Gehavende kwab

Vroege beschadiging van de voorhoofdskwabben bij mensen lijkt te leiden tot abnormaal moreel en sociaal gedrag, onafhankelijk van andere sociale en lichamelijke factoren die normaliter invloed hebben op de vorming van de menselijke persoonlijkheid. Deze conclusie trekt een team van neurologen van de University van Iowa onder leiding van Antonio Damasio na uitvoerig onderzoek van twee patiënten van in de twintig die allebei hersenbeschadiging opliepen op vroege leeftijd (3 en 15 maanden) (Nature Neuroscience, november 1999).

De conclusies van Damasio sluiten aan bij een onderzoek van Adrian Raine en anderen (`Prefrontal glucose deficits in Murderers lacking psychosocial deprivation' in Neuropsychiatry, Neuropsychology and Behavioral Neurology 1998 vol.11,1 p.1-7) waarbij 40 moordenaars werden onderzocht en bij alle misdadigers zonder sociaal problematische achtergrond beschadiging van de voorhoofdskwabben werd geconstateerd. De patiënten van Damasio zijn overigens géén zware misdadigers. Ze zijn soms wel gewelddadig en bedreigen ook wel andere mensen, maar hun gedrag `benadeelt voornamelijk hun eigen mogelijkheden', zoals Damasio schrijft. Beide patiënten zijn ongevoelig voor de consequenties van hun beslissingen. Ook zijn ze niet in staat om moreel of sociaal te redeneren.

Het gaat om een meisje van 20 (`A') die toen ze vijftien maanden oud was werd overreden door een auto en een jongen van 23 (`B') die aan een hersentumor geopereerd werd toen hij drie maanden oud was. Beiden hadden uitsluitend beschadiging in de zogenoemde prefrontale hersenschors, het voorste deel van de voorhoofdskwab. De schade is niet identiek, maar bij beiden is in ieder geval de zogenoemde orbitofrontale cortex ernstig beschadigd, gelegen vlak boven de ogen.

Beide patiënten groeiden op in stabiele en academische gezinnen waar de ouders veel tijd en middelen besteedden aan hun kinderen. Beiden hebben sociaal goed aangepaste broers en zusters. Zowel A als B scoort normaal op intelligentietesten. Geen van beiden heeft een baan of vrienden. Beiden hebben (vaak nogal knullig georganiseerde) diefstallen gepleegd. A raakte zwanger op haar achttiende, maar heeft gevaarlijk weinig aandacht voor de behoeften van haar kind. Damasio c.s beschrijft B als iemand die, als hij aan zichzelf wordt overgelaten, vrijwel voortdurend in een vervuild huis tv kijkt en naar muziek luistert. Beiden staan onder toezicht van hun ouders en sociale organisaties. Geen van beiden heeft ooit spijt van zijn gedrag of voelt schuld.

Het is voor het eerst dat volwassen mensen die in hun vroege jeugd een goed beschreven beschadiging van hun voorhoofdkwabben opliepen nader onderzocht zijn. Tot nu toe waren vooral gevallen bekend van personen die als volwassenen zo'n beschadiging opliepen, met als bekendste de negentiende-eeuwse spoorwegwerker Phineas Gage die bij een ongeluk een staaf door zijn voorhoofd kreeg geschoten. Van een gedisciplineerde ijverige arbeider werd Gage een sociaal onaangepaste en onverschillige man, die voortdurend plannen maakte maar ze nooit uitvoerde. Van Gage en andere, meer recente patiënten met voorhoofdskwabbeschadiging is bekend dat ze hun verstandelijke vermogens volledig behouden en ook de feitelijke informatie kennen omtrent morele en sociale conventies, ook al houden ze zich er vaak niet aan.

strafvermijding

Pas twee jaar na het auto-ongeluk werd bij A iets vreemds opgemerkt: het toen driejarige meisje bleek weinig gevoelig voor verbale of fysieke bestraffingen. Haar gedrag werd dermate ontwrichtend dat ze vanaf haar veertiende in allerlei klinieken behandeld werd, zonder veel succes. B begon pas op zijn negende duidelijk afwijkend gedrag te vertonen: algeheel motivatiegebrek, amper sociale contacten en plotselinge woede-uitbarstingen. In de testen van Damasio c.s. scoorden A en B op het gebied van moreel redeneren op het niveau van tienjarigen: de zogenaamde preconventionele fase waarbij morele dilemma's voornamelijk worden benaderd uit een egocentrisch standpunt (strafvermijding) zonder aandacht voor het lijden van anderen. In de gemanipuleerde gokspelletjes die Damasio hen liet doen, kozen ze consequent voor responses die een hoog onmiddellijk resultaat opleverden maar een slecht resultaat op lange termijn. Bij `gevaarlijke' antwoorden vertoonde A noch B een verhoogde elektrische huidweerstand, een maat voor lichamelijke en geestelijke alertheid.

De twee patiënten van Damasio lijken sterk op de patiënten die tijdens hun volwassenheid een vergelijkbare hersenbeschadiging hebben opgelopen. Maar de verschillen zijn duidelijk. De `vroege patiënten' vertonen ten eerste veel sterkere gedragsafwijkingen. De `late patiënten' zijn wel impulsief, maar hun gedrag is meestal niet antisociaal te noemen: anderen zijn zelden het slachtoffer. Ten tweede bezitten de `late patiënten' nog altijd het vermogen om op een abstract, feitelijk niveau morele en sociale dilemma's en kwesties te doorgronden. De `vroege patiënten' vertonen dat vermogen niet.

Damasio en de zijnen vermoeden daarom dat de beschadiging van de voorhoofdskwab niet zozeer het `morele redeneervermogen' aantast, als wel een cruciale schakel in het verwerven van morele en sociale kennis. Emotioneel belangrijke sociale en morele kennis wordt bij de `vroege patiënten' niet opgeslagen. Gezien de grote plasticiteit van de menselijke hersenen is het volgens Damasio verbazingwekkend dat zo'n belangrijke functie bij zo'n vroege beschadiging niet door andere hersendelen wordt overgenomen. Als bij een jong kind de volledige linkerhersenhelft wordt weggenomen (meestal wegens levensbedreigende epileptische aanvallen) neemt de (overgebleven) rechterhersenhelft een groot deel van de taalfuncties over die normaal door de linkerhersenhelft worden waargenomen.

    • Hendrik Spiering