Russen openen buitengrenzen van Tsjetsjenië

Het Russische leger heeft gisteren zijn blokkade van de grenzen van Tsjetsjenië opgeheven. Duizenden vluchtelingen kunnen het oorlogsgebied nu verlaten. De internationale kritiek op het Russische geweld in Tsjetsjenië neemt intussen toe.

De opening van de grens tussen Tsjetsjenië en de buurrepubliek Ingoesjetië maakte een eind aan het dagenlange wachten van duizenden Tsjetsjenen, die tot nu toe werden tegengehouden. In Sleptsovskaja kwamen na de opening van de grens vijfhonderd Tsjetsjenen per uur de grens over. Velen waren verzwakt na het lange wachten zonder eten of onderdak. Ze klaagden over het gedrag van de Russische militairen in Tsjetsjenië. ,,Ze zijn dronken, ze stelen alles en ze rijden met tanks door de moestuinen'', aldus een van hen. Bovendien toonden ze zich geschokt over de situatie aan de tot gisteren gesloten grens. In het gedrang werden woensdag twee vrouwen en een kind doodgedrukt.

De opening van de grens maakt voorlopig een eind aan een humanitair drama waartegen de autoriteiten in Ingoesjetië – ondanks de problemen die de vluchtelingenstroom oplevert – fel hebben geprotesteerd. Gisteren bezocht de Russische minister van Noodsituaties, Sergej Sjoigoe, het grensgebied. Hij zei te verwachten dat de situatie zich snel stabiliseert. De leider van een delegatie van de VN-hulporganisatie UNHCR was pessimistischer. Hij zei dat zijn indrukken ,,zeer negatief'' zijn.

De internationale kritiek op het Russische optreden in Tsjetsjenië zwelt aan. Gisteren zei de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Fischer, dat Rusland ,,een verschrikkelijke vergissing'' maakt met het geweld tegen de Tsjetsjenen. Tegelijkertijd waarschuwde hij dat Rusland ,,niet moet worden geïsoleerd''. ,,We willen Rusland binnen het kader van verdragen en afspraken houden.''

Het Europees Parlement stelde gisteren, in een vooral symbolisch protest tegen het geweld van de Russen, de stemming over een hulppakket op het gebied van wetenschappelijk onderzoek aan Rusland met twee weken uit.

De parlementaire assemblée van de Raad van Europa riep in een resolutie op tot een staakt-het-vuren. Ook hier ging het om een symbolisch gebaar: de resolutie was gesteld in relatief milde termen en oproepen van leden van de assemblée om te wijzen op de humanitaire noodtoestand bleven uiteindelijk buiten de tekst.

De Britse premier, Tony Blair, riep gisteren zijn Russische collega Vladimir Poetin in een brief op het geweld te staken en een politieke oplossing te zoeken.

President Roeslan Aoesjev van Ingoesjetië beschuldigde Moskou gisteren van misleiding. Het offensief in Tsjetsjenië was volgens Aoesjev in Moskou al lang gepland voor het begon; het werd gestart, niet uit boosheid over vermeende terreuraanvallen van de Tsjetsjenen – want die waren nog niet gepleegd toen de oorlog werd voorbereid – maar ,,met een politiek doel'', aldus Aoesjev in een gesprek met de Franse krant Le Monde: ,,Degene die het probleem-Tsjetsjenië oplost wordt favoriet voor de [Russische] presidentsverkiezingen.'' (Reuters, AP, AFP)