Tussen genade en zwaartekracht

Waar de provinciale weg het kanaal kruist, daar zoekt Bouke Oldenhof het drama voor zijn intieme toneelstukken.

Kijkt toneelschrijver Bouke Oldenhof (Steenwijkerwold, 1957) uit het raam aan de voorkant van zijn huis in Friesland, dan ziet hij een brug. Nu een hedendaagse klap- of wipbrug, ooit een rolbrug. Naar die brug vernoemde hij zijn eerste toneelstuk, het wondermooie en melancholieke Rolbrug (1993). Gunt hij zich een blik door het zijraam in westelijke richting, dan ligt daar het buurtschap Hanebuurt. Aan dit handjevol huizen aan de rand van het dorp Tynje voorbij Heerenveen droeg hij het volgende toneelstuk op, Hanebuurt (1997). Weer verderop, een paar honderd meter, ligt een ander buurtschap, Kooibos. Het is tevens de titel van Oldenhofs derde toneelstuk, ook uit 1997.

,,Kooibos'', zegt de toneelschrijver, ,,ligt veel verder weg. Misschien wel vijfhonderd meter hiervandaan.'' Voor Oldenhof, die zijn onderwerpen dicht bij huis zoekt, is dat inderdaad ver. De verbouwde boerderij waarin hij woont, ligt verlaten in het land. De reclame van een biermerk is aan de gevel bevestigd, `Café Rolbrug' staat erop. Oldenhof kan bogen op een klein, sober gemeubileerd dranklokaal onder het dak van zijn eigen huis. Wekelijks komen hier buurtbewoners bijeen die bridgen, die lid zijn van de sneldraverij dan wel dressuurvereniging. Oldenhof treedt op als barkeeper. Hier hoort hij de mannen en vrouwen praten over hun leven. Op een keer schoof een man van de sneldraverij naar hem toe: ,,Die mensen van de paardendressuur, meneer, dat is een heel andere wereld.''

In dit café ook deed hij de inspiratie op voor het gelijknamige toneelstuk Rolbrug. Een man en een vrouw zitten tegenover elkaar aan een kroegtafeltje. Van alles willen ze elkaar laten weten. Over zoals het vroeger was. Hun dromen, verlangens, ouders, het werk in de Friese dorpen. Maar hun taal schiet tekort, ze kunnen de woorden niet vinden voor het onbenoembare. Het verstrijken van de tijd, bijvoorbeeld, het verloren gaan van de vertrouwde wereld van toen. De zinnen waarin ze praten zijn kortaf, bokkig en hoekig.

In de zondagse kamer van het huis, eens de kleine slijterij van het café, vertelt Oldenhof over zijn verrassende ontdekking van het toneelschrijven. ,,Mijn eerste lessen dramaturgie en schrijven kreeg ik in Groningen van Rob de Graaf, de tektschrijver en acteur van het Amsterdamse gezelschap Nieuw-West. Wij irriteerden elkaar. Ik vond hem te weinig aards, te verheven, misschien te Randstedelijk. Ik had ook iets van een minderwaardig gevoel jegens hem; als noorderling moet je altijd twee klassen beter zijn. Hij raadde me aan mijn onderwerp dicht bij huis te zoeken. Dat heb ik gedaan met Rolbrug. Ik schreef het stuk in enkele vlagen van vier avonden. Opeens was het klaar. Ik had mijn oor te luisteren gelegd in de kroeg hier. Hoe mensen met elkaar praten fascineert me, ik schrijf zinswendingen op. Vaak begint een toneelstuk met taal. Zo hoorde ik onlangs een vrijgezel antwoorden op de vraag of hij het jammer vond dat hij nooit een vrouw had gehad: `Het had mij vrij fijn gevonden zijn.' Een schitterende zin; onaf, die herhaling van de ij-klanken en dan die mogelijke verspreking van `vrij' waarin het woord `vrijen' schuilt.

Lomp

,,Ik ben een aards schrijver. Ik geloof in de weergave van kleine alledaagse gesprekken, van die flarden van zinnen waarin toch veel emoties schuilen. `Lomp' is misschien de beste benaming voor mijn stijl, voor mijn personages. Ze zijn lomp en onhandig. Wat doen de mensen zoal? Ze eten, kijken televisie, winkelen, raken elkaar onhandig aan en noemen dat het grootste geluk. Ik schrijf nu een stuk over die overweldigende ervaring die eerste liefde heet. Wat is dat nu precies? Een kleffe tong duwt zich tegen de jouwe, klamme kussen, rommelige bewegingen en vingers in gevecht met een ritssluiting of zoiets. En toch ben je van de wereld.

,,Ik schrijf zo kaal en eerlijk mogelijk, breng mijn personages op de rand van de schaamte. Dan ontstaat vanzelf iets dat abstract heet te zijn, universeel. Zodra mensen zich in een personage of in een dialoog herkennen, wordt het universeel. Ik vroeg laatst aan een man hier van het dorp over de `vrijages' van toen. `Nou, gewoon in het kippenhok', antwoordde hij. `Tussen rotzooi, op de grond?' vroeg ik. `Nee, staande.' Ik ben een dialecticus, daarom kan ik geen poëzie of een roman schrijven. Zodra ik iemand iets verhevens hoor vertellen over de liefde of wat dan ook, trek ik dat door enkele vragen weer naar de aarde. Toneel is hiervoor de perfecte vorm; ik wil ritme aan de tekst geven, vaart, snelheid. Dat de woorden en emoties heen en weer schieten. Zo gaat het in de werkelijkheid ook. Mijn beschouwing van de wereld is aards.''

Het zoeken van de onderwerpen om de hoek heeft Bouke Oldenhof gemeen met Jos Thie, artistiek leider en regisseur van het Friese gezelschap Tryater. Met hem maakte hij het fabuleuze voetbalspektakel Abe! (1995) over de legendarische voetballer Abe Lenstra. Vijf avonden voetbalden de toneelpersonages in het Abe Lenstrastadion voor vijfduizend toeschouwers. Ondanks de reusachtige afmetingen van deze theaterzaal wisten Oldenhof en Thie de sfeer intiem te houden. De Kameleonhelden Hielke en Sietse waren er, twee jongens die op de lege grasmat een kievitsei vonden. Afgelopen zomer was op het zomerfestival Oerol op Terschelling de bewerking door Oldenhof en Thie van Ibsens drama Peer Gynt te zien, gespeeld in de grootse ruimte van duinen, zee, zand. Ook Peer Gynt haalde Oldenhof dichtbij: moeder Ase was het Stryper Wyfke, een historische figuur op het eiland. Het meisje op wie Peer verliefd wordt was er een van Cupido, een veel voorkomende familie op Terschelling. Hun taal was het Midslandse dialect. En Cupido is ook het kleine godje van de liefde, dat zijn vurige pijlen richt op het hart van gelieven. Zo vinden het aardse en het verhevene elkaar weer.

Tryater speelt nu in de regie van Jos Thie het toneelstuk De Rafaëls van de Vlaamse schrijver Filip Vanluchene. Oldenhof bewerkte dit katholieke stuk over drie vrouwen op het platteland die, ieder op haar eigen manier, naar het hogere streven. Anne met haar zuivere stem wil uitdrukking geven aan de hemelse viering door met haar koor het `Panis Angelicus' te zingen op Maria Hemelvaart. De andere vrouw verzorgt bloemen, de derde is een zwerfster. Anne wordt door haar beide vriendinnen teruggetrokken naar de aarde, ze halen haar door het slijk. Oldenhof: ,,Een katholiek stuk als dit kun je in Friesland maar in drie plaatsen situeren: Blauwhuis, Roodhuis of Bakhuizen. Ik koos voor Blauwhuis, een katholieke enclave. Anne hongert naar de religieuze extase. Het welbewust lompe gedrag van die andere twee drukt haar in de modder. Voor mij is dit gegeven herkenbaar: de mens die zweeft tussen genade en zwaartekracht. Er zit veel zwaarte in dit stuk; Anne heeft een man van 150 kilo, de zwerfster sjouwt rond met een tas vol stenen. Bovendien lijdt ze aan vallende ziekte. De vrouwen spelen de voorstelling in een groezelige atmosfeer tegen de achtergrond van een weidse, hemelse wolkenlucht. In het openingsbeeld is Anne slechts gekleed in een versleten onderjurk. De staat van zuiverheid waarnaar ze zoekt, zal ze nooit bereiken. Alles trekt haar omlaag, dat is haar drama.''

Gebabbel

Oldenhof is geen `writer's writer'. Hij wil, zoals het heet in Hanebuurt, schrijven over `kleine mensen en hun grote liefde'. Het land rondom hen is `vlak tot aan de horizon'. Een van de personages zegt: ,,Daar kruist de provinciale weg het kanaal, ik zou er veel over kunnen vertellen.'' Die kruising tussen weg en kanaal is juist de plek waar Café Rolbrug staat. Oldenhof voelt zich het meest verwant met Anton Tsjechov: ,,Ik houd van zijn volstrekte helderheid, het gebabbel van zijn mensen, waarachter zich tragedies verbergen. Hij heeft een amorele kijk op de mensen, dat boeit me. Shakespeare probeert slechte mensen altijd begrijpelijk te maken. Tsjechov bespaart zich die moeite. Hij toont hen in hun volle naaktheid. Zo is er die scène van de vrouw die hevig verliefd is op een man. En die man zegt alsmaar: `Over honderd jaar zal de wereld beter zijn.' Wat heeft die vrouw daaraan? Zij wil de liefde nu.

,,Een acteur kan tijdens het spelen niet denken of hij wel een pak melk in huis heeft voor morgen. Toneel is de kunstvorm van het ene ogenblik. Ik denk dat daaruit een soort verlangen naar naïviteit spreekt, naar het schuldeloos ervaren van het moment dat je leeft. Mensen zijn in mijn stukken, net als bij Tsjechov, druk doende hun verleden te verwerken en grootse plannen te maken voor de toekomst. Maar ze vergeten die paar tellen dat ze leven. De verwondering daarover zijn ze verleerd. Toen mijn dochtertje haar eerste stappen zette, was dat voor haar een ongelooflijke overwinning. Wat een sensatie. Ik keek ernaar en dacht: `Hoeveel stappen doe ik niet dagelijks zonder het te beseffen.' Hier in Friesland heb ik de rust en ruimte om die naïviteit terug te winnen. Als ik in Amsterdam ben, word ik volgeslagen met indrukken. Geluiden, drukte, geuren. Ik neem alles waar, niets ontgaat me. Wanneer de ganzen overtrekken, weet ik dat het winter wordt. In de stad is het verstandig aan andere zaken te denken dan aan overvliegende ganzen.''

`Kooibos' van Bouke Oldenhof is te zien t/m 18/11 in diverse theaters. Inl.: 't Bosch, 020-4211221. `De Rafaëls' in de bewerking van Oldenhof, regie Jos Thie, gaat in november en december op tournee in Friesland. Inl.: Tryater, 058-2882335.

    • Kester Freriks