Vijf zware jaren voor Rwanda-tribunaal

Vijf jaar nadat de Verenigde Naties het Rwanda-tribunaal hebben ingesteld, is nog niet eenvijfde van de 38 verdachten veroordeeld. Feilen en verdiensten van een verguisd instituut.

Zeven massamoordenaars heeft het Rwanda-tribunaal tot dusverre veroordeeld. Bijna 450 miljoen gulden heeft die rechtsgang gekost, 65 miljoen gulden per vonnis. En er is wel meer aan te merken op het strafhof dat maandag vijf jaar geleden werd opgericht.

Instelling van het tribunaal was een doekje voor het bloeden. Het strafhof als schaamlap voor falend beleid. De VN hadden het Rwandese bloedbad kunnen voorkomen waarbij 800.000 Tutsi's en gematigde Hutu's tussen april en juli 1994 afgeslacht werden. Ze hadden troepen moeten sturen, verklaarde de voormalige commandant van de internationale vredesmacht in Rwanda vorig jaar voor het strafhof. Maar de VN verzuimden in te grijpen. Het tribunaal moest zorgen dat de hoofdschuldigen tenminste niet vrijuit zouden gaan.

De eerste jaren van het strafhof verliepen rampzalig. Een intern rapport van de Verenigde Naties hekelde begin 1997 het wanbeleid en de verspilling bij het strafhof. ,,Geen enkele administratieve afdeling functioneert effectief.'' Zesentwintig maanden duurde het voordat de eerste verdachte voorgeleid kon worden. Ruim een jaar geleden spraken de rechters hun eerste veroordeling uit.

Gebrek aan geld, aan internationale ondersteuning, aan organisatievermogen. Dat waren de redenen voor de moeizame start van het tribunaal, zegt prof. Willem van Genugten, hoogleraar internationaal recht aan de Katholieke Universiteit Brabant. Een hoofdrol speelde ook de keuze van het stoffige Noord-Tanzaniaanse stadje Arusha als vestigingsplaats.

,,De rechtvaardigheid verlangt dat de processen plaatshebben op neutraal grondgebied'', had de toenmalige secretaris-generaal van de VN, Boutros Boutros-Ghali, geoordeeld. Dus Rwanda viel af. De VN geloofden niet dat verdachten in een getekend en wraakzuchtig Rwanda een eerlijk proces konden krijgen. Rwanda vond dat ze de schuldigen best zelf kon berechten. Ook het besluit van de internationale gemeenschap om veroordeelden maximaal levenslang te geven en de doodstraf uit te sluiten was een belediging voor het Rwandese rechtsgevoel.

Voorstellen om het tribunaal dan maar te vestigen in een hoofdstad van een van de buurlanden, stuitten stuk voor stuk op politiek verzet. De keuze voor Arusha was er één uit armoe, ook al werd ze verkocht als `symbolisch'. Vestiging in het betonnen conferentiecentrum van Arusha zadelde het strafhof met een groot aantal handicaps op. Verdedigers klaagden dat ze hun stukken 's avonds bij kaarslicht moesten lezen omdat de stroom zo vaak uitviel. Telefoonverbindingen werkten alleen bij hoge uitzondering. Ook bleek het lastig hooggekwalificeerde juristen te vinden die zich een aantal jaren willen begraven in een afgelegen negorij.

Als reactie hielden de Verenigde Naties tweeënhalf jaar geleden grote schoonmaak bij het tribunaal. Sindsdien zijn de klemmendste klachten verstomd. Maar de mensenrechtenorganisatie Amnesty International klaagde vorig jaar nog dat het tribunaal nog steeds inefficiënt en veel te traag is. Een Zweedse rechter en een Deense onderaanklager stapten onlangs op omdat ze het wanbeheer en de incompetentie niet konden verdragen. De Nigeriaanse hoofdgriffier Agwu Okali schilderden ze af als machtswellusteling.

Ook de praktische problemen zijn de wereld nog niet uit. Er is gebrek aan deskundige vertalers en assistent-griffiers, zei de Russische rechter Jakov Ostrovski een maand geleden. Ook aan basisvoorzieningen, zoals papier voor de 650 werknemers, bestaat met regelmaat tekort.

Toch vindt hoogleraar Internationaal recht Willem van Genugten dat het Rwanda-tribunaal de afgelopen jaren grote vooruitgang heeft geboekt en de toets der kritiek inmiddels kan doorstaan. Dat is volgens hem vooral te danken aan de sterk gegroeide bereidheid van de internationale gemeenschap om het tribunaal te ondersteunen. Ruim twintig, overwegend Westerse, landen zorgden ervoor dat het strafhof zich niet langer achter het excuus van geldgebrek kan verschuilen. Afrikaanse landen werkten mee aan het aanhouden en uitleveren van de verdachten, waarvoor bilaterale verdragen moesten worden aangepast en nationale wetgeving opgesteld.

Een van de grote verdiensten van het strafhof vindt Van Genugten dat het toch maar gelukt is om alle kopstukken van de genocide te pakken te krijgen. Zoals premier Jean Kambanda, die inmiddels tot levenslang is veroordeeld. Zoals tien van zijn ministers. Het Joegoslavië-tribunaal moest tot dusverre noodgedwongen met de kleinere jongens volstaan.

Het strafhof in Arusha heeft rechtsgeschiedenis geschreven, zegt de Tilburgse hoogleraar. De gewezen burgemeester van Taba, Jean-Paul Akayesu, kreeg vorig jaar levenslang voor het aanzetten tot genocide. Voor het eerst in de historie werd iemand voor massamoord veroordeeld. Drie andere verdachten van genocide zijn Akayesu inmiddels gevolgd.

Het Rwanda-tribunaal heeft volgens Van Genugten ook de weg gebaand voor de instelling van een permanent internationaal tribunaal waar massamoordenaars en oorlogsmisdadigers berecht kunnen worden. Sinds 1947 overlegde de International Law Commission al over de opzet van zo'n strafhof. ,,Zonder Rwanda-tribunaal'', meent Van Genugten, ,,zou die discussie nog jaren hebben doorgezeurd.''

De hoogleraar ziet ook wel de beperkingen van het Rwanda-tribunaal. Over de afschrikwekkende werking van het strafhof is hij ,,lichtelijk cynisch''. Daarvoor zijn sinds de genocide in Rwanda nog te veel gruweldaden in het Grote meren-gebied gepleegd. En daar niet alleen.

Ook gelooft hij niet dat de processen in Arusha bijdragen aan verzoening en verwerking in Rwanda, wat oorspronkelijk wel degelijk een doel was. Door de gebrekkige communicatiemiddelen weten de meeste Rwandezen niet eens van de rechtszittingen in het naburige maar tegelijkertijd verre Tanzania. Een ambitieus plan om de processen op een levensgroot scherm in de Rwandese hoofdstad Kigali te vertonen, heeft het nooit gehaald.

En ,,zeker'', zegt Van Genugten, het tribunaal heeft ook tot rechtsongelijkheid geleid. Terwijl de 38 hoofdverdachten van de genocide in royale cellen verblijven, de beste rechtskundige bijstand hebben en alleen maar kunnen worden veroordeeld tot levenslang, zitten in Rwanda nog ruim 125.000 vermeende handlangers en meelopers gevangen, velen al jaren, onder primitieve condities. Hen kan een veroordeling op de doodstraf komen staan.

    • Dick Wittenberg