Alleen een wereldsport in Nederland

Vandaag wordt in Deventer de IJsselcup verreden, de strijd tussen de gewesten. In het nieuwe millennium dreigen de verschillen tussen de Nederlandse schaatsers en de buitenlandse nog groter te worden. ,,De ISU moet de noodklok luiden.''

In het nieuwe millennium wordt schaatsen nog meer een wereldsport in Nederland, vooral als gevolg van de toenemende commercialisering. Ab Krook, topsportcoördinator bij de Koninklijke Nederlandsche Schaatsbond (KNSB), onderschrijft die conclusie zonder aarzelen. ,,Voor steeds meer Nederlandse schaatsers komen er steeds meer faciliteiten. Bovendien krijgen ze steeds meer aandacht.''

Krook: ,,Op het WK vrouwen in 1979 in Keystone, op 2.700 meter hoogte, waren twee Nederlandse verslaggevers, één van het ANP en Theo Koomen. Vorige week hadden we hier de eerste wedstrijd; met zeven schrijvende journalisten erbij en twee camerateams. En waar hebben we het dan over? De Utrecht City Bokaal, een wedstrijdje waar kwalificatie voor een worldcup aan vastzit. Vroeger had je alleen de EK allround en de WK allround, maar geen WK afstanden en de sprint werd toen voor half aangezien. Nu worden zelfs de worldcup-wedstrijden op de voet gevolgd.''

Niet alleen neemt de belangstelling in Nederland voor het schaatsen toe, ook als gevolg van de voortschrijdende commercialisering in eigen land dreigt de kloof met het buitenland groter te worden. Krook: ,,Aan de ene kant is het mooi dat het hier zo goed gaat, aan de andere kant kan het ook geen kwaad om eens een groot kampioenschap te verliezen. Zoals we dat in de periode 1988-1994 wel eens van Koss deden. Maar we wonnen toen ook nog wel eens wat, bijvoorbeeld toen Falko Zandstra wereldkampioen werd in Hamar. Als je als Nederlander wint nadat je ook eens van een buitenlander hebt verloren, geeft dat je overwinning meer glans. Het is op de grote allroundtoernooien al jaren stuivertje wisselen tussen Postma en Ritsma. Als die winnen springen we een meter de lucht in, maar als we eens verliezen springen we bij een volgende zege misschien wel twee meter omhoog.''

Nadat Nederland elf medailles had gewonnen bij de Olympische Spelen in Nagano, beweerde de Amerikaanse sprintcoach in Nederlandse dienst Peter Mueller dat Nederlandse schaatsers in 2002 in Salt Lake City zeker vijftien medailles zullen oogsten; de helft van alle plakken die er te verdienen zijn. Volgens Krook is dat eerder realiteitszin dan grootspraak van de kampioenenmaker.

,,Zoals de ontwikkelingen nu zijn ziet dat daar inderdaad naar uit. Maar we moeten ook niet gaan slapen. In landen als Canada, Amerika, Noorwegen en Japan zijn ze goed in staat om binnen één of twee jaar aan de top te komen. Kijk maar naar Noorwegen. Daar hebben ze alles in huis; de know-how, het kader, de faciliteiten en goeie schaatsers zoals Ervik, die binnen twee jaar goud bij het allrounden zou kunnen halen. Als ze in Noorwegen een keer goed de spijker op de kop slaan..

,,En Amerikanen kunnen ook voor een verrassing zorgen; zeker voor de Spelen in eigen land kunnen die zich enorm oppeppen. Maar als je dan weer ziet wat voor moeite ze hebben moeten doen om een opvolger van Gerard Kemkers als bondscoach te krijgen. Er zijn nogal wat Nederlanders voor die functie benaderd. Er lopen hier genoeg goeie mensen die dat kunnen, ook in de gewesten. Maar die hebben meestal al een goeie baan en die gaan ze niet opzeggen voor een avontuur van een paar jaar met grote risico's voor weinig geld. Het verschil met voetbaltrainers die naar het buitenland gaan is dat je als schaatstrainer over de grens nauwelijks wat verdient.''

In Japan is alleen Hiroyasu Shimizu, olympisch kampioen op de 500 meter, een klasse apart. ,,Van trainingsvormen en techniek hebben de Japanners te weinig kennis'', zegt Krook, die voor de Winterspelen van 1992 bedankte voor de functie van bondscoach in Japan. Bij de Japanners zit volgens Krook ook hun mentaliteit progressie in de weg. ,,Ze durven zich niet te uiten en zijn vreselijk beleefd. Natuurlijk, Japanners zijn meesters in het kopiëren, maar trainingsprogramma's laten zich niet zomaar kopiëren.''

Aan geld en potentiële schaatstoppers is in Japan geen gebrek. ,,Er zijn jaren dat ze in de zomer meer dan honderd schaatsers voor zes tot acht weken naar Calgary sturen. En dat er veel talent is zag ik al toen ik begin jaren tachtig bij de WK sprint in Karuizawa was. Om van te smullen wat daar rondliep. Dat geldt ook voor China; je mond valt open als je ziet hoeveel conditie ze daar hebben. Maar daar houdt het dan ook mee op.''

In het voorjaar deed Krook op een conferentie in Helsinki oplossingen aan de hand om het schaatsen buiten Nederland een impuls te geven. Landen met een gebrek aan goede schaatsers, accommodaties, geld en kader moeten hun krachten bundelen. ,,Dan per continent trainingen organiseren waarbij je schaatsers en trainers uit `ontwikkelingslanden' samenbrengt. Haal de Europeanen naar Heerenveen; die schaatsers kunnen zich aan elkaar optrekken en in eigen land kunnen ze met hun trainers de opgedane kennis op anderen overbrengen.

,,In dat soort projecten zou de Internationale Schaats Unie (ISU) geld kunnen stoppen, met als voordeel dat die bestedingen dan `gelabeld' zijn. De ISU heeft er zo ook beter zicht op dat het goed terechtkomt dan wanneer geld per land wordt verdeeld. Buitenlandse schaatsers naar Nederlandse ploegen halen is geen lange-termijnoplossing. Dat heeft het gevaar in zich dat de basis in die landen voor het schaatsen nog smaller wordt.''

Eerder brak Krook een lans voor een internationaal trainingscentrum, ook een stokpaard van bondscoach Henk Gemser. ,,Je kunt ook aan mensen als Pfrommer denken en Wolters, oud-trainer van Gaetan Boucher. In elk geval moet de ISU, die de problemen onderkent, actie ondernemen. Het is vooral een kwestie van geld en dan heb je het niet over 100.000 gulden.''

De ISU moet de noodklok luiden, vindt Krook. Een goed begin zou volgens hem het instellen van een werkgroep kunnen zijn die binnen zes maanden met oplossingen komt om het schaatsen mondialer te maken. Hij beseft echter dat de ISU zo'n beslissing niet op een achternamiddag kan nemen. ,,Mijn roeibootje dat ik hier achter in het water heb liggen heb ik zo omgedraaid, maar de ISU is een tanker die maar moeilijk van koers verandert.''

    • Ward op den Brouw