Mist blijft hangen rond strategie ECB

Klagers over de gebrekkige communicatiestrategie van de Europese Centrale Bank moeten voorlopig even op hun tong bijten. Het besluit van gisteren om de rente te verhogen was in de media al zo voorgekookt door ECB-president Duisenberg en de zijnen, dat de daadwerkelijke aankondiging gisteren nauwelijks meer als een verrassing kwam.

Duisenberg was gisteren tevreden met de gang van zaken. ,,Het is niet ons beleid om de markten te verrassen'', zei hij. ,,We willen voorspelbaar zijn.'' Niet té voorspelbaar natuurlijk, zo lichtte een centrale-bankfunctionaris later toe. Want er kunnen zich omstandigheden voordoen waarin beleggers juist te veel zelfvertrouwen hebben in hun vermogen om de rentepolitiek te voorspellen. En dan kan het voorkomen dat de centrale bank hen juist weer met een verrassing met beide benen op de grond zet.

Voorspelbaarheid blijft intussen wel het streven. Maar geldt dat ook voor de monetaire strategie van de ECB? Duisenberg verdedigde gisteren de rentestap met de opmerking dat de risico's voor de inflatie de bovengrens naderen. Ook al brengt de ECB geen officiële voorspelling naar buiten, Duisenberg lichtte toe dat verwacht mag worden dat de inflatie in de eurozone volgend jaar tussen de 1,5 procent en 1,7 procent ligt. Dat is nog binnen de bandbreedte van 0 procent tot 2 procent die de ECB definieert als `prijsstabiliteit'. Maar bij een opwaarts risico is die bovengrens snel overschreden.

Nu is er een stammenstrijd over de strategie die centrale banken kunnen volgen. De Bundesbank streefde altijd een `geldgroeidoelstelling' na. De groei van de geldhoeveelheid wordt daarbij geacht op de middellange termijn samen te hangen met het al dan niet optreden van inflatie. Ook de ECB hanteert een `referentiewaarde' voor de geldgroei. Die staat voor dit jaar op 4,5 procent. In de praktijk gaat de geldgroei echter veel sneller, nu rond de zes procent, en dat is een van de redenen waarom de rente gisteren werd opgeschroefd.

De manier waarop Duisenberg zijn uiteenzetting deed, leek echter verdacht veel op de rivaal van de geldgroei-strategie: en dat is wat analisten `direct inflation targeting' noemen. De centrale bank definieert een inflatiedoel, en raamt daarnaast hoe de inflatie zich op de middellange termijn ontwikkelt. Met de rentepolitiek probeert de bank vervolgens het doel te `raken'.

Nu heeft de ECB altijd een beetje in het midden gelaten welke strategie zij heeft. De geldgroei wordt geacht een overwegende rol te spelen, maar is in de jonge euro-economie nog te wispelturig om al een betrouwbare richtlijn te zijn. Vandaar dat veel analisten verwachtten dat de geldgroeistrategie pas na verloop van tijd in vol ornaat tot enige strategie wordt verheven.

Maar toen de ECB in april haar rentes met een half procentpunt verlaagde, ging de geldgroei ook al te hard. Er hoeven niet zo veel afwijkende beslissingen te worden genomen, en harde referenties aan de toekomstige inflatie-ontwikkeling te worden gedaan, om de markt aan het twijfelen te brengen over waar de ECB precies op let.

Zo dreigt de buitenwereld er, na voorlopig te zijn gerustgesteld over de manier waarop de ECB de markten mondeling voorbereidt, toch een dosis onzekerheid bij te hebben gekregen.

    • Maarten Schinkel