Gymnasia

Reinildis van Ditzhuysen stelt in haar artikel (NRC Handelsblad, 11 oktober) een aantal misstanden in de houding van de overheid ten opzichte van de zelfstandige gymnasia aan de orde.

In een brief (21 oktober) legt de heer Werdekker, rector van het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam uit dat hij het voorbeeld in het artikel, zijn school betreffende, niet zo gelukkig vindt. Hij is namelijk zeer tevreden met de oplossing van nieuwbouw op de huidige plek van de school.

In zijn situatie is hoger bouwen geen probleem; de medische faculteit is nog flink hoger en desnoods is the sky the limit in Rotterdam. Maar in andere steden is de weg omhoog vaak niet mogelijk en ik zie het gymnasium ook nog niet zo snel ondergronds gaan.

Dit alles neemt niet weg dat de essentie van het artikel van Reinildis van Ditzhuysen overeind blijft:

1. Een zelfstandig gymnasium krijgt per leerling minder geld dan een (brede) scholengemeenschap.

2. Nieuwe zelfstandige gymnasia kunnen niet meer ontstaan, noch door oprichting noch door afsplitsing.

3. Zelfstandige gymnasia mogen geen nevenvestigingen vormen. De reden hiervan is dat er prioriteit gegeven wordt aan scholengemeenschapsvorming. Dat is geen wet van Meden en Perzen, maar gewoon een politieke beslissing van de regering, gesanctioneerd door de Tweede Kamer.

Tot nu toe is er geen enkele reactie geweest waaruit bleek dat bovenstaande stellingen onjuist zijn.

Merkwaardig is dat er ook geen reacties uit de politiek komen, dat er iemand moeite heeft met deze misstanden. Het lijkt me toch dat deze minstens dezelfde aandacht verdienen als bijvoorbeeld de kwestie van de zwart bijklussende Pabo-student.

Mijn verwachting is dat de zelfstandige gymnasia, die hun aantrekkingskracht zeker ook aan hun kleinschaligheid danken, continu zullen blijven groeien. Dat betekent dat vroeger of later gymnasia behoefte zullen krijgen `kleiner' te worden, bijvoorbeeld door vorming van nevenvestigingen of door zich op te splitsen in twee gymnasia. Die mogelijkheid dient de overheid de gymnasia te bieden.

Verder is het me onduidelijk waarom in de helft van Nederland waar nog geen zelfstandige gymnasia bestaan, er niet een dergelijke school opgericht kan worden. De `markt' vraagt erom. Desnoods kan er een gymnasiale afdeling van een scholengemeenschap afgesplitst worden, als betrokkenen dat zouden willen.

    • Rector Stedelijk Gymnasium Haarlem
    • Ir. G.J. Smit