Fluweel met een ijzeren randje

The reluctant President, zo noemde in 1991 Michael Simmons zijn biografie van Václav Havel, de president die geen president wilde worden, maar die tijdens de fluwelen revolutie waarvan hij het symbool was, door de stemmen van honderdduizenden demonstranten naar het paleis op de Praagse Burcht werd gedragen: Havel na hrad! Havel naar de Burcht! Hij had er geen trek in, maar het volk wilde het, en hij zwichtte. En naar de burcht ging hij, de schuchtere dissident.

Havel werd een icoon. Voor het buitenland is hij dat nog steeds. Het regent op elke nieuwe reis decoraties en eredoctoraten, menigten lopen uit. Vertedering, want zoveel bewezen moed, zoveel wijsheid en zoveel verlegenheid in één man – dat doet het goed. Havel is de moedige dissident die jarenlang gevangen zat. De schrijver van briljante toneelstukken en teksten. De man die noch als dissident, noch als president een gelegenheid voorbij laat gaan om te pleiten voor een tolerante democratie, een burgerlijke samenleving van mondige, verantwoordelijke burgers. Een politicus die niet nalaat de nadruk te leggen op ethiek en moraal in het dagelijkse en het openbare leven. Een Europeaan uit overtuiging, met als motto `Leven in de waarheid'.

Maar in zijn eigen Tsjechische Republiek is men een beetje uitgekeken op het moraliserende vingertje van de president. Heeft hij niet altijd hetzelfde belerende verhaal? Havel is nog altijd de meest populaire politicus van zijn land, maar dat ligt mede aan het ontbreken van concurrenten met charisma.

Vaclav Havel, a Political Tragedy in Six Acts heeft John Keane zijn recente biografie van de schuchtere president genoemd. Keane, hoogleraar politieke wetenschappen in Westminster, opent fors: hij wil aantonen dat deze `getalenteerde toneelschrijver', deze `morele leider van de democratische wereld', door het nageslacht zal worden erkend als `een van de meest uitgesproken politieke figuren van onze tijd'. Dat klinkt nogal hagiografisch. Zitten we daarop te wachten? Er bestaat al een hagiografie van Havel, een door Havel zelf bestelde en geautoriseerde biografie door Eva Kriseová, die door The New York Times – terecht – werd bestempeld als `een adorerend werk dat de heroïsche herder bij zijn extatische kudde moet introduceren'.

Verkeerde afkomst

Ook Keane is een bewonderaar van de dissident Havel, maar een hagiografie wordt zijn boek niet. Hij volgt Havel door diens hele leven, beschrijft met veel aandacht voor detail de Werdegang van het getalenteerde kind uit een welgesteld zakenmilieu dat onder het communistische regime wordt bestraft om zijn `verkeerde' afkomst en dat tegen dat bewind steeds openlijker (en steeds moediger) in opstand komt. Met penibele nauwkeurigheid ontleedt Keane Havels toneelstukken, zijn pogingen de communistische schrijversnomenklatoera op haar verantwoordelijkheid te wijzen, zijn huwelijk met de al even rebelse en al even integere Olga, zijn rol in de Praagse Lente, zijn dissidente teksten, zijn moed en zijn angst, zijn werk voor Charta 77, zijn kennismakingen met de gevangenis – en de verschrikkelijke dingen die een kwetsbare levensgenieter als Havel in gevangenschap overkomen. Een held, maar ook een held zijn twijfel, eenzaamheid en angst niet vreemd.

De biografie maakt een halve slag in 1989: Havel wordt president. Op de honderdduizendvoudig herhaalde roep van het volk tijdens de fluwelen revolutie? Niet helemaal, zo toont Keane aan: Havel wilde wel degelijk president worden, ook al riep hij voortdurend het tegendeel. Sterker: hij wilde zo graag president worden dat hij flink heeft gemanipuleerd om het te worden, door potentiële rivalen een voor een uit te schakelen, tot en met Aleksander Dubcek, die met een naar trucje opzij werd gezet.

Vanaf eind 1989 zien we een nieuwe Havel. De man die de macht van de machtelozen beschreef, wordt een ander mens als hij zelf de macht heeft. Een manipulator – zoals hij zelf eens heeft toegegeven. Naar buiten speelt hij de rol van de verlegen president-tegen-wil-en-dank, de moralist die altijd appelleert aan verheven principes als tolerantie, anti-nationalisme, Europese solidariteit, maar die binnen de muren van de Burcht andere principes hanteert. Die van de koning wiens gezag en oordeel onaantastbaar zijn.

Een koning in stijl. Als hij naar Washington gaat, neemt hij een delegatie van tweehonderd man mee (onder wie dertig lijfwachten). De delegatie past niet in één vliegtuig en wordt de op één na grootste buitenlandse die Washington ooit bezocht. Hij kleedt zijn lijfwacht in koninklijke uniformen en raast in peperdure auto's door de stad. Hij dwingt zijn aarzelende vriendin Kriseová haar hagiografie over hem te schrijven. Hij omringt zich met een hofhouding van kritiekloze ja-knikkers, een kliek die vooral uitblinkt in overdoses seks en drank – ook op staatsvisites.

Nieuwe vorst

Havel breekt alle contacten af met de vrienden van weleer, de mede-dissidenten van Charta 77 en de democraten van Burgerforum. Ze komen er niet meer in. Het is uit met de stimulerende intellectuele discussies. Zelfs Olga, die hem decennialang terzijde stond (en die absoluut tegen zijn presidentschap was en de rol van First Lady weigerde) komt er niet meer aan te pas. Zijn broer Ivan, ook gedurende decennia lang vertrouweling, ziet hem nog maar één keer per jaar – minder dan toen hij gevangen zat, want toen mocht hij zijn broer vier keer per jaar bezoeken. Integere vrienden die hij eind 1989 nog de Burcht binnenhaalt – `Jij bent mijn oppositie' – nemen al snel afscheid van de nieuwe vorst, want van kritiek is die allerminst gediend. De Burcht wordt het toneel van een stuk dat Havel schrijft, dat Havel regisseert en waarin alleen Havel mag schitteren.

Er komen schandaaltjes. Havel spant een proces aan tegen zijn eigen schoonzus om het oude familiebezit en legt zijn zaken, als het schandaal te groot wordt, in handen van een bedrijf dat blijkt te opereren in het schemergebied van de wapenhandel. Minder dan een jaar na de dood van Olga trouwt hij in het geheim met een actrice die zich al snel ontpopt als een bimbo met een extravagante garderobe en veel praatjes: zo eist ze dat de grondwet wordt gewijzigd, want verdient de First Lady geen omschrijving van haar rechten? Zelfs bij zijn staf van lakeien valt de blonde Dagmar slecht: Havel moet herhaaldelijk mensen opdracht geven haar aardig te vinden.

Zeker, Havel houdt briljante redevoeringen als president. Hij behoudt zijn moed, want het is moedig om in Tsjechië openlijk excuses aan te bieden voor het onrecht dat na 1945 de Sudeten-Duitsers is aangedaan. Hij blijft indruk maken met pleidooien voor ethisch en moreel verantwoord gedrag. Maar hij leeft geïsoleerd van de samenleving en de oproepen verliezen aan kracht naarmate ze vaker worden herhaald. Het charisma slijt en raakt zoek. In de toespraken klinkt het ontbreken van de intellectuele discussies van vroeger door. `Macht maakt dom. De politiek verslindt elke serieuze belangstelling voor werkelijk intellectuele zaken', zo citeert Keane Kant.

Schade

Bandeloos leven achter dikke muren van een hoge burcht hoeft een land geen schade te berokkenen. Maar Havel heeft wel schade aangericht. Het uiteenvallen van Tsjechoslowakije was het resultaat van het samenspel van de heren Václav Klaus en Vladimír Meciar, maar ook Havel heeft in niet geringe mate tot de fluwelen breuk bijgedragen. Zijn eerste reis als president ging niet naar Bratislava. Onder die tweehonderd delegatieleden die hij naar Washington meenam, zaten maar acht Slowaken – en vier van hen moesten op het laatste moment thuisblijven. Hij las nooit een Slowaakse krant, consulteerde nooit Slowaken en behandelde hen zoals de meeste Tsjechen hen behandelden: als brave boeren in de bergen, een beetje achterlijk en een beetje onbetrouwbaar. Hij wekte de indruk Slowakije te zien als de rotte kies die kon worden getrokken zonder ernstige gevolgen. Het ontging de Slowaken niet: in Bratislava werd de moedige dissident uitgefloten en het percentage Slowaken dat hem vertrouwde, daalde tot negen. En de rotte kies werd getrokken.

Het boek van Keane heeft iets van een ontluistering: een icoon wordt van de muur gehaald. Maar Vaclav Havel, a Political Tragedy in Six Acts is geen anti-Havelboek en Keane is geen ontluisteraar maar een bewonderaar – al is hij een nuchtere bewonderaar. Een ontnuchterde bewonderaar misschien, een die met met beide benen op de grond staat. Havel is niet de schuchtere president, een president-zijns-ondanks. Maar hij blijft voor Keane `een van de meest uitgesproken politieke figuren van onze tijd', want Havel – zo sluit hij het boek af – heeft `de wereld veel meer geleerd over macht, de machtigen en de machtelozen dan de meeste van zijn twintigste eeuwse rivalen'. In goede en in slechte zin. Zo is de biografie uiteindelijk meer geworden dan een biografie alleen: het is een handboek voor democraten, een ontleding van het fenomeen macht.

John Keane: Vaclav Havel.

A Political Tragedy in Six Acts. Bloomsbury, 528 blz. ƒ97,50

    • Peter Michielsen