Europese rente

VOOR HET EERST IN haar jonge bestaan heeft de Europese Centrale Bank haar karakter getoond. De ECB, de centrale bank van de elf soevereine landen die afstand hebben gedaan van hun nationale monetaire beleid, heeft na twee renteverlagingen, eind december vorig jaar vlak voor de formele start van de monetaire unie en april van dit jaar, haar rentetarieven verhoogd. President Duisenberg en het bestuur van de ECB houden van krachtige signalen: de rente ging een half procentpunt omhoog naar drie procent. Deze stap was vanaf de zomer voorzichtig en daarna steeds duidelijker voorbereid in publieke uitspraken van de ECB. De financiële markten waren dan ook allesbehalve verrast en reageerden tevreden.

De renteverhoging heeft verschillende betekenissen. De belangrijkste is dat in de ogen van de centrale bankiers – niet alleen in euroland maar ook in de Verenigde Staten – het gevaar van een wereldwijde spiraal van deflatie (prijsdalingen en inzakkende economieën) geweken is. Na de schokgolven van de financiële crises van 1997-98 werd daarvoor gevreesd. Ten tweede signaleert de ECB, op basis van nationale en eigen statistieken, een opleving van de Europese economieën. Niet alleen in de rand van euroland – Finland, Ierland, Nederland, Portugal – maar ook in het hartland, Frankrijk, Duitsland en in mindere mate Italië. Ten derde heeft de ECB duidelijk gemaakt voorstander te zijn van vroegtijdig optreden tegen de mogelijkheid van beginnende inflatie. Daarmee versterkt de ECB haar reputatie als onafhankelijke centrale bank, en vergroot zij de geloofwaardigheid van de euro als een harde munt.

VOOR NEDERLAND komt de Europese rentestap laat en is deze aan de magere kant. De Nederlandse groei van de consumentenbestedingen, de relatief hogere inflatiecijfers, de toename van de nieuw afgesloten hypotheken en de sterke stijging van de huizenprijzen wijzen allemaal naar de wenselijkheid van een fors hogere Nederlandse rente. Deze zou zich eigenlijk op het Britse of Amerikaanse niveau van ruim vijf procent moeten bevinden. Maar de prijs van de euro is dat het nationale monetaire instrumentarium is afgeschaft en dat de eurorente op een Europese consensus berust. Oververhitting van de nationale economie zal Nederland dan ook met andere instrumenten moeten voorkomen: een flink overschot op de begroting komt daarbij het eerst in gedachten.