nederlands Talig), werkloos en armlastig. Aan de scholen de taak deze kinderen te ontworstelen aan het niveau van hun ouders. Als het met deze kinderen niet wil in de eerste jaren dat ze op school zitten, dan lukt het doorgaans nooit meer. Ontspoorde éénpuntnegen-pubers en -volwassenen zijn de schrik van de moderne samenleving.

Op papier wordt veel gedaan om de kinderen van de Bijlmer aan een toekomst te helpen. In de praktijk komt volgens Rob Geul (45), schoolhoofd van Onze Wereld en vijfentwintig jaar werkzaam in de Bijlmer, erg veel neer op de schouders van de leerkrachten: ``Tot nog toe had het onderwijs in deze wijk één voordeel: de grote aantallen 1.9-kinderen. Wij hebben 240 leerlingen, maar hebben recht op formatieplaatsen voor vierhonderd kinderen. Nu is er tekort aan leerkrachten. Gevolg: een flink deel van de extra mensen die hier zo nodig zijn, komt niet tot zijn recht. En als dan de werkomstandigheden in orde zijn, dan valt daar wel mee te leven. Maar het is zeker tien jaar geleden dat deze school een verfkwast heeft gezien. Een ander voorbeeld: iedereen verlangt van ons de invoering van computeronderwijs. Alleen in deze wijk kan je een computer niet op je bureau laten staan met al die inbraken. Ik heb zelf een laptop, die sjouw ik 's avonds mee naar huis. Maar ik zou niet weten waar ik lescomputers 's avonds moet opbergen. Regel dat dan goed in zo'n wijk!''

Het voorstel om leerkrachten van twintig `zwarte' scholen een maandelijkse premie van 300 gulden te geven maakt deel uit van een ambitieus `Grote Steden Beleid plan 1999 - 2003' van het stadsdeel Amsterdam Zuidoost. Het stadsdeel acht alleen al dit jaar een totale investering in de wijk nodig van 150 miljoen gulden. De benodigde fondsen voor de premie – jaarlijks 2,5 miljoen gulden – voor de leerkrachtpremie heeft het stadsdeel aangevraagd bij minister Van Boxtel voor het Grote Steden- en Integratiebeleid. Paul Schings beheert sinds juli de portefeuille onderwijs in Zuidoost: ``Ik heb zeker niet de illusie dat een premie alleen de oplossing is voor het tekort aan leerkrachten in het basisonderwijs. En ik besef dat een dergelijk voorstel ingrijpt in het arbeidsvoorwaardenoverleg tussen ministerie en bonden. Dit probleem dient landelijk te worden opgelost, in een totaalpakket van maatregelen. Maar vanuit mijn functie in Zuidoost heb ik de plicht hier aandacht voor te vragen. Gezien de reacties op mijn voorstel heb ik het idee dat salarisdifferentiatie bespreekbaar wordt. Ook de vakbonden zien de verschillen in werkbelasting. Leerkrachten hier moeten echt een stapje meer zetten. Een premie is dan de erkenning dat men goed werk verricht.''

Rob Geul van Onze Wereld kan enigzins meegaan met de deelraad: ``Als gebaar van goede wil, zie ik er wel wat in. En er lijkt een omslag te komen naar salarisdifferentiatie. Maar in deze vorm geef ik het voorstel geen schijn van kans.'' Het plan stuit op veel praktische bezwaren. Zo beoogt de deelraad de premie voor scholen met een nog vast te stellen percentage éénpuntnegen-kinderen. Dit criterium gaat echter op voor een veelvoud aan zwarte scholen in heel Nederland. Deze zullen zich benadeeld voelen, evenals witte scholen in achterstandswijken met veel 1.25-kinderen (autochtonen met een laag opleidingsniveau). Om nog maar niet te spreken van scholen die net buiten de criteria zullen vallen. De lauwe reactie van de centrale gemeente Amsterdam – de voor onderwijs verantwoordelijke wethouder Van der Aa wacht de ontwikkelingen af – spreekt wat dit betreft boekdelen.

Afgezien van de eventuele verwezenlijking van het plan, twijfelen de onderwijzers van Onze Wereld sterk aan het beoogde effect. Ton Koenders: ``Als zo'n premie mensen moet trekken, dan hoef ik ze niet. Die zijn met een jaar weer weg. Je werkt hier nu eenmaal niet voor het geld.'' Rob Geul: ``Als Bijlmer-leerkracht moet je je steeds bewijzen. Zelfs buiten je werk. Op feestjes kreeg ik altijd te horen: Werk je daar nou nog steeds? De vliegramp heeft dat wel veranderd. Toen zag de buitenwereld eindelijk dat dit een bijzondere wijk is. Hoe verschrikkelijk ook, die ramp heeft ons iets van onze trots teruggegeven. Ik heb jaren in Naarden in een schoolbestuur gezeten. Maar ik werk veel liever hier. Het is pittig maar wel aantrekkelijk pittig. En wat is nu zwaar? Een klas met achttien kinderen die nauwelijks Nederlands spreken of een klas in het Gooi met drieëndertig kinderen van hoogopgeleide ouders?''

    • Max de Bruijn