de tandarts

Het begint allemaal met een 'fantoomkop'. Een kunstkop met kunstkaken, -tanden en -kiezen. Of beter nog, een kunstkop met echte tanden en kiezen, ooit getrokken en verzameld uit de monden van echte mensen. Pas als de aankomende tandartsen het 'droogzwemmen' onder de knie hebben, volgen de gebitten van levende mensen. De proefkonijnen kunnen voor weinig geld hun gebitten onder handen laten nemen.

De markt staat te springen om de nieuwbakken tandartsen. De beroepsvereniging, de zorgverzekeraars en de gevestigde tandartsen: allen staan met open armen op de afgestudeerden te wachten.

Mensen worden ouder, houden hun natuurlijk gebit langer en hechten steeds meer waarde aan een gezond gebit. Maar een tandarts is een schaars goed. Onheilspellende scenario's voorzien dat in 2012 1 à 2 miljoen Nederlanders het zonder tandarts moeten stellen. De Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (NMT) maakt zich daarover grote zorgen. Gevestigde tandartsen op leeftijd kunnen niet met pensioen, omdat er niemand is om de praktijk over te nemen. De nieuwkomers hoeven zich over geld en inkomen weinig zorgen te maken. Een tandarts met een eigen praktijk zet gemiddeld 400.000 gulden per jaar om. Dat houdt in dat de tandarts zo'n 132 patiënten per week behandelt. Na aftrek van alle kosten blijft er gemiddeld 170.000 gulden aan bruto inkomen over. Anders dan bij de meeste beroepen maken leeftijd en ervaring nauwelijks verschil in inkomen. Een riante start dus. Maar wel een dure riante start. Alleen voor apparatuur en gereedschap telt men zo'n 1,5 ton neer. Moet er ook een bedrijfspand worden gekocht, dan geeft een tandarts daar gemiddeld 350.000 gulden aan uit. Daarbij komen nog de reguliere kosten voor administratie, afschrijving, materiaal en personeel. De starter steekt zich dus behoorlijk in de schulden om alles te kunnen bekostigen. Maar geen nood, financiers geven gul, als het om de tandarts gaat.

Het is de NMT een doorn in het oog dat minister Borst (Volksgezondheid) de tarieven van tandartsbehandeling heeft gestandaardiseerd. Die tarieven worden sinds 1982 vastgesteld door het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg. Het vullen van een eenvoudig gaatje levert bijvoorbeeld 33 gulden op. De bedragen van het COTG zijn maxima, terwijl de bedrijfskosten per tandarts verschillen. Huisvestingskosten kunnen bijvoorbeeld flink uiteenlopen. Het kostenverschil zou best zichtbaar mogen zijn in de prijs van een behandeling.

Bijverdienen door het goud uit getrokken tanden en kiezen te verzamelen dan maar? ,,Nee'', antwoord woordvoerder Verhoeven van de NMT. ,,Het kleine beetje goud dat wordt verzameld, gaat terug naar een goed doel. Tandheelkunde in arme landen''.

Wat wel kan, en ook steeds vaker gebeurt, is het behandelen van meerdere patiënten tegelijkertijd. Twee stoelen extra bijvoorbeeld. Een stoel om een mondhygiënist bij de praktijk te betrekken (extra kosten gemiddeld: 100.000 gulden aan investeringen, 70.000 gulden aan personeelskosten). En een stoel waar de assistent eenvoudige werkzaamheden kan uitvoeren (personeelskosten 55.000 gulden per jaar).

Volgens tandarts Laurent Zeegers levert dat echter weinig extra's op. In zijn praktijk in Coevorden beschikt hij over twee behandelruimten. Om alle patiënten goed te kunnen helpen, heeft hij twee assistenten, een mondhygiënist en een receptioniste in dienst. ,,De tweede stoel is vooral een manier om patiënten beter te kunnen helpen. Er is nu bijvoorbeeld tijd voor een goede poetsinstructie.''

    • Marieke Jansz