Dirigent Masur maakt indruk in Strauss-muziek

Kurt Masur (72) maakt zijn debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest met een programma dat voor een deel een herdenking is van de vijftigste sterfdag van Richard Strauss (1864-1949). Masur is tot 2002 de chef van het New York Philharmonic Orchestra, waarmee hij in juni volgend jaar in het Amsterdamse Concertgebouw optreedt. Vanaf het seizoen 2000-2001 is Masur de chef-dirigent van het London Philharmonic Orchestra, waarmee hij nu bijna een jaar geleden in Tilburg Strauss' symfonisch gedicht Don Quixote uitvoerde.

Masur is een gereputeerd Strauss-interpreet, vooral op basis van zijn 26-jarige dirigentschap bij het Leipziger Gewandhaus Orchester (1970-1996). In Leipzig dirigeerde hij in 1982 de inmiddels legendarische Philips-opname van Strauss' Vier letzte Lieder met Jessye Norman als soliste.

Alleen het programma voor de pauze was met Tod und Verklärung en de Vier letzte Lieder gewijd aan Strauss, daarna klonken de Variaties en fuga over een thema van Mozart (1914) van Max Reger (1873-1916), wiens leven ruim binnen dat van Strauss viel. In de virtuoos gespeelde Variaties zijn zonder veel moeite ook enige eerbewijsjes aan Strauss te beluisteren: in het Quasi presto hoort men iets van Till Eulenspiegel en het slot van het Molto sostenuto ademt de sfeer van Tod und Verklärung.

Even fraai als voor de hand liggend was de programmering van Tod und Verklärung (1888-'89) en de Vier letzte Lieder (1948). Al liggen de composities zestig jaar uiteen, toch lijkt het alsof Strauss met zijn constantheid in thematiek en muzikale verwerking daarvan de tussenliggende tijd heeft stilgezet.

Het instrumentale slot van Im Abendrot, het laatste van de Vier letzte Lieder, citeert het thema van Tod und Verklärung, na de regel `Ist dies etwa der Tod?' En de laatste regels van Beim Schlafengehen (`Um im Zauberkreis der Nacht tief und tausendfach zu leben' beschrijven deels de inhoud van Tod und Verklärung.

Het begrip `Verklärung', typerend voor de laat-romantische muziek vanaf Wagner (Tristan und Isolde), via Mahler tot Schönberg (Verklärte Nacht), is helaas onvertaalbaar in het Nederlands. Maar de totale zonsverduistering van deze zomer bood daarvoor een mooi beeld. De zwarte maan (de dood) dekt de zon (het eeuwige leven) dan wel af, maar zorgt ook voor een oplichtende gedaanteverwisseling van de dood door die stralend te omkransen.

Kurt Masur kwam tot een bewogen en indrukwekkende vertolking van Tod und Verklärung, in een sterk contrastrijke schildering van de sidderingen en hallucinaties van de doodstrijd, de liefdevolle herinneringen aan het leven met zijn woeste woelingen en de sereniteit van de `Verklärung'. Het klonk allemaal in een scherp en hel licht, waarbij tal van divers gekleurde klanklagen helder waarneembaar over elkaar heen lagen, zonder met elkaar te versmelten.

De Engelse sopraan Dame Felicity Lott vertolkte de Vier letzte Lieder. In de eerste twee gleed ze, soms verre van moeiteloos zingend, hoog en wat hees over de tekst heen, terwijl Masur en het orkest toppen van weelderig musiceren bereikten. In de laatste twee liederen ging het veel beter, al bleef het voorbeeld van Jessye Norman onbereikbaar ver weg.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Kurt Masur m.m.v. Felicity Lott, sopraan. Gehoord: 5/11 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 6/11. Radio 4: 2/1 14 uur.

    • Kasper Jansen