Nauwelijks groei vakanties

Ondanks de aanhoudende economische groei is het aantal lange vakanties in het hoogseizoen met slechts een half procent gestegen vergeleken met vorig jaar. Dit blijkt uit het zogenoemde Continu Vakantie Onderzoek van het Nederlands Bureau voor Toerisme, het Nederlands Research Instituut voor Recreatie en Toerisme en het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Een duidelijke verklaring voor de tegenvallende groei van het aantal vakanties in voorjaar en zomer hebben de onderzoekers niet. Zij vermoeden dat er een grens is bereikt. Nederlanders gaan relatief al vaak met vakantie, alleen Scandinaviërs en Zwitsers gaan vaker. Volgens de onderzoekers is een forse groei alleen nog mogelijk buiten het hoogseizoen.

Het totale aantal vakanties afgelopen voorjaar en zomer bedroeg 12,1 miljoen. Lange vakanties in het buitenland zijn met één procent gestegen tot 7,6 miljoen. Het aantal lange binnenlandse vakanties daalde met één procent tot 4,5 miljoen. Bij de korte vakanties was, met twee procent tot 4,3 miljoen, evenmin sprake van een sterke groei.

Nederlanders hebben afgelopen voorjaar en zomer drie procent meer uitgegeven aan hun vakantie dan vorig jaar; 13,7 miljard gulden. Vorig jaar was de groei van de uitgaven nog zes procent. Ook hiervoor hebben de onderzoekers geen duidelijke verklaring. ,,Mensen geven hun geld kennelijk liever uit aan auto's, elektronica en meubilair'', zegt projectleider K. van der Most van het onderzoek.

Frankrijk was het afgelopen hoogseizoen opnieuw favoriet bij de bestemmingen voor een lange buitenlandse vakanties. Ruim 1,7 miljoen Nederlanders brachten er hun vakantie door. Met een stijging van het marktaandeel tot 23 procent is de voorsprong van Frankrijk op Spanje (dertien procent) en Duitsland (tien procent) vergroot. Griekenland staat nu op de vierde plaats. Bij korte vakanties bleef België favoriet.