De stille vennoot

Het huidige politieke klimaat is er een van besturen, niet van politiek bedrijven. Na een decennium op het pluche lijdt de PvdA aan de dominantie van het regeringsdenken.

`Als we niet oppassen zijn we straks alleen nog een showpartij.'

Niemand die het in de gaten heeft, maar morgen is de Partij van de Arbeid tien jaar onafgebroken aan de macht. Een hele generatie jongeren weet niet beter of Kok is altijd de premier van Nederland geweest. En nog grotere groepen kiezers weten niet beter of de PvdA heeft altijd bestuurd.

Als een stille vennoot regeert de PvdA over Nederland. De partij is zo gewoon geworden en zo braaf geworden, dat ze nauwelijks meer opvalt. De PvdA is een regeringspartij geworden, een `natuurlijke' regeringspartij zelfs. Die rol eist zijn tol: de macht is gevestigd, maar het profiel van de sociaal-democraten is onmiskenbaar verbleekt. ,,Als je het Keynesiaanse model achter je laat, wat is dan nog typisch sociaal-democratisch aan de Partij van de Arbeid', zo vraagt de Amsterdamse politicoloog Philip van Praag zich hardop af.

Vieren doen ze het jubileum niet: PvdA'ers houden er nu eenmaal geen uitbundige stijl op na. Maar zijn ze ook tevreden? Zeker, al is het hier ook tevredenheid met een realistische ondertoon. Minister Jan Pronk (VROM): ,,Als de vlag uitgaat is dat voor iedereen; is dat een beetje een vlag voor Nederland. Wij hebben het niet op ons eentje gedaan.'

Maar opmerkelijk is de balans die ze opmaken intussen wel. PvdA'ers rekenen het na de wederopbouw van de jaren vijftig onder Drees voor het eerst tot hun verdienste dat zij hebben bijgedragen aan het economische herstel. ,,Zeker, al moeten we er eerlijk bij zeggen dat dit beleid al onder Lubbers-I (een coalitie van CDA en VVD, red.) is ingezet', zegt Jan Pronk zonder enige aarzeling.

Ook Thijs Wöltgens, fractieleider van de PvdA onder het derde kabinet-Lubbers en fervent tegenstander van de paarse coalitie, is positief over wat zijn partij heeft bereikt. Na tien jaar in de regering is de PvdA maatschappelijk stevig verankerd. ,,Je kunt geen adviesbureau binnenstappen of je komt PvdA'ers tegen. Op de departementen zit het ook wel snor.'

Ooit was het anders, dramatisch anders. Meer dan een decennium was de PvdA een oppositiepartij, bijna een natuurlijke oppositiepartij. Van 1977, toen het gedroomde tweede kabinet-Den Uyl er niet kwam, tot 1989, toen de PvdA bij het CDA aan boord stapte in het derde kabinet-Lubbers, stonden de sociaal-democraten buiten spel. Het kortstondig regeren in dat bizarre kabinet-Van Agt/Den Uyl ('81/'82) rekenen de meeste partijgangers niet eens mee.

Ze waren van de macht vervreemd. Meerderheidsstrategieën, ononderhandelbare strijdpunten en een gebrekkige maatschappelijke agenda hielden de Partij van de Arbeid buiten de regering. Ad Melkert, de huidige fractieleider, die in '86 tegelijk met Wim Kok zijn entree maakte als Kamerlid voor de PvdA, noemt het terugblikkend ,,eigenlijk verbijsterend' hoe ,,non-existent' zijn partij in die voorgaande oppositiejaren heeft geopereerd. ,,De kunst van de politiek: het vinden van het juiste moment en het aanvoelen van het klimaat om je ambities te verwezenlijken, was bijna volledig afwezig.'

In '86 begon de mars terug naar de macht: aanvoerder Wim Kok. Na verkiezingswinst die weer geen regeringsdeelname opleverde, en die nog lang nagalmde als de ,,overwinningsnederlaag', deed Joop den Uyl afstand van het leiderschap en begon een proces, waarbij de partij zich van zijn radicale standpunten ontdeed. De PvdA werd zich weer bewust van zijn omgeving, Kok zette `de luiken open' en de sociaal-democraten begonnen aan een lange reeks oefeningen in realisme. Want ja, ze waren de macht kwijt en met dictaten en dreigementen was de PvdA in de jaren tachtig niet ver gekomen.

Op kousenvoeten sloop de PvdA in de tweede helft van de jaren tachtig terug naar de macht – en op kousenvoeten lijkt ze de macht ook nog steeds uit te oefenen. Bang dat ze haar weer gemakkelijk zal kwijtraken.

De sociale dimensie

Hoe sociaal is de huidige Partij van de Arbeid? Het is haar wezen en het is tegelijkertijd haar achilleshiel. Onder de tevredenheid met de regeringsmacht schrijnt het. PvdA'ers hebben zorgen of de sociale dimensie van het beleid voldoende is, al is die zorg er in gradaties. Ad Melkert daagt alle ,,wetenschappers en andere belangstellenden' uit om de feiten te laten spreken. En die feiten zeggen hem dat er de afgelopen jaren ,,een ongekende groei van het aantal banen en een geslaagde aanval op de langdurige werkloosheid heeft plaatsgevonden', terwijl er ,,significante vooruitgang' wordt geboekt met nieuw beleid. En, constateert Melkert, de PvdA heeft in ieder geval bereikt dat ,,de groei van de kloof tussen de inkomensgroepen kleiner is geworden'.

Thijs Wöltgens heeft sterke bedenkingen over het inkomensbeleid. ,,Dat de uitkeringen weer zijn gekoppeld aan de ontwikkeling van de lonen is allemaal hartstikke mooi, maar grote groepen hebben nog te weinig geprofiteerd van het economische herstel. Over de hele periode van tien jaar zijn we er helaas niet in geslaagd de inkomensongelijkheid terug te dringen', stelt hij kritisch vast.

Politicoloog Van Praag stelt: ,,Als je aan de PvdA vraagt, wat er op sociaal gebied bereikt is na tien jaar regeren, dan krijg je een defensief verhaal, dat het zonder de PvdA nog veel erger was geweest.'

Het is de makke van de PvdA. De PvdA mag dan tien jaar onafgebroken regeren, dat doet ze onmiskenbaar in een liberaal tijdsgewricht. Het neoliberalisme is misschien over zijn hoogtepunt heen, maar de Partij van de Arbeid omarmde inmiddels het marktdenken – van deregulering tot privatisering – met grote overgave.

Vijf jaar is de PvdA ,,in paars' en de samenwerking met de liberalen moet nog drie jaar worden uitgezeten. Is het perspectief voor de PvdA: nog meer liberale dominantie?

Nee, zegt Ad Melkert: paars staat op een tweesprong, nu het herstel van de economische kracht van Nederland vrijwel is voltooid. Er moet binnenkort worden gekozen: wil de overheid `makelaar' zijn, of `architect'. Melkert wil de overheid weer een actievere, ordenende rol geven en keert zich tegen het laisser faire van de liberalen.

Wat betekent dat? Het betekent dat de overheid op tal van terreinen waar ze via bestuurders of geldstromen invloed heeft – van ruimtelijke ordening tot en met het onderwijs – een actievere rol moet spelen. ,,Laat je het bij controle achteraf of wil je maatschappelijke ambities gericht op gelijke kansen waarmaken? Wij willen een zekere ordening', zo formuleert Melkert. ,,Voor dit soort vragen bestond geen ruimte in de periode van herstelbeleid, met de compromissen die toen moesten worden gesloten. Je hebt kracht nodig voor ambities.'

Die fase is nu voorbij. Melkert: ,,Daarmee is ook de vraag weer actueel welke ambities partijen hebben. Mijn voorspelling is dat het onderscheid tussen de partijen weer scherper zichtbaar zal worden. Het onderscheid in maatschappijvisie van politieke partijen is toe aan een fase, waarin profiel en herkenbaarheid weer wat groter kunnen worden.'

Als voorbeelden noemt hij het terrein van de grondpolitiek, wonen en ruimtelijke ordening. ,,In die sector kun je laisser faire toepassen, of zeggen: nee, het gaat toch om de architectuur van Nederland.' Hetzelfde geldt volgens Melkert voor de volksgezondheid. ,,Met het immense vraagstuk van de vergrijzing zijn we de afgelopen tien jaar onvoldoende opgeschoten. Ook hier geldt de vraag: trekt de overheid zich wat terug en laat ze het aan de zorgverzekeraars over wat er moet gebeuren of wil je dat er garanties worden gegeven dat er een solidaire overheid blijft voor mensen die daar afhankelijk van zijn.'

Melkert erkent dat de tweesprong waarop de coalitie in zijn ogen staat tot spanningen kan leiden. ,,Het karakter van een tweesprong is dat je met z'n tweeën dezelfde kant kan opgaan. Maar er kan natuurlijk ook een enorme discussie ontstaan over de vraag of we linksaf gaan of rechtsaf.'

Goed management

Welke Partij van de Arbeid regeert er eigenlijk? Een zeer bestuurlijke partij. Jan Pronk, ooit minister in het kabinet-Den Uyl dat de verbeelding aan de macht moest brengen: ,,Wat is er nu aan de macht: goed bestuur, goed management. Het is de visie van de stadhouder die overheerst. Ja, Kok als stedehouder.' Pronk weet het: het is geen tijd voor verbeeldingsvolle politiek. Besturen heeft de plaats ingenomen van politiek. En dat besturen doen we ,,hartstikke goed'. Maar tegelijk knaagt er iets. Waar is de bezieling, waar is het onderscheid, waar worden nog de grenzen verkend? Hij waarschuwt: ,,Die bestuurlijke stijl is geruststellend voor de staat, maar onrustbarend voor de natie. De natie heeft misschien een beetje meer beweging nodig.'

Niet Nix, de organisatie van kritische jongeren die begin dit jaar het duo Booij en Van Bruggen zag sneuvelen als kandidaten voor het voorzitterschap van de PvdA, hekelt de dominantie van het regeringsdenken in de PvdA. Coördinator Ruben Maes: ,,De PvdA is te veel gefocust op wat er in Den Haag gebeurt. De vraag is niet meer: wat vinden we? De vraag is alleen nog: wat is haalbaar? Er wordt vaak gesproken over de premier-bonus, de extra stemmen die een partij trekt die de premier levert. Maar er is ook een premier-malus, namelijk dat de PvdA helemaal wordt vereenzelvigd met Kok.'

Het is het ongemak van regeren. Hou hou je de macht en hou je tegelijk profiel als partij? Thijs Wöltgens, de vroegere fractieleider en huidige senator waarschuwt: ,,Als je regeert sluit je voortdurend compromissen en word je met de dag pragmatischer. Als je niet uitkijkt, slaat de slinger naar de andere kant door en wordt het pragmatisme tot doelstelling gemaakt.'

Wöltgens heeft alvast een advies aan Melkert en Kok: mocht de PvdA na deze regeringsperiode ,,in paars' blijven, dan kunnen PvdA en VVD net zo goed fuseren.

De ideologische bleekheid van de PvdA verklaart ook de aantrekkingskracht van GroenLinks en de SP. ,,Een oppositie van meer dan vijftien zetels links van de PvdA, is ongekend', zegt Van Praag.

Jan Pronk ziet ook in de opkomst van een partij als Leefbaar Nederland een uitdaging voor de PvdA. ,,Die opvattingen over leefbaarheid moeten de politiek in gebracht worden, in plaats van dat ze zich tegen de politiek keert. Dat is niet goed voor de stabiliteit van het land', meent Pronk. ,,Eigenlijk is Leefbaar Nederland een antipolitieke partij. Het lijkt erg op Boer Koekoek. Ik vind leefbaarheid trouwens een erg minimale ambitie. Het gaat mij om hoogwaardige kwaliteit. Dat moet worden vertaald in concreet beleid, bijvoorbeeld ten aanzien van het milieu. Dat is een hogere ambitie.'

Ongelijke wedstrijd

Het is een ongelijke wedstrijd, die tussen de partij en zijn bestuurders. De PvdA is de afgelopen jaren machtiger geworden, maar de vereniging heeft tegelijkertijd sterk aan kracht verloren: ze werd kleiner, stiller en bleker. En dat heeft niet alleen te maken met het zijn van regeringspartij.

De PvdA lijdt als ,,meest politieke' van de politieke partijen het sterkst onder het verschijnsel dat partijen de afgelopen decennia aan betekenis hebben verloren. In tien jaar verloor de partij één derde van haar leden, om uit te komen op ruim zestigduizend. Partijen stellen minder voor, maar ze onderscheiden zich ook steeds minder van elkaar. De emancipatie is voltooid, burgers zijn berekenender en daarmee grilliger in hun politieke keuzes, en kiezers zijn zich in belangrijke mate in het midden gaan ophouden.

Daar komt bij dat de PvdA zijn verenigingsstructuur in het tijdperk-Rottenberg vergaand heeft ontmanteld. De partijraad en de gewestelijke vergaderingen verdwenen, briefings en forums kwamen er als vrijblijvende overlegvormen voor in de plaats. Er is in de partij geen `tegenmacht' meer tegenover de macht van `Den Haag', zo constateert de politicoloog Van Praag. ,,In de partij wordt geen fundamenteel debat gevoerd, laat staan dat er machtsvorming plaatsvindt', voegt hij er aan toe.

De partij moet weer macht krijgen, dat vindt ook Pronk. ,,Ik hoef me tegenwoordig nergens meer te verantwoorden. Alleen in Nova, en in de Kamer natuurlijk.' De discussie in de partij mag niet vrijblijvend zijn. ,,Een goede politieke discussie in de partij moet ook leiden tot besluitvorming. Anders blijft het een seminar, een beetje academisch. Het gaat om politieke discussie en om de consequenties. Dat maakt politiek ook leuk.'

Probleem is dus niet dat de PvdA niet debatteert, maar dat niet duidelijk is waar de debatten toe leiden. Niet Nix kan het bevestigen. Ruben Maes: ,,In de PvdA zijn te veel `uitlegdebatten'. Dan komt een Kamerlid of een bewindspersoon uitleggen wat het beleid is.'

Partijvoorzitter Marijke van Hees probeert de partij nieuw leven in te blazen door de oprichting van `kenniscentra'. Daarin moeten Haagse politici, partijgenoten en buitenstaanders discussieren over tal van beleidsterreinen. ,,Dat is een antwoord van de moderne tijd', zegt Pronk. Maar onmiddellijk volgt de waarschuwing: ,,Het kan vooral geschikt zijn voor degenen die al toegang hebben tot de partij.'

Hoe ernstig is het met de PvdA gesteld? Heel ernstig, meent Van Praag: ,,De PvdA zit ideologisch nog steeds in een crisis. Als Kok wegvalt is het volkomen onduidelijk waar de PvdA nog voor staat.' Maar de partij is toch druk bezig zijn beginselen te herformuleren? Tja, Willem Witteveen, hoogleraar encyclopedie van het recht in Tilburg, mocht al rauwelings ervaren dat de PvdA zich met de eerste schets van zijn hand van het beginselprogramma dat in de maak is nauwelijks onderscheidt. ,,Hier staat niets in waar ik het niet mee eens ben', verklaarde zijn collegahoogleraar, de christen-democraat en oud-minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin fijntjes.

`PvdA, durf het debat aan', tamboereert Thijs Wöltgens. Hij signaleert onder partijgenoten een angst om in discussie te raken, plus de reflex om geen ruzie te maken. ,,De les uit het verleden is: mondje dicht en applaudisseren. Zelfs het congres moet tegenwoordig voor applaus zorgen en wordt niet meer gezien als de plaats waar dicussie wordt gevoerd. We zijn allang geen discussiepartij meer. Als we niet oppassen zijn we straks alleen nog een showpartij.'

Ultieme test

Wat wordt de ultieme test voor de toekomst van de Partij van de Arbeid? Het vertrek van Wim Kok, het opgeven van regeringsverantwoordelijkheid of het nieuwe verkiezingsprogramma misschien?

Edith Mastenbroek, coördinator van Niet Nix, is somber: ,,Het nieuwe verkiezingsprogramma wordt cruciaal. Dat moet een heel vernieuwend verkiezingsprogramma worden, waarin de PvdA een aantal belangrijke vragen voor de toekomst zal moeten beantwoorden. Wil ze dat niet, dan kan ze maar beter in de oppositie gaan. Maar als je dat tegen iemand van de PvdA zegt, word je aangekeken met van die ogen van: waar heb je het over.'

Of moet het misschien radicaal anders? Moet er een Umwertung aller Werten tot stand worden gebracht? En moet de PvdA kiezen voor een bestuurlijke `time-out'? Jan Pronk, senior-politicus, maar nog altijd vernieuwingsgezind, pleit voor een heroriëntatie. Hij zou een langetermijn-programma voor de PvdA willen opstellen. Dat vindt hij belangrijker dan een nieuw beginselprogramma, dat vaak te ver af staat van de politieke praktijk. Het zou ook een tegenwicht moeten bieden aan ,,de overmatige betekenis die wordt gehecht aan modern publieksonderzoek met panels en referentiegroepen.' De inhoud moet weer centraal staan, aldus Pronk.

Hij pleit voor ,,een programma waarin je echt een consistente visie geeft op de ontwikkeling van technologie, het milieu en de inkomensverdeling. Waarin je vragen beantwoordt als: Wat zijn eigenlijk minderheden? Wie is illegaal? Wat bedoelen we met economische groei?'

Hij zou het jaar 2000 graag uitroepen tot een jubeljaar, waarin naar oudtestamentische traditie schoon schip wordt gemaakt. ,,Bevrijd opnieuw beginnen, dat is een heel mooi principe van maatschappelijke ordening. Terugkijken naar de eeuw: wat zijn de onopgeloste vraagstukken, in plaats van gewoon doorgaan. Dat moet toch iedereen aanspreken: de rommel opruimen voor je weer verder gaat. Dat is een politieke opdracht van de eerste orde.'

Wat is nog typisch sociaal-democratisch aan de Partij van de Arbeid?

Als Kok wegvalt is het volkomen onduidelijk waar de PvdA nog voor staat

    • Kees van der Malen
    • Peter de Bruijn