Consensus belemmert debat over Europa

Het debat over de uitbreiding van de Europese Unie wil maar geen echt debat worden, het gaat aan het grote publiek voorbij.

Op de stoep voor het Haagse Congrescentrum openbaart zich even de breekbaarheid van het Europese uitbreidingsproces. Zenuwachtig schettert Nadezjda Mihajlova, de minister van Buitenlandse Zaken van Bulgarije en `keynote speaker' op het grote congres The Second Decade, Towards a New and Integrated Europe, in haar mobiele telefoon. Haar woordvoerder buigt zich gespannen naar voren naar zijn bazin.

Dan breekt de spanning, althans voor even. Ieder gaat zijns weegs: Mihajlova in diplomatiek konvooi naar het Catshuis voor een lunch met premier Kok, haar medewerkers weer naar binnen. Maar tien minuten later is Mihajlova al weer terug. Haar smalle gezicht staat nog smaller. ,,Ik moet terug naar Bulgarije'', zegt ze afgemeten. ,,Wegens het parlementair debat over onze nuclaire centrale'', voegt haar woordvoerder eraan toe.

Uitgerekend op de dag dat Mihajlova samen met premier Kok, de Duitse Eurocommissaris Verheugen (uitbreiding) en anderen de ,,historische kansen op eenwording van Europa'' bespreekt, debatteert het parlement in Sofia met premier Kostov over diens nucleair actieprogramma. De Europese Unie heeft sluiting van de verouderde kerncentrale van Kozlodoej geëist wil Bulgarije ooit kans maken op toetreding tot de Europese Unie. ,,Een zinloos dictaat dat ons laatste restje concurrentiekracht om zeep helpt'', had Kostov gevloekt, om vervolgens toch met een sluitingsplan te komen.

,,Een positief signaal'', noemde Verheugen dat gisterochtend op het congres. Mihajlova zat naast hem te glimmen. Maar aan het begin van de middag maakte Kostov haar duidelijk dat zij hals over kop naar Sofia moest komen om deze goede tijding zelf aan het parlement over te brengen, en daarmee zijn actieprogramma aan een meerderheid te helpen. Na een heftig debat nam het Bulgaarse parlement het programma gisteravond met 146 tegen 68 stemmen aan.

Afgezien van de verder niet toegelichte afwezigheid van de `key-note speaker' 's middags, merkten de honderden congresgangers er allemaal niets van. Ambassademedewerkers van zowat elk Oost-Europees land, vertegenwoordigers van Campina Melk Unie, adviseurs van Berenschot Euromanagement, deskundigen van Instituut Clingendael, Kamerleden van uiteenlopende politieke huize, allemaal laafden ze zich aan het enthousiasme over de uitbreiding dat de Unie sinds kort in zijn greep houdt. ,,Wij willen hen. Wij hebben hen nodig. Europa zou zonder hen niet compleet zijn'', zei Verheugen (of zong hij)? ,,Het is nu of nooit'', zei Albanië's ambassadeur, Tarifa, 's middags van een videoscherm.

Het congres, alsmede een opwarmertje de avond tevoren in het Amsterdamse theater De Balie, gaf een indruk van de manier waarop in Nederland momenteel over dit historische project wordt gedebatteerd. Ten eerste gaat het debat volledig aan het grote publiek voorbij. ,,Het is net als met andere discussies over Europa; hier heerst de rust van de vanzelfsprekendheid'', zegt in de wandelgang Dick Benschop, staatssecretaris voor Europese Zaken en drijvende kracht achter het congres.

Jammer vindt hij dat wel, maar verdrietig is hij er niet over. In andere landen zoals Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk mag dan een levendig intellectueel debat over Europa gevoerd worden, ,,bij ons gaat het tenminste beschaafd aan toe'', aldus Benschop. ,,Hier roepen we niet, zoals in Duitsland, dat de Polen onze banen komen afpakken en onze auto's stelen.''

Ten tweede valt het gebrek aan debat op in het debat. Consensus domineert. Twee `scholen' houden elkaar in evenwicht en vullen elkaar aan. Enerzijds zijn er de `functionalisten', Brusselse ambtenaren en Eurocommissarissen, die met veel kunst- en vliegwerk willen voorkomen dat de bestuursinstellingen van de Unie bezwijken onder de uitbreiding. Hun vocabulair wordt beheerst door techno-jargon. Anderzijds zijn er de moralisten – politici, journalisten – die hameren op de historische plicht van West-Europa om landen die hebben geleden onder communistische dictaturen de helpende hand toe te steken, en een tweede Kosovo te voorkomen.

De overeenstemming tussen de twee scholen maakt de debatten over de uitbreiding saai en voorspelbaar. Wee de intellectueel die daar verandering in tracht te brengen, zo bleek op de Balie-avond eergisteren in Amsterdam. De publicist Paul Scheffer wierp Eurocommissaris Verheugen voor de voeten dat hij toetredende landen ,,gijzelaar'' maakte van interne hervormingen van de Unie die zich eindeloos zouden voortslepen. Verheugen schoot uit: ,,Maar wilt u dan dat de Nederlandse belastingbetaler de failliete Roemeense staalindustrie gaat subsidiëren? Wilt u dat in de EU hebben? U moet oppassen met zulke beschuldigingen.''

Scheffer had nog geluk. Hij kreeg een antwoord dat tenminste nog de potentie in zich droeg voor verder debat. Mient-Jan Faber van het Interkerkelijk Vredesberaad kwam een dag later minder ver.

Op scherpe vragen van zijn kant in het Haagse congrescentrum volgden veel keuriger antwoorden. Konden landen die de rechten van Roma (zigeuners) met voeten traden zoals Tsjechië, eigenlijk wel toetreden tot de EU, vroeg hij. En waarom is iedereen zo beleefd voor Rusland, dat een smerige oorlog in Tsjetsjenië aan het voeren is?

Verheugen legde geduldig uit dat het Roma-probleem zeker geen exclusief Midden-Europese kwestie is. ,,In Spanje en Portugal zijn er eveneens problemen.''

Bovendien had de Tsjechische regering aan Verheugen beterschap beloofd. En op de tweede vraag van Faber antwoordde Daan Everts, hoofd van de OVSE-missie in Kosovo, dat Rusland nu eenmaal historische banden had met de Balkan. Op dat moment zat Mihajlova waarschijnlijk al in het vliegtuig op weg naar Sofia.

    • Kees Versteegh