Uit het lood

Said ontvangt prijs

De eerste Internationale `Spinoza-lens' voor een intellectuele bijdrage aan ethisch-maatschappelijke bezinning, is toegekend aan de Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper en politiek filosooof Edward Said. De prijs – een `op het lenzenslijpen geïnspireerd' beeld van Joseph Semah en vijftigduizend gulden – wordt op 24 november uitgereikt door Marcel Möring namens de Stichting Internationale Spinozaprijs. Ook ontvangt Said het eerste exemplaar van het boek Edward Said, denker over grenzen, een uitgave van Boom. Het bevat een inleiding van Lolle Nauta, een interview met Said en de tekst van de lezing die hij bij de prijsuitreiking zal houden.

De tweejaarlijkse Spinoza-lens is een initiatief van de weekbladen Intermediair, De Groene Amsterdammer en de Vereniging het Spinozahuis. De prijs heet Spinoza-lens om verwarring te voorkomen met de Spinoza-premie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De jury, bestaande uit onder anderen de filosofen Herman De Dijn en Hans Achterhuis, werd geleid door Lolle Nauta, emeritus-hoogleraar Wijsbegeerte aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Vrije academische dicussie heeft tot de keuze van Edward Said geleid, vertelt Groene-redacteur Antoine Verbij. ``De jury heeft uiteindelijk met algemene instemming tot Said besloten. Hij beantwoordt uitstekend aan het criterium dat we hanteren: de laureaat moet zijn sporen verdiend hebben door zijn bijdrage aan het debat over de ethische grondslagen van de samenleving.'' Toch noemt Verbij de kandidaat `pikant': ``Spinoza was joods en Said is een Palestijn. Spinoza beschouwde zichzelf echter als een `niet-joodse jood', en Said heeft zichzelf overeenkomstig een `niet-palestijnse Palestijn' genoemd.'' Het geld van de prijs is niet noodzakelijk bestemd voor onderzoek, Said mag het naar eigen inzicht besteden.

Van Oorschot verdedigt vaste boekenprijs

De Amsterdamse uitgever Wouter van Oorschot heeft een pamflet geschreven waarin hij de Nederlandse vaste boekenprijs verdedigt, De vaste boekenprijs en de losse flodders van de Consumentenbond (Van Oorschot, ƒ19,90). Daarin zet hij de argumenten voor de vaste boekenprijs uiteen en probeert hij de argumenten tégen te ontzenuwen. Van Oorschot heeft het daarbij vooral gemunt op Felix Cohen, de voorzitter van de Consumentenbond, die hij een `cultuurbarbaar in schaapskleren' noemt die `zich beroepend op het onderbuik-gevoel van de massa, meent uitgevers van elitarisme te mogen beschuldigen'.

Van Oorschot besloot naar eigen zeggen zijn pamflet te schrijven na de teleurstellende ervaring met het NCRV-programma Rondom Tien, waarin op 9 september over de vaste boekenprijs werd gediscussieerd. ``Ik dacht naïef dat dat een serieus praatprogramma was'', aldus de uitgever, ``het bleek drie kwartier sappige kift-tv waarin beneden de maat geargumenteerd werd.'' Met het pamflet wil hij het debat op een hoger niveau brengen en voor een groter publiek duidelijk maken dat het gaat om de toekomst van `het boek als cultuurgoed'.

Van Oorschots belangrijkste argument voor de vaste boekenprijs is dat die een breed aanbod van boeken garandeert. Met de winst op bestsellers kunnen minder goed verkopende maar ten minste zo belangrijke specialistische boeken worden gefinancierd. Volgens Felix Cohen van de Cosumentenbond is het `niet eerlijk dat het grote publiek moet betalen voor het in stand houden van een breed aanbod waar het toch geen interesse voor heeft'. Daar stelt Van Oorschot tegenover dat dankzij de `arrogantie van de uitgever' en de vaste boekenprijs minder goed verkopende schrijvers zich hebben kunnen ontwikkelen. Als voorbeeld noemt Van Oorschot A. Alberts, die niet bijster goed verkocht, maar uiteindelijk, in 1995, wel de P.C. Hooftprijs ontving.

Het voortbestaan van de vaste boekenprijs is onzeker; het boekenvak kreeg in 1997 ontheffing (tot 2005) van het nationale verbod op prijsafspraken, maar zowel voor als tegenstanders vermoeden dat de vaste prijs al eerder zal bezwijken. ``Als dat gebeurt heb ik tenminste gezegd hoe ik erover denk,'' zegt Van Oorschot. Hij verwacht dat met het wegvallen van de vaste prijs de uitgevers zich vooral zullen richten op bestsellerauteurs om het bedrijf draaiende te houden; minder goed verkopende auteurs zullen de moed opgeven en de onafhankelijke, breed gesorteerde boekhandels een voor een verdwijnen. Van Oorschot: ``De culturele voordelen van de vaste boekenprijs wegen ruimschoots op tegen de economische nadelen. Een grote meerderheid van de Tweede Kamer èn de lezers vinden dat nog steeds. Alleen een paar mensen die slechts geïnteresseerd zijn in een grijpstuiver-voordeel en niet in het boek als cultuurgoed denken er anders over.''

Het auteurshonorarium van zijn pamflet geeft Van Oorschot aan het Amerikaanse comité dat strijdt voor de Indianenleider Leonard Peltier. Peltier werd in 1976 op basis van volgens het comité vervalst bewijsmateriaal veroordeeld tot tweemaal levenslang voor de moord op twee FBI-agenten en wordt sindsdien vastgehouden.

Mulisch bij Donald Duck

In het stripblad Donald Duck van deze week (nr.44) worden de Nederlandse letterkunde en literaire bestseller-auteurs als Harry Mulisch en Connie Palmen op de korrel genomen. In het openingsverhaal De cultuurbarbaar probeert de cultureel-correcte Katrien aan Donald wat cultuur bij te brengen. `Ik wil dat je goede BOEKEN gaat lezen!' Want op feestjes staat Katrien voor schut met een cultuurbarbaar als minnaar: `Toen iemand jou vroeg wat je vond van de beroemdste roman van Harry Muesli, De ontdekking van de Zemel, antwoordde jij: `Veel te dik'. Vervolgens zien we een schuldbewuste Donald Duck lezend in de boeken E.I. van Connie Palmboom,in De ochtenden en in Terug naar Gansdorp.

Tot zover lijkt het verhaal een pleidooi voor het lezen van goede boeken, maar het eindigt als een poging om de barrières tussen hoge en lage cultuur te slechten. De schrijvers uit Duckstad op het literaire feestje dat Katrien en Donald bezoeken, blijken namelijk helemaal niet graag over kunst en literatuur te praten. `Dat gebluf hangt ons de keel uit. Laten we het eens over VOETBAL hebben', zegt een van de schrijvers, of over `knokfilms en ijshockey' – allemaal onderwerpen waar Donald warm voor loopt, maar waar hij zich niet mee bezig mocht houden van Katrien. Welke invloed heeft zo'n verhaal op de kinderziel? Meer over het `Duckdenken' op pagina 7.

    • Martijn Meijer