Thuizorg trekt profijt van vonnis

Na een rechterlijke uitspraak heeft staatssecretaris Vliegenthart plots wèl extra geld voor de wachtlijsten in de thuiszorg.

Binnen een week krijgen de gevolgen van een uitspraak van de Utrechtse rechter, die in principe slechts betrekking had op vier vrouwen in de regio Utrecht, een landelijk staartje. De rechter bepaalde vorige week vrijdag dat zorgverzekeraar Anova de vier vrouwen op straffe van een dwangsom binnen een week van thuiszorg moest voorzien. Gisteren kregen de gezamenlijke verzekeraars van staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn) extra geld voor de komende zes weken om overal in het land de meeste urgente gevallen snel te kunnen helpen. Opmaat hiervoor was de eenmansactie van een Limburgse thuiszorgdirecteur, die naar aanleiding van het Utrechtse vonnis aankondigde direct zijn wachtlijst te gaan wegwerken en de rekening voor het benodigde extra personeel te zullen doorsturen naar de verzekeraar.

Heeft het Utrechtse vonnis geresulteerd in een kentering in de aanpak van de wachtlijsten? Dat niet. In totaal staan zo'n 23.000 mensen op de wachtlijst voor thuiszorg, en slechts een klein deel van hen zal met het extra geld kunnen worden geholpen. Zo bezien is Vliegentharts toezegging een kleine stap, zegt directeur F. Clevers van de Landelijke Vereniging voor Thuiszorg. ,,Maar in principiële zin is het belangrijk. Het is haar eerste reactie op een uitspraak die iedereen op een ander been heeft gezet. Want, zegt de rechter, geldgebrek mag geen reden zijn dat mensen hun zorg niet krijgen.''

Zorgverzekeraars en thuiszorginstellingen gaan nu eerst bekijken hoe ze het extra geld voor de komende zes weken gaan besteden. Willen instellingen in staat zijn die extra hulp te geven, dan hebben ze in korte tijd veel extra personeel nodig. De vraag is of ze dat kunnen vinden. Zoniet, dan krijgen ze ook het geld niet en worden er niet meer wachtenden geholpen.

Verder zetten alle partijen het overleg voort over een structurele aanpak van de wachtlijsten. Het budget voor volgend jaar ligt al vast. Zorgverzekeraars en Vliegenthart zijn het erover eens dat dat in principe genoeg is, dus het is niet te verwachten dat ook op de lange termijn meer geld komt. Daarom moeten de zorgkantoren de thuiszorg aanzetten tot grotere efficiency, zo is gisteren afgesproken. Niet alleen de instellingen zullen geen automatische vergoeding voor de maximum-tarieven meer krijgen, de verzekeraars zullen ook lagere tarieven gaan hanteren als blijkt dat daarmee kan worden volstaan. Uit een vergelijkend onderzoek tussen de instellingen is namelijk gebleken dat de ene instelling voor eenzelfde bedrag veel meer zorg kan leveren dan de andere.

De Utrechtse rechter heeft verder bepaald dat verzekeraars de hulp `binnen een redelijke termijn' moeten verstrekken. De komende tijd moet duidelijk worden wat voor de verschillende patiënten een aanvaardbare termijn is. Voor huishoudelijke hulp bijvoorbeeld vinden de verzekeraars een wachttijd van dertien weken niet te lang. Volgens de laatste cijfers wachten nu zo'n twaalfduizend mensen gemiddeld drie maanden op huishoudelijke hulp en zo'n achtduizend mensen gemiddeld 4,5 maand op `alphahulp', zeer eenvoudige huisdhoudige hulp.

De verzekeraars, door de Utrechtse rechter aansprakelijk gesteld voor de aanpak van de wachtlijsten, lijken intussen aan het langste eind te trekken in het getouwtrek met de staat. De Utrechtse rechter oordeelde dat verzekeraars zich niet konden beroepen op een te krap budget, dan moesten ze maar wat harder zeuren bij de staat. Deze week had dat onverwacht snel resultaat. Maar in de toekomst zullen de verzekeraars scherper moeten gaan onderhandelen met de hulpverleners om binnen het budget te blijven.