Drollars en plofbollen

Als iemand die voor volwassenen schrijft een kinderboek maakt, roept dat altijd nieuwsgierigheid op. Vooral als zo iemand een goede schrijver is. Ook als hij voor volwassenen grappige en soms taalvernieuwende verhalen heeft geschreven, zoals Kees van Kooten, slaat men een eerste kinderboek met extra belangstelling open. Het schaampaard heet Van Kootens eerste, en die titel belooft al meteen Van Kooten-achtigheden.

Het schaampaard is een oud paard dat niet meer kan werken, maar dat van haar boer toch gewoon in de wei mag blijven staan. De eerste grote plaat van Willem van Malsen, gemaakt door gekleurd papier ingenieus in te knippen en in lagen te leggen, toont ons het paard in een witte winterwei. Het is een schitterende illustratie, maar de vraag is wel meteen wat deze illustratie illustreert. Of waren de platen er al en is daarna de tekst gekomen? Over de winter in de wei lezen we alleen maar: ``Maar als in de wintermaanden/ van de kou haar ogen traanden/ raakte zij wel eens bevangen/ door een onbestemd verlangen.' Meer over winter of onbestemde verlangens krijgen we niet te horen, het verhaal gaat over een ander probleem: het paard wil kunnen poepen zonder dat mensen naar haar staren intussen, en ze wil ook graag dat die poep niet allemaal in de wei terecht komt.

Het verhaal wordt verteld in meest vierregelige rijmpjes die de schrijver meer dan eens verleiden tot zijsprongen en stoplappen en tot nieuwe woorden die `poepen' en `poep' moeten betekenen: `ploffen' zegt het paard zelf graag, `kakkerellen' lezen we en `als zij kzalmaarzeggen moest'. Verder `plofbollen', `vijgen', `klodder', `drukje', `drollars' etcetera. Een boek vol `Uitwerpsels der Dieren' dus.

Is het leuk, al deze mest? Niet echt. Dat komt nog niet eens door de problematiek, al is die wat flauw. Het komt vooral door het ongeïnspireerde gerijmel. ``Nee, het deed Schaampaard verdriet,/ veel kleiner kon haar soort dit niet. / Misschien een ietsepietsie,/ maar dit was de traditie.' Nog afgezien van het eigenaardige metrum dat noodzaakt om Schaampaard te lezen, is dit meer Sinterklaasrijm dat blij met de rijmvondstjes maar doorgaat dan knap dichtwerk voor jeugdige lezers.

Ook inhoudelijk heeft de schrijver er weinig van weten te maken. Er komt nog een kauw het verhaal verlevendigen die om onduidelijk redenen wat Engelse woorden door haar tekst gooit, maar erg grappig wil dat ook niet worden: ``Niet zo down,' kraste zij gauw;/ `together gaan wij iets verzinnen./ Kijk de sky is hemelsblauw/ en u bent nog young van binnen.'

Helaas. Het gebeurt wel vaker, dat schrijvers die wel iets kunnen, als ze voor kinderen gaan schrijven ineens de meest zouteloze onzin nog wel goed genoeg vinden. En dat er dan een uitgever is die er een prachtig boek van maakt, alsof er hier werkelijk iets bijzonders aan de hand zou zijn. Die platen van Willem van Malsen, die hadden een betere tekst verdiend. En lezende kinderen ook. Meer dan dat paard voor haar poep, zou Kees van Kooten zich voor dit boek moeten schamen.

Kees van Kooten: Het schaampaard. Met papiersneden van Willem van Malsen. De Harmonie, ƒ32,50

    • Marjoleine de Vos