Daan valt aan

Episode 6: waarin Daan Schrijvers een desperate uitval doet richting ongezouten werkelijkheid, maar alras het slachtoffer blijkt van journalistieke vaandelvlucht.

Doe jij even het licht uit, Daan?' bromde Walter Decheiver, terwijl hij zich nog eens behaaglijk schurkte in het bovenste bed van onze stapelsponde en met de kwast van zijn slaapmuts mij op bevelende toon tot spoed maande. Zwijgend kwam ik overeind, stootte mijn hoofd tegen Walters vervaarlijk doorzakkende matras, en begon de tocht over het koude zeil op weg naar het lichtknopje aan de overzijde van de mannenslaapzaal in het Pers Media Concentratie Vakantiekamp.

Rondom mij klonk het sonore gesnurk van de redactie, alsmede het gezaghebbende gezaag van de directie van M&M, het glansblad waarvan ik nog maar zo kort geleden blijkbaar hoofdredacteur was geworden.

Zij hadden kennelijk de eerste dag van het bezinningsweekeinde als welbesteed gediagnostiseerd, zoals ze daar nu uitgeteld in hun kribbes lagen. Niet dat er een woord gewijd was aan de omineuze ondergrens van ons nul-nummer, noch dat er maar een piketpaaltje was geplaatst teneinde de koers te bepalen voor de pelgrimstocht der mensheid richting het nieuwe millennium, laat staan dat ik in het kader van het nog door mij te entameren grote intellectuele M&M-debat de juiste vragen aan de juiste personen had kunnen stellen. Daarentegen was de lokroep van de uit de bedrijfskas verstrekte consumptiebonnen door het ganse gezelschap wel volmondig beantwoord.

's Ochtends leek het nog zo de goede kant op te gaan, journalistiek gesproken dan, toen wij aan het ontbijt lusteloos bladerden door wat de concurrentie ons aan drukwerk uitgeserveerd had, deze zaterdag. Nu en dan werd de stilte onderbroken door een gesmoorde kreet: ,,Jakkes, dat ik heb vijf jaar geleden zelf al eens overgeschreven'', preciseerde de krasse kroniekschrijfster Elma Dusbaba aangaande een poging tot parodie inzake `De veldslag om het vrouwenboek'. Elders hekelde Jan Jansen van Gobbel, evenzeer chronisch chroniqueur van het eigentijdse leven, op ironische toon de geboorte van de zestienmiljoenste ironiserende column, een genre dat hij als geen ander kende. Vanaf de directie-ontbijttafel (voorzien van extra plakjes snijkoek) klonk het onderwijl calculerend: ,,Tsssss, moet dit nu vier miljoen op jaarbasis kosten? Ik hoop wel dat ze het uit het redactiebudget hebben gehaald.''

Juist op het moment dat ik vanachter mijn bord Brinta was opgestaan, om voor het eerst na zesentwintig jaar journalistieke pensioenopbouw mijn eerder zo lelijk in het water gevallen dappere daad daadwerkelijk door te drukken (dit keer was ik écht vastbesloten geweest mijn uitgestelde tirade over de metaalmoeheid van ons millennium alsnog af te steken en het roer in handen te nemen, teneinde het om te gooien in de richting van de open zee van de bevrijdende zelfspot, ja, in de richting van de cataracten der kriebelende kritiek), ja, juist op dát moment werd de aandacht afgeleid door Debbie Decheiver. Zij was onze carrièrecoach, benoemd door het Platform Nationale Millennium Celebratie, uit wiens hand wij allemaal aten, after all.

,,Het is zover'', riep ze opgewekt. Dat lieten redactie en directie zich geen twee keer zeggen. ,,Hoera'', juichten ze even voltallig als unisono, ,,paintball in de buitenlucht, da's pas enerverende journalistiek''. Het was niet mijn idee geweest, maar even later vonden we onszelf toch massaal terug aan de rand van het Toine van Mierlo-moeras, om onze paintball-spuiters in ontvangst te nemen. We werden verdeeld in twee kampen. Enerzijds de directie, in de blauwe pantserwagens en onder aanvoering van Walter Decheiver, mijn gelouterde collega, wiens inspirerende greep op de werkelijkheid ik zes jaar lang zo node had gemist, maar die er inmiddels flink op vooruit was gegaan sinds hij de weg naar hogere salarisschalen had weten te vinden. Anderzijds, in de verfdoorlatende rode hesjes, het journalistieke voetvolk dat die route nooit had weten te traceren, onder aanvoering van mijzelve, blijkbaar.

,,Walter'', riep ik aarzelend, ,,zullen we niet eerst de spelregels doornemen?'' Doch terwijl hij met een resoluut gebaar het luik van de Pers Media Concentratie pantserwagen dicht trok, riposteerde hij: ,,Ik praat met jou niet over geld, Daan. Zeker niet nu dat M&M nulnummer al zwaar genoeg op ons budget drukt, en we de M&M website nog moeten lanceren.'' Ten einde raad stotterde ik: ,,Maar ik weet niet hoe het spel gespeeld wordt, journalistiek gesproken dan''. Vanachter het gegrom van de rollende rupsbanden hoorde ik Walter nog net op doeltreffende toon vaststellen: ,,Is dat een bezwaar?''

Daar stonden we dan, als redactie, in onze verfdoorlatende hempjes, die lelijk bleken te knellen, zo over een beduimelde regenjas, dat attribuut bij uitstek van de journalist pur sang. Mijn troepen keken mij aan: ,,Hoe nu verder, Daan? Jij bent immers onze man voor het nieuwe millennium?'' Plotseling voelde ik een weldadige warmte opwellen vanuit mijn middenrif, een warmte die ik deze jaartelling nog niet eerder had gekend. Zo'n gevoel, vermoedde ik, was alleen gegeven aan hen die uitverkoren waren om op een kruispunt in de pelgrimstocht der mensheid en gewapend met niet meer dan een paintballspuit leiding te geven aan een beslissende slag om het Vrije Woord. Ik rechtte mijn schouders, wendde mijn steven richting de Pers Media Concentratie pantserwagen, waarvan de loop inmiddels beschuldigend naar ons wees, en riep: ,,Ik val aan! Volg mij!''

Even was het stil. Toen klonk het polyfone ploppen van de paintballspuiten der redactie. Raak! Zo begreep ik op het moment dat hun verfbommen mij vol in de rug troffen. Het spel was uit, daarover was geen misverstand mogelijk, zeker toen mijn troepen hun vaandelvlucht besloten met het joelen van: ,,Wij geven ons over. Gefeliciteerd directie, jullie hebben gewonnen.''

En zo kwam het dat ik hier nu met rugpijn en hartzeer het licht moest uitdoen, in de mannenslaapzaal van het Pers Media Concentratie Vakantiekamp. Donnerwetter, het werd aardedonker. Zou ik ooit nog de weg terug kunnen vinden?

(wordt vervolgd)

    • Daan Schrijvers