Klimaattop levert niet meer dan goede wil op

Van de klimaatconferentie deze week in Bonn werd veel verwacht. Meer dan ooit lijkt de wereld overtuigd van de noodzaak om het broeikasprobleem snel aan te pakken. Maar de vorderingen zijn miniem.

Een cynicus zou kunnen beweren dat de cycloon en de daaropvolgende vloedgolf die India vorige week hebben getroffen op een goed moment kwamen. Aan de vooravond van het ministeriële deel van de klimaatconferentie in Bonn werden de ministers van Milieu nog eens met de neus op de feiten gedrukt. Weinigen twijfelen er nog aan dat natuurrampen in de toekomst vaker maar vooral harder zullen toeslaan als niet heel gauw maatregelen worden genomen om de uitstoot van broeikasgassen, vooral CO2, drastisch terug te brengen.

Daarom wilden de ministers zich in Bonn van hun beste kant laten zien, en heerste er optimisme. De Europese Unie en veel landen buiten de unie hamerden keer op keer op de toegenomen politieke bereidheid om actie te ondernemen. Alleen Saoedi-Arabië, die er als olieproducent geen belang bij heeft dat landen overschakelen op schonere en zuiniger energiebronnen dan olie, probeerde voortdurend het onderhandelingsproces te vertragen. Maar dat land staat praktisch alleen in zijn verzet.

Toch kunnen de optimistische geluiden in Bonn niet verhullen dat er geen enkele concrete afspraak is gemaakt. Amerika en Europa – die van mening verschillen over de manier waarop de reductie moet worden bereikt - zijn geen stap dichter bij elkaar gekomen. Of het moet zijn dat de Europeanen hun eis over de handel in schone lucht, waar de VS groot voorstander van zijn, wat minder nadrukkelijk ventileren. De EU heeft steeds gezegd dat ieder land ten minste de helft van zijn CO2-reductie in eigen land moet realiseren, de VS voelen helemaal niets voor zo'n plafond.

Ook over ,,zinvolle'' deelname van de ontwikkelingslanden bij de reductie van emissies is geen vereenstemming bereikt. Volgens het protocol van Kyoto uit 1997 hoeven de ontwikkelingslanden voorlopig geen bijdrage te leveren aan de reductie. Volgens de EU is dat niet meer dan rechtvaardig, omdat de Derde Wereld een grote ontwikkelingsachterstand heeft en bovendien per hoofd van de bevolking veel minder aan de vervuiling bijdraagt dan de geïndustrialiseerde landen. De VS stellen zich veel harder op. Zij vinden dat ook van de ontwikkelingslanden een bijdrage mag worden geëist. Ze prijzen Argentinië, dat zichzelf inmiddels een reductie heeft opgelegd. En ze hopen dat Kazachstan, dat zich ook uit eigen beweging aan het Kyoto-protocol wil onderwerpen, van de conferentie de gelegenheid krijgt om deel te nemen.

Al was het alleen maar omdat de VS dan gemakkelijker partners kunnen vinden voor de handel in schone lucht. Want volgens Kyoto mogen er alleen akkoorden worden gesloten met landen die zelf ook aan het protocol meedoen.

Wat overblijft als een klein succesje is het mandaat dat de voorzitter van de conferentie, de Pool Jan Szyszko, heeft gekregen om in de aanloop naar de volgende conferentie (in november 2000 in Den Haag) te komen tot een concreet voorstel waarover de landen dan overeenstemming moeten bereiken. Ook de voorzitter van de Amerikaanse delegatie, onderminister Frank Loy, noemde Szyszko's mandaat het belangrijkste resultaat van de conferentie. Verder klonk uit zijn mond het gebruikelijke pleidooi voor een ,,kosten-effectieve overeenkomst''. Voor een goed doel, dat wel: ,,om de grootste milieuwinst te behalen voor iedere geïnvesteerde dollar, euro of yen''.

Het mandaat dat de Poolse minister heeft gekregen is inderdaad niet zonder betekenis. Het laat zien dat men werkelijk haast wil maken. De vorige conferentie, een jaar geleden in Buenos Aires, leverde niets op en leidde alleen maar tot vertraging van het besluitvormingsproces. Die achterstand moet worden ingehaald, vindt vrijwel iedereen. ,,We zullen tussen nu en de Haagse conferentie ruim twee keer zoveel tijd aan onderhandelingen besteden als we aanvankelijk van plan waren'', zei Frank Loy. En volgens de Nederlandse minister van Milieu, Jan Pronk, zijn er deze week ,,grote verwachtingen gewekt voor Den Haag''. Dat kan de druk op de ketel houden.

    • Paul Luttikhuis