Toch meer geld voor wachtlijsten

Het geld dat de thuiszorg dit jaar overhoudt voor hulp aan terminale patiënten mag worden gebruikt voor het helpen van de meest acute gevallen op de wachtlijsten. Dat heeft staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn) gisteren afgesproken met de gezamenlijke zorgverzekeraars.

Aanleiding voor het overleg was een uitspraak van de Utrechtse rechtbank, die vorige week bepaalde dat verzekeraar Anova vier vrouwen die al meer dan vijf maanden wachtten op thuiszorg binnen een week van hulp moest voorzien. De rechter oordeelde dat de `redelijke wachttijd' in deze gevallen was overschreden. Anova heeft vandaag besloten tegen de uitspraak in beroep te gaan. Het bedrijf wil weten wat volgens de rechter een redelijke wachttijd is.

De zorgverzekeraars zijn het met Vliegenthart eens dat het extra geld dat volgend jaar voor verpleging en verzorging extra beschikbaar is (425 miljoen gulden) voldoende is voor de aanpak van de wachtlijsten. Voor dit jaar was er in de thuiszorg ruim honderd miljoen gulden extra beschikbaar voor het wegwerken van de wachtlijsten. Zorgverzekeraars Nederland gaat op korte termijn na of dit geld daar ook volledig aan wordt besteed, zo is gisteren afgesproken. Het extra geld voor de komende zes weken krijgen de thuiszorgbedrijven pas als ze kunnen aantonen dat ze genoeg personeel hebben om het voor 1 januari te kunnen besteden.

Dat geld is afkomstig uit het budget voor hulp aan terminale patiënten. Naar verwachting blijft van de in totaal 60 miljoen gulden die hiervoor beschikbaar is dit jaar zo'n 10 tot 15 miljoen gulden over. Van Vliegenthart mogen de zorgkantoren dit geld alsnog inzetten voor het helpen van de meest acute gevallen op de wachtlijsten voor thuiszorg. Geld dat overblijft bij instellingen die niet over voldoende personeel beschikken mag worden overgeheveld naar bedrijven die wel voldoende mankracht hebben maar niet genoeg geld. Met name in de randstad kampt de thuiszorg met een personeelstekort, terwijl instellingen elders genoeg medewerkers hebben.