Omstreden lobby

MAG OUD-STAATSSECRETARIS van Defensie J. Gmelich Meijling lobbyen voor de aanschaf door het Nederlandse leger van de Israelische antitankraket Gill? Daarover is het laatste woord vermoedelijk nog niet gezegd. Aan de voorkeur van Defensie voor dit wapen zal beantwoording van die vraag weinig veranderen. Om redenen die niets met Gmelich Meijling te maken hebben heeft het departement zijn keuze bepaald. Op zichzelf wil dat weinig zeggen. Het kabinet beslist uiteindelijk en op dat niveau spelen overwegingen een rol die Defensie het liefst uit de weg gaat. Nu en in het verleden.

Het is een oud dilemma bij de aanschaf van nieuwe bewapening. Er zijn militaire, politieke en economische factoren in het spel èn belangengroepen die de besluitvorming in de een of andere richting proberen te beïnvloeden. De leek zou kunnen menen dat militaire overwegingen de doorslag geven bij de aankoop van wapens, maar zo eenvoudig is het niet. De Gill moet het opnemen tegen de Amerikaanse Javelin en de Europese Trigat. Voor de Gill en de Javelin zou pleiten dat deze wapens eenvoudiger hanteerbaar zijn dan de Trigat. Maar het Europese wapen kan na afgevuurd te zijn gestuurd worden, hetgeen het risico van niet-bedoelde schade kan verminderen. Bij vredesoperaties wordt dat een voordeel geacht.

Als de militaire voor- en nadelen tegen elkaar kunnen worden weggestreept, gaan andere overwegingen zwaarder meetellen. De Trigat is een project van een Europees consortium waarin de Nederlandse staat al geruime tijd geld heeft gestoken. Nu voor een ander wapen kiezen zou volgens ingewijden niet alleen de doodsteek voor het hele project betekenen, maar ook een rem op de ontwikkeling van een Europese defensie-industrie. En dan zijn er nog de Nederlandse industrieën die aan een nieuwe antitankraket hopen te verdienen.

IN ZEKERE ZIN kunnen dit soort argumenten als typische producten van lobbywerk worden gezien. Bijvoorbeeld: ook al kiest Nederland voor de Trigat, dan is daarmee de financiering van de productie van dit wapen nog lang niet verzekerd. Eerder lijken de betrokken landen te wachten wie als eerste uitstapt en aan wie zo de zwartepiet voor de mislukking kan worden toegespeeld. Bovendien is het niet ongebruikelijk dat deelnemende landen halverwege afscheid nemen van wapenprojecten omdat zij bij nader inzien elders een betere koop denken te kunnen afsluiten. De geschiedenis van de wapenaanschaf kent daarvan vele voorbeelden.

Wat de belangen van de Nederlandse industrie betreft: die zijn verdeeld. Stork/Fokker mikt op de Javelin, HSA (Thomson-CSF) werkt samen met het Israelische Rafael voor de productie van de Gill. Fusies van de afgelopen jaren over de grenzen heen, ook in de wapenindustrie, hebben traditionele verstrengelingen van belangen opgeblazen. Met als gevolg dat bedrijfsbelang lang niet altijd meer parallel loopt aan landsbelang.

Blijft de vraag over het opereren van Gmelich Meijling. Althans die kwestie zou geen invloed mogen hebben op de uiteindelijke keuze van het kabinet.