De mediakunst zoekt grenzen

Kunstenaar Cor Groenenberg heeft zijn vet geschilderde doeken met rauwe biefstukken en ander vlees als gebruinde torso's met glimmende spierbundels, achter slot en grendel gezet. Op de computer ernaast kan de bezoeker een keuze maken welk kunstwerk zal worden geëxposeerd. Een stem zegt: ,,Is dit uw favoriete schilderij? Klik dan hier om het schilderij te nomineren om uit de kooi gehaald te worden.'' Het is een knipoog naar Big Brother. Sinds dit Veronica-televisieprogramma wordt uitgezonden heeft het werkwoord `nomineren' een heel andere betekenis gekregen.

Het werk van Groenenberg is onderdeel van een tweeledige tentoonstelling van (oud-)studenten van de tweede fase opleidingen Media GN en Vervolgopleiding Schilderkunst van Academie Minerva, Groningen. Aanleiding is een symposium over nieuwe media in de beeldende kunst, What's New? Die titel geeft aan dat `het nieuwe' van nieuwe-mediakunst door uitgenodigde denkers als William Uricchio, Paul Crowther en Jeroen Boomgaard kritisch wordt benaderd. Wordt er door gebruikmaking van de digitale informatie- en communicatietechnologie werkelijk een nieuw gebied betreden, of betreft het hier de nieuwe kleren van de keizer? De opdeling in vakgebieden is niet echt meer aan de orde voor jonge kunstenaars, zo blijkt. Ze zoeken juist de grenzen tussen traditionele en nieuwe media.

Groenenberg gebruikt beide vormen expliciet in zijn presentatie, maar verder is hij ook geen `pure' schilder. Hij drukt zich uit in een meer fotografische taal. Een nieuwe media ex-student als Aldje van Meer integreert de digitale technologie op een organische manier in haar kunst: W.Y.F.I.W.Y.G. (What you feel is what you get) is een interactief werk met touchscreen-monitoren. Door met de vingers het computerscherm te strelen kun je filmpjes activeren, bijvoorbeeld van een stukje uitvergrote menselijke huid dat onder gelukzalige geluiden rood opgloeit.

Het immateriele aspect van met name Internetkunstwerken – die geheel of grotendeels uit digitale codering bestaan – maakt dat ze niet meer gebonden zijn aan museale locaties. Een van de kenmerken is interactiviteit. Maar Jorinde Seijdel die als criticus een essay schreef voor What's New? heeft haar bedenkingen bij een noviteit zoals interactiviteit. In een context van de beeldende kunsten, waar het aanraken van objecten streng verboden is, kan het lijken alsof die interactiviteit de kloof kan dichten tussen kunst en publiek. ,,Veel interactieve kunst, en met haar de beschouwer, volgt voornamelijk vaste bevelen en voorgeprogrammeerde scripts.''

De telefoonsoap Cindy Wood (bel 050 313 21 82) van Eva Knutz illustreert dit. Een grappig kunstwerk, gebaseerd op het sprookje van Hans en Grietje, waarin computerstemmen met elkaar converseren en de luisteraar door middel van de meerkeuzetoetsen op de telefoon verder doordringt in het verhaal. De invloed is gering omdat het verloop van de verschillende plots vastligt.

Volgens Arie Altena, een andere criticus en een van de symposium-gasten, zorgt het focussen op dit soort nieuwe kenmerken voor valkuilen, zoals het isoleren van nieuwe-mediakunst: ,,Losgekoppeld van zijn contexten gaat de aandacht uit naar het revolutionair geachte karakter en weggeleid van de verbindingen met de (kunst)geschiedenis, het dagelijkse leven en de sociale omgeving.'' Het vergelijken van de nieuwe-mediakunstenaar met de wereld van bijvoorbeeld de deejay werkt voor Altena verhelderend omdat die op een vergelijkbare manier beelden samplet, manipuleert en mixt.

Voor een betere kunstbeschouwing is het dus handig verbindingen te maken, waardoor de nieuwe technologische verworvenheden en de daaruit voorvloeiende beeldtaal zichtbaarder wordt – een zelfde soort verbindingen die cross media kunstenaars zelf ook maken. What's New?' is geen feestelijke viering van `het nieuwe'.

Symposium: What's New? T/m 12 nov. Academie Minerva Gedempte Zuiderdiep 158, Groningen. Info: (050) 363 60 98.

    • Nathalie Faber