President Wahid: ook Atjeh heeft recht op referendum

President Abdurrahman Wahid van Indonesië staat in beginsel open voor een volksraadpleging in Atjeh over de status van deze rebelse, islamitische provincie in het uiterste noorden van Sumatra. Hij houdt wel enkele slagen om de arm.

Tijdens zijn eerste ontmoeting met de buitenlandse pers, gisteravond, werd de president herinnerd aan een uitspraak die hij eerder dit jaar, tijdens een bezoek aan de provinciehoofdstad Banda Atjeh, had gedaan. ,,Natuurlijk steunde ik een referendum'', repliceerde Wahid, ,,Ik beschouw een volksraadpleging als een recht van de Atjehers. Als we dat in Oost-Timor kunnen doen, waarom dan niet in Atjeh?''

Sinds de vorige president van Indonesië, B.J. Habibie, akkoord ging met een volksraadpleging onder Oost-Timorezen, die zich op 30 augustus uitspraken voor onafhankelijkheid van deze in 1976 ingelijfde ex-kolonie van Portugal, wordt ook in Atjeh op steeds grotere schaal geageerd voor een referendum.

President Wahid, die bij zijn aantreden op 20 oktober ,,de eenheid van volk en grondgebied mijn grootste zorg'' noemde, hield gisteren wel enkele slagen om de arm. Zo zei hij: ,,De vraag is niet of Atjehers dit recht hebben, maar, indien er zo'n referendum komt, wanneer. We laten ons in deze aangelegenheden niet opjagen.'' Wahid doelde kennelijk op de haast waarmee eerder dit jaar over Oost-Timor werd beslist.

Hij vervolgde: ,,Of er wel of geen referendum komt, behoort niet door mij te worden uitgemaakt, maar door de Atjehers. We moeten dan ook een manier vinden om de gevoelens van de Atjehers te peilen.''

Wahid suggereerde consultaties door de gouverneur van Atjeh met een breed scala van maatschappelijke organisaties, maar onderstreepte dat het parlement het laatste woord heeft.

De provincie Atjeh beschikt over een der grootste aardgasvelden ter wereld dat wordt geëxploiteerd door het Amerikaanse Mobil Oil en het Indonesische staatsbedrijf Pertamina. Zo'n 95 procent van de baten vloeit in de Indonesische staatskas, de overige vijf procent zijn provinciale belastinginkomsten.

Onvrede over deze verdeling en over de stroom transmigranten uit Java vormde een voedingsbodem voor het gewapende verzet van de Beweging Vrij Atjeh (GAM). Die ijvert voor een onafhankelijke islamitische staat Atjeh en voert sinds de jaren '70 op kleine schaal – en met een lange onderbreking in de jaren '80 – een guerrilla tegen de Javaanse overheersing.

Toen GAM in 1989 opnieuw de kop opstak, riep dit een keiharde reactie op van het Indonesische leger. In twee jaar tijd vielen duizenden slachtoffers, onder wie veel burgers.

Deze week betoogden grote aantallen meest jonge mensen in verschillende delen van Atjeh voor een referendum.

Gisteren liet de staatstelevisie voor het eerst beelden zien van de onlusten die dinsdag plaatsvonden in Meulaboh, de hoofdstad van het regentschap West-Atjeh. Zo'n 30.000 mensen uit verschillende districten trokken in vrachtwagens en op brommers naar het gebouw van de regentschapsraad in Meulaboh om kracht bij te zetten aan hun eis van een referendum. De betoging ontaardde en drie bestuursgebouwen werden door agressieve demonstranten platgebrand. Militairen losten schoten en achttien betogers en een politieman raakten gewond.

    • Dirk Vlasblom