`Kwaliteit van Vinex-wijken moet over hele linie omhoog'

In Scheveningen werd gisteren hevig gedebatteerd over de toekomst van de Vinex-wijken. Alle partijen erkennen dat de nieuwe wijken fouten vertonen.

Een bulderend gelach ging er door de zaal in het Kurhaus, waar gisteren zo'n 150 wethouders, planologen en projectontwikkelaars samen overleg voerden over manieren om de nieuwbouw in de Vinex-wijken beter af te stemmen op de wensen van de toekomstige bewoners. Aanleiding voor de vrolijkheid was een filmpje van de Haagse regionale zender TV-West over de Vinex-wijk Ypenburg. Terwijl architecten en politici fulmineren tegen de eentonigheid en gelijksoortigheid van de nieuwbouw in Vinex-wijken, toonde de film een groepje mannen die gebroederlijk in de hele straat dezelfde tuinhekjes neerzetten: ,,Dat ziet er toch hardstikke mooi uit zo, allemaal hetzelfde'', zei één van hen trots.

De scène illustreert hoe verward de discussie over Vinex wordt gevoerd. Een van de grootste nieuwbouwoperaties in de Nederlandse geschiedenis, waarbij in totaal in vijftien jaar tijd 800.000 nieuwe woningen worden gebouwd nabij de grotere steden, is al bijna twee jaar onderhevig aan felle kritiek. Architecten klagen over de uniformiteit van de wijken, corporaties vrezen een uittocht uit de binnensteden, projectontwikkelaars vinden dat ze door ambtenaren in een te strak keurslijf worden gedwongen (te veel sociale woningbouw, te weinig luxe koopwoningen), terwijl de gemeenten het gevoel hebben dat deze commerciële marktpartijen alleen oog hebben voor het eigen rendement.

Voor staatssecretaris Remkes (Volkshuisvesting) was de kakofonie over Vinex reden om direct na zijn aantreden, anderhalf jaar geleden, een uitgebreide rondgang te houden langs alle partijen. Belangrijkste vraag: snijdt de kritiek op Vinex hout en zo ja, moeten we de plannen dan aanpassen zodat in ieder geval de te nog te bouwen wijken profiteren van de nieuwe inzichten?

Het antwoord is er inmiddels, zo bleek gisteren op het door het ministerie van Volkshuisvesting georganiseerde congres `De kwaliteit van Vinex'. ,,Ik vind [..]dat de kwaliteit beter kan. Niet omdat ik zo ontevreden ben over de kwaliteit van hetgeen tot nu toe is gerealiseerd maar omdat er sprake is van gewijzigde omstandigheden sinds we met Vinex zijn begonnen'', zei Remkes. ,,Vinex is gebaseerd op de inzichten die we begin jaren '90 hadden. Veranderingen zijn sneller gekomen dan we dachten: de economische vooruitzichten zijn beter geworden, het kwantitatieve woningtekort is sneller teruggelopen, maar het kwalitatieve tekort is gegroeid. Allemaal redenen om te bezien of de afspraken die we bij het begin van Vinex hebben gemaakt nog wel de juiste afspraken zijn.''

Remkes wil dat de Vinex-operatie op drie punten wordt `heroverwogen'. Als eerste noemde de VVD-staatssecretaris gisteren de vergroting van inspraak, invloed en keuzemogelijkheden voor de (toekomstige) bewoners van de nieuwbouwwijken. Een middel om dat te bereiken, is volgens Remkes het zogeheten `particulier opdrachtgeverschap'. Daarbij kopen mensen een kavel waarop ze naar eigen inzicht een huis kunnen laten bouwen. Vooral de politiek verwacht hier veel van: eerder deze week is in de Tweede Kamer een motie ingediend door PvdA-politicus Duyvestein om in de nog te bouwen wijken 30 procent van de kavels voor particulier opdrachtgeverschap te reserveren.

Bij gemeenten en projectontwikkelaars is het enthousiasme voor dit vrije bouwen aanmerkelijk minder. Nadat eerst de Haagse wethouder Noordanus al zijn twijfels uitte over de behoefte van woningzoekenden om alle rompslomp van het zelf bouwen op zich te nemen, verzette voorzitter G. Hoefsloot van de Neprom (de belangenvereniging voor projectontwikkelaars) zich fel tegen een door de politiek opgelegd percentage. ,,Ik ben bang dat wanneer die motie werkelijk ten uitvoer gebracht zou worden, we wel eens vreselijk zouden kunnen schrikken van het resultaat'', aldus Hoefsloot. Zelf bouwen is niet alleen extra duur omdat geen gebruik kan worden gemaakt van gezamenlijke inkoop en dergelijke, maar dan bestaat volgens Hoefsloot ook het risico dat de wijken geen stedenbouwkundige samenhang meer vertonen.

Hoewel volgens Remkes de kritiek op de eenvormigheid van de nu neergezette wijken vaak overdreven is, vindt hij wel dat de variatie te beperkt is. ,,Vinex-wijken zijn geen voorbeelden van bruisende stedelijkheid, maar aan de andere kant ook geen voorbeelden van ruim en groen wonen. Meer differentiatie lijkt me nodig.'' Ook wil Remkes dat er veel meer aandacht komt voor de sociale aspecten in de wijken. Uit onderzoek dat zijn departement heeft laten uitvoeren blijkt dat de meeste bewoners tevreden zijn over hun huizen, maar dat zij grote klachten hebben over het gebrek aan scholen, kinderopvang, openbaar vervoer, cultuur en winkels.

Om die klachten uit de wereld te helpen, moeten alle bij Vinex betrokken partijen beter gaan samenwerken, was het derde punt van Remkes. Neprom-voorzitter Hoefsloot trok zich de kritiek over de achterblijvende voorzieningen aan, al legde hij een deel van de schuld direct bij de gemeenten en het ministerie van Verkeer en Waterstaat: ,,Ik constateer dan we daar gezamenlijk in tekort zijn geschoten.''

    • Marcella Breedeveld