Werkgeversvoorman stelt eisen

Het kabinet moet zorgen voor een begrotingsoverschot van 1 procent, de WAO dient een basisvoorziening te worden zoals de AOW, en de overheid dient op afstand te blijven. Met deze eisen treedt J. Schraven vandaag aan als voorzitter van werkgeversvereniging VNO-NCW.

Schraven, tot voor kort president-directeur van Shell Nederland, volgt vandaag J.H. Blankert op die voorzitter wordt van de sportkoepel NOC*NSF.

De nieuwe werkgeversvoorzitter meent dat met de huidige staatsschuld, die 520 miljard gulden bedraagt, ,,de solidariteit tussen de generaties op de proef stelt'', doordat de rentelasten ,,steeds meer geld opslorpen''. Het kabinet zou een beleid moeten voeren dat zich richt op een jaarlijks begrotingsoverschot van ten minste 1 procent, vindt Schraven. ,,Als we zo'n beleid consequent volhouden, dan is de staatsschuld over 10 jaar al 120 miljard lager. Gaan we uit van de huidige rentestand, dan betalen u en ik 6 miljard gulden minder rente per jaar.''

Ook de stijging van het aantal arbeidsongeschikten met een uitkering is Schraven een doorn in het oog. Hij beschouwt de 900.000 WAO'ers – ,,meer dan waar ook ter wereld''– als doorgeschoten overheidshandelen om de bescherming van de burger op zich te nemen. ,,Maar het aantal `zwakkeren' is in de loop der tijd sterk verminderd, terwijl de overheid toch steeds meer ging doen.''

Wat Schraven betreft moeten burgers zelf hun keuzes maken. ,,Dat veronderstelt wel dat we accepteren dat er soms verschillen ontstaan als het gaat om voorzieningen waarover nu de collectiviteit waakt.'' Aldus zou de WAO moeten worden omgevormd tot een basisvoorziening waarbij werknemers zelf hun aanvullingen regelen. ,,Dat gaat bij onze oudedagsvoorziening ook prima: de AOW als basis, met daarbovenop het pensioen.''

De nieuwe werkgeversvoorman wil de rol van de overheid verkleinen. Volgens hem houden steeds meer ondernemers rekening met consumenten die willen dat bedrijven zich `maatschappelijk verantwoord'gedragen. De markt speelt daar vervolgens op in en ,,de overheid kan dus op afstand blijven''. Ook heeft de overheid volgens Schraven een bescheiden rol als het gaat om de arbeidsvoorwaarden die in toenemende mate individueel worden vastgesteld.

,,Het begrip marktwerking lijkt uit de mode in politiek Den Haag'', signaleert Schraven. ,,Ook internationaal lopen tegenstanders te hoop tegen de verdere vrijmaking van de wereldhandel. Dit lijkt mij een tijdelijk verschijnsel. We staan nog maar aan het begin van een ontwikkeling. De markt is geen ideologisch speeltje, maar een feit.''