De zonzijde van de arbeidersstaat

In Hoyerswerda, de `tweede socialistische stad' van de DDR, waren de winkels vol en brandde er elektrische straatverlichting.

Nu is de Muur weg, maar daarmee ook de werkgelegenheid en veel van de levensvreugde. Gelukkig is er nog het blaasorkest.

De oefenruimte van het blaasorkest in Hoyerswerda is als een rommelig café waar de eerste stamgasten binnendruppelen. Een man met een grijze snor knipoogt schalks naar zijn kameraden terwijl hij een fles whisky op tafel zet. De trompettist haalt liefdevol een aantal flesjes Radeberger bier uit een vale tas. Een jonge meid met haren zo rood als een vuurbal wrijft haar dwarsfluit op. Dan tikt het stokje van de dirigent onverbiddelijk.

Iedereen schiet naar z'n stoel. Eins, zwei. De lippen tuiten en in vol ornaat blazen de muzikanten Glückauf, der Steiger kommt – het trotse clublied van de mijnwerkers.

Dat waren nog eens tijden toen het blaasorkest volledig uit kompels bestond. In de jaren vijftig was de Saksische plaats vlak bij de Poolse grens, een magneet die mannen en vrouwen uit de hele DDR aantrok. Binnen de kortste keren groeide Hoyerswerda van zeven- naar zeventigduizend inwoners – het was de `tweede socialistische stad' in de DDR, na Eisenhüttenstadt.

Werk was er volop in de bruinkolenmijnen. Elke drie minuten reed er een bus tussen Hoyerswerda en de mijnen buiten de stad. De arbeiders werden gelokt met een aantrekkelijk loon en goedkope behuizing in betonnen woonkomplexen, soms elf etages hoog. De woonkazernes oogden beklemmend in hun eentonigheid, maar kenden het zeldzame genoegen van een lift. In Hoyerswerda lagen meer producten in de winkels dan elders in het land. Ja, er was zelfs elektrische straatverlichting. In Hoy Woy, zoals de inwoners hun stad liefkozend noemen, leefde je in de zonzijde van de boeren- en arbeidersstaat.

,,We mochten zelfs in de tijd van de baas oefenen met ons orkest'', zegt Erwin Wiemer, de klarinettist. De kleine, schrandere Wiemer is met zijn 75 jaar het oudste lid van het Blasorchester Energiewerke Schwarze Pumpe, dat veertig jaar bestaat. Het grote Gaskombinat Schwarze Pumpe moest de hele Duitse Demokratische Republiek van stroom voorzien, zodat de jonge socialistische staat wat energie betreft onafhankelijk van West-Duitsland kon bestaan.

Ook jonge idealistische schrijvers, zoals Brigitte Reimann en Siegfried Pitschmann, trokken in de jaren vijftig naar de Trabantenstad om mee te helpen aan de opbouw van Schwarze Pumpe. Ze werkten in een brigade in de fabriek en leidden de `Kring van schrijvende arbeiders'. Voor Stalin waren schrijvers de `ingenieurs van de menselijke ziel', die met hun kunst, denken en voelen de mensen zo kneedbaar moesten maken, dat ze bevelen als een chauffeur van een auto zonder aarzelen opvolgden.

,,We waren een modelbedrijf. Als wij hoestten lag de hele DDR in de lappenmand'', vertelt Wiemer. Ruim 26 jaren werkte hij bij Schwarze Pumpe in het magazijn en nog altijd woont Wiemer met zijn vrouw in WK 7, Wohnkomplex 7, bij de bosrand.

Het blaasorkest heeft de val van de Berlijnse Muur, op 9 november 1989, wonderwel overleefd. Dirigent Siegfried Stelter gooide het oude repertoire van strijdliederen in een hoek en introduceerde moderne muziek, de Beatles, Glenn Miller, `My heart will go on' uit de film Titanic. Zelfs de Feuerwerkmusik van Händel.

,,Maar weet u wat de grootste verandering is die de Wende heeft gebracht'', zegt Wiemer ernstig. ,,Toen de DDR nog bestond was 95 procent van ons blaasorkest bij Schwarze Pumpe in dienst. Nu zijn dat er van de 53 leden nog maar drie; de andere muzikanten werken elders of zijn werkloos.''

Hoyerswerda was een socialistische modelstad waar de arbeiders bevoorrecht waren. Na de val van de Muur is het leven ingrijpend veranderd. Direct na de Wende kreeg de wereld het lelijke gezicht van Hoyerswerda te zien, toen agressieve rechts-radicale jongeren dagenlang een flat met buitenlanders omsingeld hadden. Intussen is de PDS, de opvolger van de communistische partij, erg populair omdat ze munt slaat uit de frustaties. Uit nostalgie koos Hoyerswerda zelfs een oud-communist tot burgemeester. De DDR wil niemand terug, maar het nieuwe Duitsland kan zo niet blijven. Hoe hebben deze Ossies – de klarinettist, de ondernemer, de dissident, de intellectueel – de schok van de Wende overleefd?

De ineenstorting

Na de hereniging van de twee Duitslanden in 1990 gebeurde wat ook bij het voortbestaan van het reëel bestaande socialisme zou zijn gebeurd: de ineenstorting. Voor Hoyerswerda en het omringende bruinkolengebied in de bekoorlijke Lausitzstreek met zijn uitgestrekte heide, dijken en meren, had dat grote gevolgen: vermindering van de kolenwinning, modernisering van de fabrieken en het verdwijnen van arbeidsplaatsen. Van de 120.000 man die tijdens de DDR in de hele regio werkten, zijn er nog 12.000 in de bruinkolenindustrie actief.

Bij het restant van Schwarze Pumpe – dat in totaal met al zijn cokes-, briket- en waterbedrijven 75.000 werknemers telde – zijn slechts 6.000 werknemers over. Het West-Duitse energieconcern RWE uit het Roergebied heeft weliswaar een hypermoderne energiecentrale gebouwd, maar de productiviteit is zo hoog, dat het werk door 350 man kan worden verricht in plaats van de vroegere 5.000.

,,Wie had dat kunnen dromen'', zegt klarinettist Wiemer. ,,Het Westen heeft hier alles opgekocht, is er met het geld vandoor gegaan en heeft de mensen hier met de puinhoop laten zitten.'' Nee, van democratie had hij zich iets anders voorgesteld.

In het hoofdkantoor van Schwarze Pumpe, even buiten Hoyerswerda, zit directeur Jürgen Kobus, de ondernemer. Kobus, 62, is opgegroeid in de kolen. Versierde briketten in de jubileumkast, een schilderij van de kolenontginning en het embleem van mannenkoor Concordia. ,,Kijk, dat is mijn vader, Meister Kobus'', zegt hij bladerend in een fotoboek over `Pumpe'. Al op zijn veertiende jaar stapte Kobus in het voetspoor van zijn vader en leerde bij Pumpe voor bankwerker. Alle afdelingen van het bedrijf heeft hij doorlopen.

Na de Wende heerste er grote euforie bij Schwarze Pumpe, ook bij het personeel, verzekert de ondernemer. Jetzt müssen wir es packen, dachten ze. ,,Al snel merkten we dat onze bruinkolen niet de enige energiebron was; gas en kernenergie bleken goedkopere concurrenten. Het stormachtige proces dat we nu doormaken, was onontkoombaar. In de DDR was de ideologie van volledige werkgelegenheid een zeepbel. We mogen nu kleinere broodjes bakken, maar ze smaken nog goed.''

In de DDR zijn ze mooi beetgenomen, meent Kobus. De idiootste dingen moesten ze maken. Vouwwagens, zwavelstokjes, zelfs aquaria. ,,Volstrekte onzin, daaraan is zoveel energie verloren gegaan. Consumptiegoederen moeten we hebben, luidde dan plotseling de filosofie van iemand in Berlijn. En wij maar produceren.''

Kobus is een doener, niet geïnteresseerd in politiek. Lid van de SED, de Socialistische Eenheidspartij Duitsland, was hij natuurlijk wel. Anders was hij nooit directeur geworden. ,,Tja, hebben we meegehuild met de wolven in het bos'', vraagt hij zich af. ,,Het alternatief was weggaan.'' Dat heeft Kobus niet gedaan, hij paste zich aan. ,,Ik heb geluk gehad. Na de Wende mocht ik blijven.''

Verkeerde club

Siegmund Heidrich, de criticus zei wel nee. Heidrich werkt al 25 jaar bij Pumpe, als werktuigkundige. Toen Heidrich in de jaren zeventig in het bedrijf Meister wilde worden, moest hij lid zijn van de partij. ,,Daar voelde ik niets voor, dus kon ik naar de Meister-titel fluiten.'' Enkele jaren later probeerde hij het nog eens, maar Heidrich de criticus die intussen actief was in de kleine getolereerde liberale partij, kreeg te horen lid te zijn van de `verkeerde' club.

Heidrich kon zijn oren niet geloven toen hij op 9 november 1989 de televisie aanzette en zag hoe de Berlijnse partijsecretaris Günter Schabowski de opening van de grenzen verkondigde. Hij had in Hoyerswerda meegelopen met de grote demonstraties, die op maandagen werden georganiseerd door dissidenten en de kerk. ,,Stiekem waren we allemaal bang voor de Chinese `oplossing', dat er op ons geschoten zou worden.''

Na de val van de Muur veranderde het leven van slag op stoot. Wekenlang werd op de straten van Hoyerswerda hevig gedebatteerd, ook in Pumpe. ,,Iedereen wilde weten waarom de directeur in een Peugeot reed en waarom wij veertien jaar op een Trabant moesten wachten en vier jaar op een naaimachine als je trouwde. En hoe ging het verder met de Kampfgruppen, vroegen we aan onze directie.'' Deze strijdgroepen waren een instrument van de partij om de arbeiders in de bedrijven te controleren. Heidrichs directe collega's zaten erin. Ze waren bewapend en hadden buiten het fabrieksgebouw een eigen onderkomen. ,,We eisten tijdens bijeenkomsten met de vakbeweging in het bedrijf, dat alle politiek onmiddellijk uit de onderneming zou verdwijnen. Weg met de strijdgroepen, weg met de partij in het bedrijf.'' Enkele maanden later, op 15 januari 1990, was het zover.

De Duitse hereniging heeft voor Siegmund Heidrich, zijn vrouw en zijn twee jongens ,,een geweldige kwaliteitssprong'' met zich meegebracht. ,,We hebben in de DDR heus geen honger geleden en geld voor een biertje was er ook. Maar in '89 hebben we meteen een Honda Civic gekocht.'' Heidrich prijst zich gelukkig. Zijn vrouw Bea heeft een baan bij Pumpe, zijn zoon Jörg is technicus in een stad verderop. De jongste doet een beroepsopleiding bedrijfseconomie en voetbalt met zijn vader bij de club van Pumpe.

Evelin Hüselitz, een jonge vrouw met zeeblauwe ogen, is een steunpilaar. Vooral de werkloze vrouwen zijn de grote verliezers van de Wende, zegt Hüselitz, leidster van het Arbeidsbureau. Het grootste deel van de 24 procent werklozen bestaat uit vrouwen; inclusief de verborgen werkloosheid is het ruim 30 procent. ,,Bitter hebben ze hier geweend, aan mijn bureau. In de DDR hadden vrouwen dezelfde rechten als mannen. Nu zijn ze hun baan kwijt en zijn ook nog afhankelijk van hun partner. Teleurgesteld stellen veel vrouwen vast, dat hun man die ze dachten te kennen, nu ook hun positie uitbuit. En dingen vijf vrouwen en één man met dezelfde capaciteiten naar een functie, kiest de werkgever automatisch de man'', weet Hüselitz.

De PDS profiteert dankbaar van het leed. De opvolger van de vroegere SED is in Hoyerswerda bij de laatste deelstaatverkiezingen in september, na de CDU, de tweede grote partij geworden met ruim 34 procent van de stemmen. Zelfs de burgemeester van Hoyerswerda, Horst-Dieter Brähmig, is een PDS'er – hoewel een liberale.

Erger is de politieke desinteresse, zegt Hüselitz. De opkomst bij de laatste verkiezingen bedroeg slechts 45 procent. Zij en haar helpers voelen zich soms machteloos. ,,We kunnen er alleen op wijzen dat mensen zèlf iets moeten ondernemen. Velen zien het perspectief niet meer. Ze lopen op tegen een muur en kijken er niet achter. Het maakt ze murw, ziek of agressief.''

Begin van het einde

In het centrum van Hoyerswerda huist de PDS in een kelder. Een groot plakaat van de strenge Lenin hangt nog aan de muur, net als een bord vol speldjes van vrijheidsstrijders uit Cuba, Angola en Mozambique. Ralph Büchner, de teleurgestelde, zijn de veranderingen na de val van de Muur te snel gegaan. ,,Ik was geschokt toen ik Schabowski op 9 november op televisie hoorde. Dit is het begin van het einde'', dacht hij. ,,We hadden de tijd moeten nemen voor hervormingen, dan was de `muur' in de hoofden van de mensen nu niet zo groot. Onze hoop was op Gorbatsjov gevestigd, maar hij heeft ons laten vallen en de DDR in 1990 onvoorwaardelijk uitgeleverd aan de Bondsrepubliek.''

Büchner was op dat moment 28 jaar en chef van de FDJ (Freie Deutsche Jugend) bij Pumpe, een full-time partijbaan in de fabriek. ,,Na de Wende moesten wij vertrekken.'' Büchner kreeg zijn oude baan weer terug als monteur in de ontwatering. Toen het bedrijf bij de privatisering werd verkocht, stond hij op straat.

Diep treurig vond Büchner het, dat de frustraties zich tijdens de grote ontslaggolf tegen buitenlanders richtten. Hij weet het nog als de dag van gisteren, want Büchner woont in een van de grote komplexen aan de Albert-Schweitzer-Strasse – de straat waar in september 1991 een ware veldslag heerste tussen honderden rechts-radicale jongeren en buitenlandse werknemers uit Mozambique en Vietnam. Büchner kende enkelen van de Mozambikanen, contractarbeiders die al in de DDR naar Hoyerswerda waren gehaald om in de mijnen te werken. ,,De hetze begon met een groepje van vijf of zes dronken jongeren, die achter enkele Vietnamezen aanzaten'', vertelt Büchner. Toen zij hun woonblok invluchtten, begon de snel aanzwellende meute stenen en molotovcocktails te gooien. De volgende dag waren er neonazi's uit Cottbus en Berlijn, die elkaar met mobiele telefoons op de hoogte hielden. `Weg met de negers', `Sieg Heil', scandeerde de massa.

Het schokkende was, volgens Büchner, dat ook omwonenden buiten stonden te kijken en de acties van de jongeren openlijk ondersteunden. Zelfs bejaarden uit een nabijliggend tehuis deden tot ontzetting van de pastoor mee en riepen Niggerschlamper. Vier dagen lang was de straat belegerd door honderden mensen. De politie greep veel te laat in, gewantrouwd als ze werd door de bevolking wegens haar rol in de DDR.

,,We voelden ons hulpeloos'', zegt Büchner. ,,Als ik had geprobeerd mijn Mozambikaanse vrienden te redden, was ik gelyncht.'' Toen de opgezweepte meute van skinheads en rechts-radicalen naar een asielzoekerscentrum trok, even verderop, haastte het stadsbestuur zich de buitenlanders met bussen in veiligheid te brengen – buiten de stad.

De dagenlange veldslag in Hoyerswerda deed de wereld sidderen. Op de televisie was de bloedige ontsporing te zien, die het begin inluidde van een angstige golf rechts-radicalisme in de jonge verenigde republiek. In Hoyerswerda waren weliswaar geen doden gevallen of asielzoekerswoningen in brand gezet, zoals later in Mölln, Solingen, Rostock en Lübeck. Maar voor buitenlanders was Hoyerswerda niet meer veilig; er wonen nog slechts driehonderd Afrikanen, Aziaten en andere buitenlanders. Asielzoekers zijn sindsdien niet meer toegelaten.

De grote heilstaat

In de trieste Albert-Schweitzer-Strasse waren alle frustraties tot explosie gekomen. De grote heilstaat heeft het kapitalisme niet gebracht, zegt Büchner bitter; hij is intussen omgeschoold tot kok, maar heeft nog altijd geen baan. ,,Voor velen hier blijkt het kapitalisme net zo erg te zijn als Marx het heeft beschreven.'' De DDR zoals ze was, wil Büchner niet terug, maar ,,de BRD kan zo niet blijven.'' Als hij aan de toekomst denkt van zijn beide dochters – Beret en Genia – krijgt Büchner soms erge buikpijn.

Helmut Kohl, de kanselier-van-de-eenwording, prijst graag de Zivilcourage van de dissidenten, die in de hete herfst van '89 in de DDR de straat opgingen. Een van die dissidenten is Martin Schmidt, de `ridder' van de stad. Tijdens het communisme had hij in Oost-Duitsland de moed om als initiator van de `Vriendenkring voor kunst en literatuur' avonden te beleggen met kritische schrijvers en kunstenaars, van Christa Wolf tot Reiner Kunze en Brigitte Reimann, bij wie de euforie na de gewelddadigheden in Praag '68 in hevige kritiek was omgeslagen.

Na de gewelddadigheden zocht Schmidt de dialoog met enkele rechts-radicale jongeren. De DDR had de hypotheek van het nationaal-socialisme al die jaren zorgvuldig begraven door het antifascisme af te kondigen. In het Westen zaten de oude nazi's, in het Oosten de verzetsstrijders, lieten zij de bevolking graag geloven. Maar telkens weer borrelt na de Wende in Oost-Duitsland het lelijke gezicht van het onverwerkte bruine verleden op.

Boven in een pand aan de fris geverfde Friedrichstrasse in de oude stadskern van Hoyerswerda huist `ridder' Schmidt. Een rustige man met snor en baard, die na zijn theologiestudie naar het model van de Franse arbeiderspriesters wilde meewerken in de productie van Schwarze Pumpe. Maar als zielzorger werd hij niet geaccepteerd, dus werd Schmidt er ingenieur.

Die avonden in september 1991 was Schmidt te vinden in de mensenmassa in de Albert-Schweitzer-Strasse om van de jongeren te horen wat hun drijfveren waren voor zoveel agressie. Het waren jonge kerels tussen de 18 en 25 jaar, bouwvakkers. `Wat heeft u gedaan dat u Duitser en blank bent? U verwijt anderen dat ze geel en zwart worden geboren', hield Schmidt de bouwvakkers later in gesprekken voor. Hij bleef tot lang na de veldslagen contact met ze houden. Tien minuten zwegen ze, waren verward, en vroegen of ze nog eens terug mochten komen. Dat deden ze toen er onrust was in het noordelijke Rostock, vertelt Schmidt. Een tv-ploeg had de bouwvakkers geld en een hotel aangeboden om naar Rostock te reizen en een spandoek `Hoyerswerda ondersteunt Rostock' in de lucht te steken. Wat Schmidt daarvan vond. Niet zo'n goed idee. Ze bleven.

,,Zij zijn de heimatlose jeugd van Hoyerswerda, die de kou van de nieuwe samenleving niet kan verdragen'', zegt Schmidt. Maar het ergste vond hij het zwijgen van de stad in die gewelddadige septemberdagen. ,,Het gebrek aan burgerlijke moed. Dat was de eigenlijke schuld van Hoyerswerda''.

Fakkeloptochten

Nadat de rook was opgetrokken, ontstond in de stad een tegenbeweging. Er werden fakkeloptochten georganiseerd tegen rechts geweld. In Wohnkomplex 10 werd onder leiding van jeugdleider Harry een club opgericht voor heimatlose jongeren. In de Albert-Schweitzer-Strasse organiseerden werklozen het project `Burenhulp', waar vereenzaamde mannen en vrouwen in de buurt elkaar opzoeken. Plotseling voelde iedereen de plicht om zich met de problemen bezig te houden.

De dominee probeert de `chaos uit de hoofden' van de ontspoorde jeugd te praten. De politie trekt de scholen in om het vandalisme en de hoge criminaliteit onder verwaarloosde kinderen te bedwingen. De burgemeester gooit al zijn charme in de waagschaal Europese investeerders naar Hoy Woy te lokken om de jongeren in z'n stad te houden. Hightech is het toverwoord.

Het drama van 1991 heeft zich niet meer herhaald. De daders van weleer zijn vastgezet. De rechts-radicale beweging is uit elkaar gevallen, nadat de leiders – die als gevaarlijke criminelen bekend stonden – bij verkeersongelukken waren omgekomen. Een ander hing zich op.

,,Hoyerswerda hoeft niet langer te worden ontzien bij het opnemen van vluchtelingen. De tijd is rijp de proef op de som te nemen'', oordeelt Detlef Heuke, de intellectueel. Hij is een frisse wind in de stad, die een vleugje internationalisme met zich meebrengt. De jonge politicoloog studeerde in Straatsburg en leidt sinds kort de Volksuniversiteit. ,,Hoyerswerda kan het aan om weer als een normale stad te worden behandeld. En het is abnormaal dat in een stad nauwelijks buitenlanders wonen.''

In de Lausitzhalle oefent het blaasorkest van Schwarze Pumpe gewoon verder, elke woensdagmiddag om half zes. Dietmar Sachsen – een `heel normale man' die bij de spoorwegen werkt – is happy zodra hij samen met zijn kompanen kan blazen. Al die turbulente jaren in de nieuwe republiek hebben ze samen doorgemaakt. ,,Het leven is beter geworden, zeker materieel. Maar Marx had gelijk'', zegt Sachsen en lacht beslist. Hij heeft er `Het Kapitaal' nog eens op nageslagen. ,,In de jacht op winst dreigt het menselijke verloren te gaan. Zover mag het niet komen.'' Hij zet de waldhoorn aan zijn mond, kijkt aandachtig naar de dirigent en blaast mee: `Freundschaft'.

    • Michèle de Waard