`Getuige JJ' is allang dood

,,Hoeveel keer werd u bij die gelegenheid verkracht?'', vraagt aanklager Pierre-Richard Prosper. ,,Maar twee keer'', zegt ze toonloos.

Ze is een van de 28 nabestaanden van de massamoord in Taba die tegen de toenmalige burgemeester van die stad, Jean-Paul Akayesu, durven te getuigen. `Getuige JJ' wordt ze tijdens het proces genoemd om haar identiteit te beschermen. Enkele getuigen zijn na thuiskomst vermoord. Zelf vindt ze die veiligheidsmaatregel overbodig. ,,Ik ben niet bang om vermoord te worden. Ik ben allang dood.''

Ze vertelt hoe ze met haar bijna twee jaar oude zoon naar het gemeentehuis van Taba vluchtte, nadat Hutu's het huis van haar familie hadden vernield en alle koeien hadden geslacht. Hoe burgemeester Akayesu toekeek toen de zestig Tutsi's die zich voor het gemeentehuis hadden verzameld, in elkaar werden geslagen. Voordat ze een bananenplantage inrende, hoorde ze hem nog tegen een politieman zeggen: ,,Slechte mensen, slechte mensen hebben geen recht meer op bescherming.''

Ze vertelt hoe zij en de andere vrouwen in de plantage keer op keer door soldaten werden verkracht. Haar zoon moest toezien. ,,Op het laatst kon ik mijn benen niet meer bij elkaar krijgen.'' En opnieuw werd ze verkracht. Andere vrouwen sleepten haar naar het cultureel centrum omdat ze niet meer kon lopen.

Inmiddels waren de soldaten begonnen met het stelselmatig vermoorden van Tutsi's. Zij wist te ontsnappen. Haar zoon liet ze achter bij een man en een vrouw die beloofden het kind te beschermen. Maar ze voerden het aan hun honden nadat ze het het hadden vermoord. Akayesu kreeg levenslang maar is in beroep gegaan.