Advocaten

In `Advocaten mogen zich niet beroepen op de mazen in de wet' heeft de redactie de juiste kop gegeven aan het oeverloze gewauwel van H.J.R. Kaptein op de opiniepagina van 1 november. Een advocaat die zich ergens, wat dan ook, niet op mag beroepen is immers geen advocaat. Kapteins zogenaamd genuanceerde betoog houdt in dat de advocaat soms op de stoel van de rechter moet gaan zitten. Soms. Maar wanneer dan? Daarop heeft Kaptein natuurlijk geen antwoord. Dit maakt zijn stuk wel erg goedkoop en hetzelfde geldt voor zijn beschuldiging aan het adres van de advocaat Korvinus, die verantwoordelijk zou zijn voor de daad van zijn cliënt. Zelfs de Orde van Advocaten is volgens Kaptein aan de daad van die cliënt mede schuldig, want de Orde had beter moeten nadenken over beroepsethiek. Onder beroepsethiek verstaat Kaptein dan de vraag welke regels `moreel en menselijk' genoeg zijn om daarop een beroep te doen. Zo raakt Kaptein zonder het te merken verzand in de schimmige, moreel en juridisch volstrekt ondoorzichtige wereld waaraan wij ons sinds het bestaan van de rechtsprekende dorpsoudste hebben proberen te ontworstelen. Het valt nog te bezien hoe blij de advocatenhater Kaptein er eigenlijk mee zal zijn als wezenlijke beslissingen, zoals door hem bepleit, door advocaten zelf zouden worden voltrokken.

    • P.F. Keuchenius