Rondzwervende vingers

De drama's die Francesco Clemente tekent, worden getemperd door de kleuren die hij gebruikt.

Je mee laten voeren door de beeldenstroom die het oeuvre van Francesco Clemente (Napels 1952) inhoudt, is geen onverdeeld genoegen. Met een Italiaans gevoel voor geraffineerde esthethiek schept hij voorstellingen die je door hun monomane en theatrale karakter spontaan de gordijnen in kunnen jagen maar niettemin door je hoofd blijven spoken. Daarnaast scheidt hij series uiterst poëtische beelden af. Zijn overzichtstentoonstelling in Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen in Düsseldorf omvat zo'n 140 werken op papier, in zijn favoriete technieken pastel en aquarel, uit de periode 1981-1998. De expositie loopt paralel met een retrospectief van Clemente in het New Yorkse Guggenheim Museum.

Het geprivatiseerde terrein van de eigen denk- en gevoelswereld waaruit de kunstenaar zijn inspiratie put, herinnert zo nu en dan aan een mijnenveld. Losse hoofden, tongen, voeten, genitaliën en schedels voeren de boventoon in zijn voorstellingen. Uitgevoerd in pastel, zie je het hoofd van een man, een hand en twee vingers die over een monochroom bruine vlakte verpreid liggen. Het proces van ontbinding heeft het vlees ongemoeid gelaten, de afgescheiden lichaamsdelen schijnen zelfstandig stand te kunnen houden. Het drama van de menselijke figuur die uiteen is gevallen om zich nog slechts in parten te kunnen manifesteren, wordt onderkoeld gepresenteerd. Op de traan na, die uit een van de geopende ogen van het mannenhoofd rolt, hebben de rondzwervende lichaamsdelen de anonimiteit van potscherven op een zandvlakte. Ze geven niet meer prijs dan hun kleur, structuur, breuklijnen en hun geïsoleerde positie in een onbestemde, tijdloze ruimte.

De emotionele lading van zijn figuratieve voorstellingen weet Clemente te articuleren met abstracte middelen. Met name in zijn pastels past hij de lijn toe om de op zichzelf staande vormen als het ware te omheinen waardoor ze iets hermetisch krijgen. In zijn compositie is het de plaats van de geïsoleerde vormen op het vlak en de afstand tussen bijvoorbeeld een in het centrum geplaatst hoofd en in een uithoek rondzwervende vingers, die de desolate inhoud van Clemente's avonturen kracht bij zetten. Zijn haast poreus ogende kleuren suggereren dat de tijd er overheen is gegaan waardoor het drama getemperd wordt en tot een tragedie verbleekt die zich lang geleden heeft voltrokken.

Lichaamsopeningen

De kunstenaar probeert zich steeds weer van de inhoud van zijn voorstellingen en daarmee van zijn eigen fantasiën te distantiëren. De ideale afstand die hem hierbij voor ogen staat, omschreef hij ooit als het waarnemen van de aarde door een telescoop vanaf een andere planeet. Uit Clemente's voorstellingen van het al dan niet in delen opgesplitste menselijk lichaam valt op te maken dat hij al aardig ver is gekomen. In een van de pastels is een hoofd afgebeeld waarop een serie pijltjes is afgeschoten die rond de ogen en in de wangen zijn blijven steken. Deze voorstelling gaf hij de titel `Meubel'(1983).

Clemente heeft zelf te kennen gegeven dat het in zijn anatomische lessen mede om de lichaamsopeningen gaat waaronder hij ook poriën in de huid verstaat die de open verbinding tussen de binnenruimte van de inwendige mens en de omringende ruimte symboliseren. Getuige zijn kunstwerk van het doorboorde hoofd, worden de openingen desnoods met paardenmiddelen door hem afgedwongen. Intussen zit het gros van Clemente's man- en vrouwfiguren gevangen in slangachtige of anderzins verwrongen, naakte lichamen, soms voorzien van rode stippen alsof ze de mazelen hebben en met dwingend aanwezige geslachtsorganen. Zijn kijk op de mogelijkheden van de mens om het contact met zijn soortgenoot tot stand te brengen, levert de meest bizarre en triviale tafrelen op. Een man met een geopende pantalon legt een in kabouterformaat uitgevoerde soortgenoot over de knie. Een andere manfiguur knijpt zijn neus dicht terwijl hij een brandende kaars bij het ontblote achterste van een vrouw houdt. Een doorzichtig geworden man met een in zwart weergeven symbooltje van een hart in zijn borstkas blaast een zwarte rooksliert naar een Micky Mouse-achtig vrouwfiguurtje. Soms is een sierlijke vogel bezig een hart leeg te pikken. In een pastel, in spookachtig zwart, voert Clemente zichzelf als een naakt, androgyn wezen op dat zich op een kale, slecht verlichte bühne bevindt.

Zijn aquarellen lijkt Clemente te reserveren voor voorstellingen die zich meer in de luwte afspelen. Hij penseelt de meest lyrische taferelen. Kleine, identiek ogende vogels, opgevat in gewichtloze tinten mosgroen en roze, die aan het oog voorbij glijden als werden ze meegevoerd door een stromende beek. Hij verbeeldt een zwaan die als een veren bootje dienst doet en waarop de naakte kunstenaar met een monter omhoog gestoken lid, ligt uitgestrekt terwijl hij zich als in een sprookje laat meevoeren over een meer.

De voorstellingen in pastel en aquarel hebben met elkaar gemeen dat ze onderling inwisselbaar schijnen alsof Clemente daarmee wil aantonen dat het hem om de wisselende constellatie van dezelfde tekens gaat. Om de metamorfose van het beeld, kortom. Zo legt hij zijn zelfportretten uit als `de herhaling van het ik en zijn wedergeboorte.' Of Clemente zich nu aan de visuele interpretatie van de Upanishads waagt, een geheime leer uit de Oud-Indiase filosofie, en deze met in Hindi geschreven teksten verluchtigt of theatraal als een achteroverliggende, lijdende Christusfiguur poseert of zijn hoofd van een aura voorziet of een phallus op zijn kop zet, lijkt voor hem geen wezenlijk verschil.

Clemente noemt zijn kunstwerken `verklede ideogrammen'. Begriptekens die in zijn geval een oeverloos referentiekader hebben. De klassieke westerse kunst, Indiase filosofie, Hindoeïsme, theologie en mythologie. Daarnaast mag hij nog graag grasduinen in de archeologie, astrologie, tarot en kabbala.

Hutspot

Een hutspot waaruit je maar het beste een willekeurige hap kan nemen, zonder je al te zeer in de afzonderlijke ingrediënten te verdiepen. Op zijn Düsseldorfse expositie is te zien dat Clemente's stijl niet wezenlijk is veranderd sinds het eind van de jaren zeventig. In deze periode deed de zoon van een Napolitaanse markies en de neef van ene prins Clemente di San Luca voor het eerst van zich spreken als vertegenwoordiger van de Italiaanse trans-avantgarde die `een nieuwe subjectiviteit' in de kunst voorstond. Een gezelschap waartoe ook landgenoten als Sandro Chia, Enzo Cucchi en Mimmo Paladino behoorden. De herontdekking van het schilderen als een open calèche voor de etalering van het ik, leidde bij Clemente van meet af aan tot de emblematische en obsessieve (auto-)erotische voorstellingen die nog altijd zijn handelsmerk zijn. Een omslag in de kunst impliceert gewoonlijk een afrekening met een heersende stroming, in dit geval de `arte povera' waarbij de inhoud van het kunstwerk zich uitdrukte in de rangschikking van onaanzienlijke, bestaande materialen. Oppositie voeren past niet in Clemente's filosofie. Hij hecht niet aan de actualiteit noch gelooft hij in vooruitgang. De schilderkunst als instrument voor de ego-navigatie betekende voor Clemente een alternatief. Je krijgt de indruk dat hem weinig anders overbleef. De koers waarop hij vaart, schijnt vastgelegd. Zijn pastel van een man met een schaar in de hand die op het punt staat om zijn lange staart af te knippen, illustreert zijn dillema.

Clemente's ontsnappingsroute loopt via het beeld. De erkenning van 'de breuk in de eigen identiteit', bracht hem tot de uitvinding van de kunstzinnige strategie van de fragmentatie. Deze blijkt geheel in overeenstemming met zijn ervaring dat zijn leven alleen maar uit fragmenten bestaat. Ze comprimeren in beelden opgeslagen herinneringen aan zowel de pre-historie van zijn jeugd in Napels en zijn ergens ver boven de massa zwevende familieleden als zijn verblijf in India of zijn belevenis van het vaderschap. Een bepaalde kant van zijn persoonlijkheid tot favoriet maken ten koste van aspecten die niet minder geldig zijn om je als man uit één stuk in de buitenwereld te kunnen presenteren, beschouwt Clemente als een door psycho-analysten in stand gehouden schijnvertoning. `In India is men al duizenden jaren op de hoogte van de gaten in het bewustzijn', weet Clemente. Als kind droeg hij zijn moeder zelfgeschreven gedichten voor die over de natuur, de seizoenen, het weer en de liefde gingen. Als hij ze herleest verschijnt er een beeld voor zijn geestesoog van bloemen zonder handen. In zijn voorstellingen weet Clemente het ontbrekende zichtbaar te maken. De fragmenteerde beelden circuleren in het gesloten systeem van zijn eigen heelal. Voorstellingen die met een pijnlijke openhartigheid herinneren aan het ontbrekende. Oog in oog met de kunstwerken van Clemente begin je te beseffen wat iemand moet voelen die aan fantoompijn lijdt.

Francesco Clemente: tot 9/1/2000 in de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, Grabbeplatz 5, Düsseldorf. Openingstijden dagelijks van 10-18 u; vr 10 -20 u; ma gesloten. Bij de tentoonstelling is een catalogus verschenen waarin een uitgebreid interview met de kustenaar is opgenomen. Prijs DM 39,-.

    • Betty van Garrel