`Stel regels voor ex-bewindslieden'

Bestuurskundige Hoetjes is voor een concurrentiebeding voor ex-bewindslieden om te voorkomen dat ze commercieel werk op hun vroegere terrein verrichten.

Kritiek op de handelwijze van oud-staatssecretaris J. Gmelich Meijling (Defensie) is er bij vrijwel alle Tweede-Kamerfracties. Minder helder is of er iets tegen zijn gedrag is te doen.

Meijling lobbyt voor een Israelisch defensiebedrijf dat meedingt naar een opdracht die hij zelf voorbereidde, zo werd gisteren bekend. ,,Bedenkelijk'', meent het CDA. ,,Afgelopen'' moet het zijn, aldus de PvdA. Andere partijen kiezen soortgelijke woorden.

Ook op het ministerie van Defensie bestaat al langer ongemak over het nieuwe werk van Gmelich Meijling. Na zijn vertrek als staatssecretaris van Defensie in het eerste paarse kabinet (1994-1998), werd al vrij snel bekend dat hij zich ging inzetten voor de defensieindustrie. Daarmee bleef hij werken op het terrein dat hij als bewindsman in portefeuille had: defensie-aankopen. Signaal, dochter van het Franse Thomson CSF, werd zijn eerste cliënt. Dat hij daarna ook bij het Isrealische Rafael (aanbieder van het anti-tankwapen Gill) terechtkwam, is niet verwonderlijk. Signaal zal 40 procent van de compensatie-orders uitvoeren als Defensie besluit de Gill te kopen, beaamde lobbyïst R.Vellekoop van Rafael in Nederland eerder deze week.

Meijlings opvolger op Defensie, zijn partijgenoot H. van Hoof (VVD), stelde kort na zijn aantreden vragen aan zijn departement over de mogelijkheden om iets tegen het lobbywerk van Meijling te ondernemen. Dat bleek niet te kunnen. Defensie kan regels stellen aan de eigen medewerkers, maar niet aan mensen die het departement hebben verlaten, zo kreeg Van Hoof te horen. Ergo: het is een zittende ambtenaar verboden een oud-collega informatie te geven als deze minder dan drie jaar geleden is vertrokken. Maar het kan een oud-ambtenaar niet worden verboden dat hij om die informatie vráágt.

B. Hoetjes, bestuurskundige met integriteit bij de overheid als specialisme, is daarom voorstander van een concurrentiebeding voor oud-bewindslieden. Hoetjes, gedetacheerd bij Clingendael, wijst erop dat een oud-bewindsman wachtgeld krijgt. ,,Dan is het niet onredelijk om te zeggen: met het oog op de bestuurlijke zuiverheid mag je enkele jaren niet commercieel zijn op het terrein dat je bij de overheid beheerde.''

In de Europese Commissie speelde eerder dit jaar een soortgelijke kwestie. De Duitse commissaris M. Bangemann (industrie en telecommunicatie) accepteerde een baan bij een Spaanse telecom-onderneming. Een maand onderhandelde hij met het bedrijf terwijl hij in de Commissie telecommunicatie deed. Zijn mede-Commissieleden keurden zijn handelwijze streng af. De Commissie besloot Bangemann voor het Europese Hof van Justitie te dagen wegens overtreding van het EU-Verdrag. De Commissie beoogt onder meer hem zijn pensioenrechten af te nemen. ,,Als dat in Europa kan, moet het hier ook mogelijk zijn'', aldus Hoetjes.

Maar dat staat nog te bezien. GPV'er G. Schutte vindt een concurrentiebeding voor oud-bewindslieden te ver gaan.

Het is moeilijk in heldere regels te vatten, vreest hij, en het beperkt de particuliere vrijheid te zeer. ,,Ik denk dat openbaarheid over zaken als van de heer Gmelich Meijling een beter middel is dan een moeilijk handhaafbare regel'', aldus Schutte.

    • Tom-Jan Meeus