Kwaliteit van kunst blijft uitgangspunt

Kwaliteit is en blijft het primaire criterium bij het beoordelen van subsidieaanvragen van kunstenaars. Met die belofte heeft staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) gisteren zijn fel bediscussieerde kunstplannen door de Tweede Kamer gesleept.

Van der Ploeg wil een breder, diverser publiek interesseren voor kunst. De Kamer steunt dat streven, maar vindt dat de staatssecretaris tot nu toe te weinig deed om de kwaliteit van kunst en cultuur te waarborgen en verbeteren. ,,Kwaliteit is een ondergeschoven kind geworden'', zei B. Dittrich (D66) gistermiddag tijdens de behandeling van de nota Cultuur als confrontatie in de vaste-Kamercommissie voor Cultuur. Ook de woordvoeders van VVD, CDA en GroenLinks uitten de vrees dat de kwaliteit van kunst in het geding komt.

In de nota Cultuur als confrontatie introduceerde Van der Ploeg drie nieuwe criteria, naast kwaliteit, waaraan kunstenaars moeten voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie: ze moeten hun best doen om een breed, divers publiek te trekken, aangeven hoe hoog hun `subsidie-per-bezoek' is, en duidelijk maken welke plaats ze voor zichzelf zien weggelegd in het culturele `bestel'. De Kamer vond dat Van der Ploeg de vrijheid van kunstenaars dreigde aan te tasten door zo sterk de nadruk te leggen op de vraag van het publiek. ,,Het aanbod gaat vooraf aan de vraag'', zei A. Nicolaï (VVD), ,,dat is in het algemeen zo: niemand heeft ooit om een stofzuiger gevraagd.''

Wat gebeurt er als een instelling hoge kwaliteit levert, maar slecht scoort op Van der Ploegs drie nieuwe criteria, wilde Nicolaï weten. Raakt die instelling dan haar subsidie kwijt? De staatssecretaris slaagde erin de VVD'er gerust te stellen. ,,De kwaliteit staat voorop'', zei hij. En de drie nieuw criteria zijn geen ,,normen of eisen, maar afwegingscriteria.'' Ze zouden bijvoorbeeld een rol kunnen spelen als er gekozen moet worden tussen twee instellingen die allebei hoge kwaliteit leveren.

Na afloop van het debat zei Nicolaï daar ,,hele gemengde gevoelens'' aan over te hebben gehouden. Hij verweet Van der Ploeg ,,onnodige tegenstellingen'' te hebben gecreëerd door meer te polariseren dan wenselijk was geweest om tot goed beleid te komen.

Tijdens het debat had D66'er Dittrich ook kritiek op de wijze waarop dat door Van der Ploeg gevoerd is. ,,Als ik de stukken lees, krijg ik een ander beeld dan wanneer ik u hier zie.'' Dittrich overweegt daarom nog volgende week een motie in te dienen waarin zou worden vastgelegd dat het kwaliteitscriterium voorop moet staan in het kunstbeleid.

Kritiek was er verder op de financiële onderbouwing van het pakket maatregelen dat Van der Ploeg wil nemen om een breder, diverser publiek voor kunst te interesseren. De staatssecretaris heeft daarvoor 131 miljoen gulden uitgetrokken, maar komt nog 34 miljoen te kort, zo hadden diverse kamerleden berekend. Van der Ploeg liet daarop een A4-tje ronddelen waarop zijn berekening stond. Inderdaad, hij kwam nog wat geld tekort, maar volgens hem was het minder, ongeveer 10 miljoen. De definitieve uitgaven worden vastgesteld in de Cultuurnota, die volgend jaar verschijnt. Dan zal ook blijken welke instellingen subsidie krijgen en welke niet.