Het roofdier in de ziel

Om iets goed te beschrijven moet je het een beetje wórden, vindt John Burnside. Hij schreef over een gruwelijke psychopaat.

Een gezellig gesprek is niet het eerste dat een interviewer verwacht van de Schotse schrijver en dichter John Burnside. In Burnside's veelbekroonde poëzie duiken regelmatig vermoorde kinderen, dierenlijkjes en enge mannen op. Daarnaast publiceerde hij dit jaar The Mercy Boys, over de verziekte levens van vier tamelijk gestoorde Schotten. En bovenal is Burnside (1955) de auteur van de huiveringwekkende roman The Dumb House, net in vertaling verschenen als Huis der Stommen. Dit klinische, in ijskoude bewoordingen door hemzelf vertelde, verslag van een mislukt `experiment' met twee kleine kinderen is één van de meest geloofwaardige portretten van een psychopaat in de moderne literatuur.

In de lobby van het hotel zit echter een vriendelijke lobbes met warrig haar nog bij te komen van de nacht ervoor (Burnside was in Den Haag voor het Crossing Border festival). Tot drie keer toe vraagt hij of ik het echt niet erg vind dat hij een sigaret opsteekt. Wat later in het gesprek zal hij vol overtuiging verkondigen dat het feminisme en de milieubeweging de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen van de afgelopen vijftig jaar zijn. Wie hem met een zacht Schots accent gemoedelijk honderduit hoort praten vraagt zich verbaasd af waar alle psychopaten in zijn werk vandaan komen. Maar Burnside weet daar wel degelijk het antwoord op.

,,Eigenlijk ben ik uitsluitend geïnteresseerd in ideeën, zowel in mijn poëzie als in mijn proza'', vertelt hij. ,,Ik wil niet alleen maar a damn good story schrijven. Maar gedichten schrijf ik in mijn hoofd, terwijl bij een roman het idee zich ontwikkelt op de bladzijde en er vervolgens met je vandoor gaat. Ik streef ook naar die organische, spontane kwaliteit in mijn werk, en ga nooit terug om iets te herschrijven.'' Hij vergelijkt zijn werkmethode met die van oude Japanse kunstenaars: ``Hoe teken je bamboe? Niet door het goed te bestuderen en dan exact na te tekenen, maar door bamboe te wórden.''

Hoe was het dan wel om Luke, de vert\eller van Huis der Stommen, te worden? ,,Héél vreemd'', lacht Burnside. ,,Ik begon vanuit het idee en het personage, dat aanvankelijk nog niet zo extreem was, en stuurde een synopsis naar mijn uitgever, die het allemaal goed vond. Terwijl ik aan de roman werkte, ging ik echter elke dag ongemerkt een stapje verder. Ik had een bepaalde lijn en die wilde ik tot z'n logische einde volgen. Het resultaat was een monster, maar dat gebeurde zo geleidelijk dat ik het zelf niet meer doorhad. Toen het boek af was, belde mijn uitgever me geschrokken op: `Het is goed, maar wel afschuwelijk!' Ik moest het echt een tijdje laten liggen voordat ik kon zien dat het inderdaad een heel schokkend boek was geworden.''

Pasgeboren kinderen

Luke, de verteller van Huis der Stommen, houdt zichzelf voor dat hij werkt aan het belangrijkste experiment dat de mensheid kan uitvoeren: de zoektocht naar de ziel. Toen hij klein was, vertelde zijn afstandelijke, maar verafgode moeder hem daar al verhaaltjes over. Vooral de mythe van Akbar de Grote liet hem niet meer los: na een dispuut met hofgeleerden liet keizer Akbar pasgeboren kinderen opsluiten in een speciaal gebouwd paleis, om te zien of ze zouden gaan praten. Maar de relatie tussen taal en de ziel was niet wat de hofgeleerden ervan hadden verwacht, en het paleis werd het Huis der Stommen. Luke snijdt eerst een tijdlang tevergeefs dode en levende dieren open, op zoek naar hun essentie, maar beseft dan dat hij op de verkeerde plek zoekt. Had zijn moeder hem immers niet geleerd dat taal en de ziel verbonden zijn? Hij pikt een zwerfster op, verwekt bij haar een tweeling, die hij A en B noemt en prompt in de kelder opsluit. En hij wacht af.

Burnside: ,,Ik heb bepaalde aspecten van mijn eigen persoonlijkheid voor hem gebruikt, doorgevoerd tot in het extreme. Luke voert zijn daden uit met een verwrongen, ijzeren logica. Hij denkt dat hij heel rationeel, analytisch en beheerst is, maar in feite is dat niets anders dan een voortdurende poging om zichzelf te overtuigen en zijn gedrag te rechtvaardigen. In beginsel interessante ideeën worden door hem onherkenbaar verminkt, en zijn relaas staat bol van de tegenstrijdigheden. Bovendien heeft hij een volstrekt, solipsistisch gebrek aan empathie: de wereld is zijn onderzoeksmateriaal.

,,Al mijn romanpersonages hebben overigens empathie-problemen'', stelt Burnside. ,,Het is natuurlijk een interessante vraag: als je toch niet weet wat een ander voelt, waarom zou je dan niet gewoon iedereen om je heen gebruiken voor je eigen doeleinden? In mijn gedichten duikt het woord common steeds weer op, ik ben geboeid door dat wat mensen met elkaar delen, gemeen hebben.''

Eigenlijk zijn alle belangrijke thema's van de roman al te vinden in Burnside's poëzie: de ziel, taal, geweld en een fascinatie voor tweelingen. Vóór Huis der Stommen publiceerde hij zes dichtbundels. Zo lijkt het gedicht `Aphasia in Childhood' direct van toepassing op Luke, met zijn vragen naar taal en de ziel, en de intrigerende strofe `the stoat in the soul'. ,,De stoat, een donkere hermelijn, is een van de weinige dieren die niet alleen doden uit honger maar ook uit bloeddorst'', legt Burnside uit. En hij vervolgt: ,,De vraag naar de ziel vormt de kern van mijn werk. Hoewel ik geen enkel -isme aanhang, zou ik mezelf wel als religieus willen omschrijven, als `religieus' betekent dat je verwondering en ontzag voelt over de wereld. Ik wil het woord `ziel' redden van z'n christelijke connotaties – ik geloof niet in persoonlijke zieltjes die naar de hemel gaan of iets dergelijks. Ik zie het begrip als iets breders, enkelvoudigs, dat specifieke individuen overstijgt – common.''

Griezelig

Tijdens zijn onderzoek voor Huis der Stommen stuitte Burnside op tal van andere zoektochten naar taal en de ziel: ,,Ik kwam erachter dat er heel wat soortgelijke griezelige experimenten zijn gedaan, onder andere door Jacobus IV van Schotland. Er bestaan documenten over zijn experiment met kinderen die spontaan `goed Hebreeuws' gingen spreken, natuurlijk precies wat christenen zouden verwachten als eerste, oorspronkelijke taal. Want daar ging het om bij dit soort experimenten: men hoopte een taal te vinden die terugging naar de paradijselijke tijd vóór de Zondeval, vóórdat de mensen door de goden in tweeën gesneden werden, een taal die de hele wereld in een nieuw licht zou plaatsen.

,,Luke heeft soortgelijke ideeën, maar zijn houding is weer typisch ambivalent. Aan de ene kant verlangt hij naar orde, classificatie en betekenis, die de taal als een ontleedmes aanbrengt in de chaotische wereld. Aan de andere kant herinnert hij zich uit zijn jeugd dat taal ook een afstand schept tot die wereld, het paradijselijke continuüm van de woordloze ervaring doorbreekt, en dat hem daarbij iets essentieels door de vingers glipt, net als bij zijn warme opengesneden dierenlijkjes. Uiteindelijk is hij gewoon jaloers op de woordloze, perfecte communicatie van de tweeling: `Het was alsof hun beider wil was versmolten, alsof ze één waren geworden. (-) Toen ze zich bewust werden van hun macht was ik genoodzaakt hen te vernietigen.'''

Wat drijft Luke nou eigenlijk? Het beestje in zijn ziel? ,,Nou, het is in ieder geval geen zuiver wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Het heeft vooral iets te maken met zijn moeder.'' Lachend: ,,Blame the mother! Net als in de horrorfilms. Ik wil natuurlijk niet simplistisch stellen dat psychopaten gecreëerd worden door hun moeders, het had ook best de vader kunnen zijn.''

Daar lijkt het wel wat op in Burnside's tweede roman, The Mercy Boys, over de hellevaart van vier Schotse alcoholisten. Het boek is volkomen anders van toon dan Huis der Stommen, maar ook hier vinden we `men being fucked up', empathieproblemen en psychopaten. De inspiratie voor The Mercy Boys ligt duidelijk een stuk dichter bij huis. ``Mannen verkeren in een crisis!'' roept Burnside uit. ,,The Mercy Boys gaat over het onvermogen van Schotse mannen om te communiceren. Woede kunnen ze nog wel uiten, maar liefde of tederheid, dat is tegen de regels. In Schotland is dat een groot probleem op het moment.'' Die mening wordt bevestigd door boeken als Our Fathers van Andrew O'Hagan, dat dit jaar voor de Booker Prize genomineerd werd, of bijvoorbeeld het werk van James Kelman, en zelfs Irvine Welsh.

,,Ik had zelf een fortunate break in life'', zegt Burnside, met gevoel voor understatement. ,,We waren arm en mijn vader was een gewelddadige alcoholist, dus van jongs af aan wist ik al wat ik tot elke prijs wilde vermijden. Ik herinner me hem als iemand die voortdurend dingen stuksloeg, maar eigenlijk deed hij niet eens zo vaak iets. Hij creëerde een sfeer van dreiging waarin iedereen bang was voor wat hij zou kunnen doen, en hij ondermijnde alles wat we deden. Toen ik twaalf was, zei ik tegen mijn moeder: `Weet je, je kunt van hem scheiden. Je hebt nu een baan, echt, denk er eens over.' Ik was er heel rationeel over. Mijn moeder was geschokt. Ze zei: `Maar ik hou van hem.' Dat vond ik weer schokkend.'' Een paar jaar later, toen zijn dronken vader hem in de keuken te lijf ging, greep Burnside naar het vleesmes en dreigde hem te vermoorden. ,,Ik was er zelf totaal door verrast. Mijn vader keek me aan, zag dat ik het meende. En ik besefte dat dat de totale nederlaag was voor ons beiden.

,,Ik ben jaren later toch nog naar zijn begrafenis geweest. Zijn vrienden dronken zich het lazarus en kwamen me allemaal de hand schudden: `Sorry for your loss, he was a great man.' Terwijl ze wisten dat ik hem al jaren niet meer gesproken had. En ik, de treurende zoon, knikte beleefd: `Dank u'. Een man werd zo dronken dat hij niet meer kon staan, ik moest hem naar een taxi dragen en naar huis sturen. Het vatte hun hele vriendschap samen: drank.'' In The Mercy Boys omschrijft een personage het aldus: `Altijd wanneer hij nuchter was, wachtte hij: de eerste borrel was als een sacrament, een geneeskrachtig drankje dat hem van zichzelf verloste.'

Burnside: ,,Voor veel Schotse mannen is dat zo. Drinken heeft een zekere rituele waarde, het is een bevrijding.

,,Het heeft nog jaren geduurd voordat ik wat empathie voor mijn vader kon opbrengen'', vervolgt hij. ,,Jammer, want anders had ik me niet zo lang hoeven afvragen waarom ik zelf altijd zo woedend was, waarom ik een gewelddadige persoon was. Want in wezen ben ik dat, een heel goed in toom gehouden gewelddadige persoon. Ik projecteer mijn woede bijvoorbeeld in de politiek, zoals zoveel Schotten. Daarom is het maar goed dat we nu ons eigen parlement krijgen, dan kunnen we eindelijk eens ophouden de Engelsen overal de schuld van te geven.'' Burnside schrijft echter nooit iets expliciet politieks: ,,Ik zie er het nut niet van in.''

Grote ideeën

Hij wil ook niet te boek staan als een Schotse schrijver, verklaart hij, ,,net zoals vrouwen niet in de eerste plaats vrouwelijke schrijvers willen zijn. Mijn grootste invloeden zijn trouwens allemaal Amerikaans of Europees. Het stoort me dat Britse schrijvers zo snel terugschrikken voor de grote ideeën, ze zijn al dik tevreden met een roman over overspel in Noord-Londen.'' Burnside heeft maar liefst drie boeken op stapel staan voor volgend jaar: een verhalenbundel, een nieuwe collectie gedichten en een roman. Daarnaast werkt hij aan een tv-serie, samen met de Schotse schrijfster A.L. Kennedy.

Zijn volgende roman speelt in het Cambridge van de jaren '70. In die tijd studeerde hij daar zelf literatuur en filosofie: ,,Het was een gouden tijd van vrijheid, blijheid in relaties, alles kon en mocht. Maar in diezelfde periode begon de kwestie te spelen van de Cambridge rapist, een serieverkrachter die in Cambridge actief was. Op iedereen die daar toen studeerde heeft dat diepe indruk gemaakt. Door de voortdurende dreiging, de steeds grimmiger wordende sfeer, en de sterke feministische beweging aan de universiteit werden we ons heel bewust van vragen over man-vrouw verhoudingen, wat het eigenlijk betekent om een man te zijn.''

En wat betekent het eigenlijk om een man te zijn? ,,Mannen worden opgevoed tot roofdieren'', stelt Burnside. ,,Ik denk dat je moet erkennen, als man, dat je potentieel manipulatief, gewelddadig, machtswellustig en in gebreke bent, vooral in relaties met vrouwen. Veel moderne mannen zeggen: oh, maar zo ben ik niet, dat zijn de anderen, de vorige generatie. Maar in elke man, zelfs de meest zachtaardige, schuilt een heel duister wezen, en dat kun je maar beter onder ogen zien.''

John Burnside: Huis der Stommen. Vert. Adriaan Krabbendam. Uitg. Vassallucci, 197 blz. f44,90 (geb.). The Dumb House. Uitg. Vintage, 198 blz. f28,25 (paperback). The Mercy Boys. Uitg. Jonathan Cape, 265 blz. f42,80. Een selectie van Burnside's poëzie staat in Penguin Modern Poets. Volume 9. Penguin, 150 blz. f28,95

`In wezen ben ik een goed in toom gehouden gewelddadige persoon'

Britse schrijvers zijn al tevreden met een roman over overspel in Noord-Londen

    • Corine Vloet