Commissaris in de knel door vleesruzie

De weigering van Frankrijk tot nu toe om Brits rund- vlees toe te laten heeft de Ierse Eurocommissaris David Byrne in een zeer lastige positie gebracht om- dat hij twee petten draagt.

Vandaag doet Eurocommissaris David Byrne opnieuw een poging om Frankrijk zover te krijgen dat het weer Brits rundvlees gaat importeren. Byrne zit in een lastig parket. Met Consumentenzaken in zijn portefeuille vermijdt hij graag de indruk de onrust over de risico's van het eten van Brits rundvlees in Frankrijk en Duitsland niet ernstig te nemen.

Maar als Eurocommissaris voor Volksgezondheid moet hij er tevens voor zorgen dat het besluit van de ministers van Landbouw van de EU van afgelopen zomer wordt uitgevoerd. Dat besluit houdt in dat de Britse export van rundvlees onder strenge voorwaarden weer moet worden toegestaan. Byrne heeft Frankrijk tot volgende week donderdag de tijd gegeven om de grenzen voor Brits rundvlees te openen.

Een woordvoerster van de Europese Commissie weigerde gisteren te zeggen of Byrne Frankrijk bij het Europese Hof van Justitie aanklaagt als dit niet gebeurt. Byrne had al eerder een klacht tegen Frankrijk kunnen indienen, maar heeft dit tot nu toe vermeden. Argument daarvoor was dat het Europese Hof een grote achterstand bij de afhandeling van zaken heeft. Het zou jaren duren voordat Frankrijk door een uitspraak van het Hof gedwongen zou kunnen worden de grenzen voor Brits rundvlees open te stellen. Daarom zou Groot-Brittannië, dat sinds 1996 geen rundvlees heeft mogen uitvoeren wegens de gekkekoeienziekte (BSE), praktisch niet met een klacht bij het Hof zijn geholpen.

Volgens ambtenaren van de Commissie is dit maar een deel van de reden waarom Byrne Frankrijk voorzichtig tegemoet treedt, sinds dat land weigerde Brits rundvlees toe te laten hoewel dat volgens wetenschappers die de Europese Commissie adviseerden geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid. Een nog maar kort in Frankrijk functionerend instituut voor voedselveiligheid heeft gezegd dat het Britse vlees nog niet risicovrij is. Vorige week concludeerden in Brussel wetenschappers dat het Franse instituut onjuiste gevolgtrekkingen had gemaakt. Byrne heeft net als de Franse regering nu het probleem dat Franse consumenten de indruk kunnen krijgen dat hij zorgen over risico's van het Britse vlees niet ernstig neemt. Met BSE besmet vlees kan bij mensen leiden tot de dodelijke hersenziekte van Creutzfeld-Jacob.

De vorige Europese Commissie was door het Europees Parlement zwaar bekritiseerd omdat zij de belangen van consumenten bij de aanpak van de BSE-crisis lange tijd niet voldoende ernstig nam.

De zorgen om het wantrouwen van Europese consumenten spelen ook een belangrijke rol bij de Europese weigering om met hormonen bewerkt vlees en genetisch gemanipuleerde landbouwproducten uit de Verenigde Staten toe te laten. Volgens de VS zijn er geen bewijzen dat deze producten een gevaar voor de volksgezondheid opleveren. Maar de EU acht dat niet overtuigend bewezen en wil daarom verder onderzoek. De VS beschuldigen de EU ervan het vrije handelsverkeer te belemmeren. Van Amerikaanse kant is deze week tevreden geconstateerd dat binnen de EU zelf ook niet wordt aanvaard dat een lidstaat (Frankrijk) de grenzen sluit voor een product zonder overtuigende bewijzen van de schadelijkheid. Volgens Eurocommissaris Byrne zijn de twee kwesties echter niet met elkaar te vergelijken.

Vandaag zijn Franse en Britse deskundigen samen met ambtenaren van de Europese Commissie bijeengekomen om te zoeken naar een oplossing die het voor de Franse regering mogelijk maakt om zonder gezichtsverlies weer Brits rundvlees toe te laten. Een belangrijke rol speelt daarbij de mogelijkheid om dat product van etiketten te voorzien die de consumenten de mogelijkheid geven om het van ander vlees te onderscheiden. De Europese Commissie heeft al voorstellen gedaan om in de komende jaren etikettering van al het vlees in de Europese Unie in te voeren. Etikettering van Brits vlees zou alleen maar op deze maatregel vooruitlopen. Een bezwaar dat tegen etikettering wordt aangevoerd is dat het een belemmering kan opleveren voor het functioneren van de interne markt, omdat veel consumenten om emotionele redenen denken dat producten uit eigen land het meest te vertrouwen zijn.

Zowel de Franse minister van Landbouw Glavany als zijn Britse collega Brown heeft gezegd ,,zo snel mogelijk'' een oplossing te willen. Voor het geval zij daarin niet slagen is het volgens bronnen bij het Europese Hof van Justitie niet juist om bij voorbaat te zeggen dat een procedure tegen Frankrijk jaren duurt. Europese rechters laten zich niet door regeringen of de Europese Commissie onder druk zetten, maar aan de andere kant staan zij ook niet buiten de werkelijkheid, wordt er gezegd. Het Europese Hof van Justitie heeft oplopende achterstanden als gevolg van toenemende bevoegdheden in verband met onder anderen de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam.

Het Hof krijgt zoveel vragen van nationale rechters over interpretatie van Europese wetgeving, dat ze gemiddeld pas na 21 maanden beantwoord worden. Een ander probleem bij het Hof is dat bijna een derde van het personeel bezig is met het vertalen van alle teksten in de elf talen van de huidige EU.

    • Ben van der Velden