Over de grens

`Het lijkt wel of de grens steeds hoger wordt', zei Hubert van Humbeeck, de directeur-hoofdredacteur van het weekblad Knack. Hij bedoelde onze gemeenschappelijke landsgrens. We zaten met nog een paar Vlaamse collega's op de Antwerpse Boekenbeurs. Wie twijfelt aan de toekomst van de Nederlandse taal, kan zich daar een hart onder de riem laten steken. Alle Vlaamse uitgevers hebben er hun uitstallingen, er zijn schrijvers die signeren, en er is vooral publiek. In dichte drommen schuifelt het langs de kramen en het koopt. Zwaar beladen met boeken verlaten ze de hallen van het complex. Er zijn er die lectuur voor een jaar inslaan, van kook- en knutselboeken, strips en atlassen, tot new age en literaire meesterwerken van vroeger en nu. Het is jammer voor de boekhandel, liet ik me vertellen, maar goed voor alle andere partijen die bij het boek betrokken zijn. Met de `ontlezing' valt het hier wel mee.

Om er iets tegenover te stellen, haalde ik een paar herinneringen op aan de boekenmarkt van de Bijenkorf. En dan hebben we de Uitmarkt, maar die is in de eerste plaats een festijn van gestamp en gedaver. Tegen het einde van het etmaal kunnen de deelnemers geen A van een Z meer onderscheiden. Om de eer van de natie hoog te houden ging ik er niet verder op in. Van onze Uitmarkt had de heer Van Humbeeck wel gehoord maar hij was er nog niet toe gekomen de trein naar Amsterdam te nemen. En toen kwam hij tot zijn opmerking die ik hierboven heb geciteerd.

Hoe zou het komen, vroegen we ons af. Alles werkt eraan mee om de grens te doen vervagen. Twee maal per uur rijdt er een trein, sneller en comfortabeler dan ooit. Een paspoort heb je niet meer nodig. Je onderdak reserveer je per e-mail en betalen doe je desnoods met een credit card. En toch wordt je actie radius kleiner, behalve in de vakantie, als je naar Nepal of Tunis gaat, of als je voor je werk in New York moet zijn. Een Vlaming kijkt naar een Nederlands televisiekanaal omdat er een Amerikaanse film wordt vertoond, terwijl een Nederlander op België naar een andere Amerikaanse film zit te kijken. Er is meer kans dat een Antwerpenaar en een Amsterdammer elkaar op Times Square ontmoeten dan op de Keyserlei of de Dam. Er is een grote, veel besproken internationalisering gaande maar tegelijkertijd worden we parochialer, ook binnen de naties. Bij ons, zei ik, heb je mensen, ontwikkelde bewoners van de Grachtengordel, die zich weer herinneren dat Groningen een Nederlandse stad is nadat de Koningin daar het gerestaureerde station heeft geopend. Zo gaat het bij ons ook, zei een van mijn gastheren. Aan de zaak Dutroux is het te danken dat veel Vlamingen weer eens een stukje Wallonië hebben gezien, althans op de televisie. À propos, waar ligt de Grachtengordel?

Snel bracht ik het gesprek op Antwerpen, en wat een genot het is, daar rond te slenteren: een Nederlandse stad, met Nederlandse namen en opschriften, waar goed beschouwd meer Nederlands wordt gesproken dan in de hoofdstad van Nederland, terwijl je toch in `een andere wereld' bent, waar de straten, de architectuur van de Middeleeuwen, de negentiende, de Jugendstil tot die van gisteren en vandaag een andere geschiedenis vertellen. Het gaf me een gevoel van trots - niet de nationalistische - dat ik mijn taal deelde met de Vlamingen. De taal van Willem Elsschot, Paul van Ostayen en Hugo Claus, om eens een paar door mij bewonderden te noemen.

Wat is er met de Groot-Nederlandse geschiedschrijving van Pieter Geyl gebeurd? Mijn intuïtie zegt me dat je daarmee niet mee op Internet moet komen aandragen. Het komt niet doordat Groot-Nederland intussen door Groot-Europa wordt verzwolgen, of doordat de Groot-Angelsaksische hegemonie is aangebroken. Er is een cultuur, of een grote soepketel, waarvan de inhoud bestaat uit alles wat Disney, Saatchi & Gates er per dag believen in te gooien - de cultuur van het mondialisme - en je hebt, tussen de hoge muren, de parochies waarvan de bewoners zich eigenlijk niet meer interesseren voor wat er bij de buren gebeurt. Je kunt er wel tegen zijn, of er juist een bewijs van de nieuwste vooruitgang in zien, maar dat maakt geen verschil. Het gebeurt, zoals het gaat regenen of de zon weer doorbreekt.

Vijftig jaar geleden stierf James Ensor. Ter ere van de grote Vlaming zijn er tentoonstellingen in Oostende en Brussel (tot 13 februari 2000). Er is een schilderij, voorstellend twee skeletten die zich staan te verwarmen aan een oude potkachel. Dat vond ik plotseling een toepasselijke weergave van de toestand.

    • H.J.A. Hofland