`A Penny For The Guy'

`Kom', zei mijn Britse vriend hier in Engeland begin november tegen me, `jij hebt toch altijd zo'n last van heimwee naar Nederland met oudjaar omdat je het vuurwerk mist? Laat ik je dit jaar meenemen naar Bonfire Night'. Hij rolde met zijn ogen en voegde er op dreigende toon aan toe:

`Remember, remember

the 5th of November

Gunpowder, treason & plot.'

`Ik weet niet waar je het over hebt', zei ik, `maar ik wil wel mee'.

Zo gingen we op 5 november naar een stadje hier in de buurt. Er was veel volk op de been, ik had het er nog nooit zo druk gezien. We moesten een forse toegang betalen, maar daar hadden we geen moeite mee, want we wisten dat de extra inkomsten naar het goeie doel zouden gaan. Het vuurwerk was georganiseerd door de Ronde Tafel en de padvinderij verzorgde de versnaperingen.

We waren ruim op tijd, dachten we, toch was de brandstapel al aangestoken. `Jammer', zei mijn vriend, `nu heb je Guy Fawkes niet kunnen zien.' Guy Fawkes was katholiek en wilde jaren geleden, in 1605 om precies te zijn, het parlement in brand steken. Samen met wat vriendjes huurde hij een kelder die tot onder het parlement doorliep. Stiekem rolden ze daar twintig vaten kruit naar binnen, om de zaak op 5 november 1605 te laten ontploffen. De bedoeling was dat King James I ook de lucht in zou gaan, met al zijn ministers.

Het is niet gelukt. Was het wel gelukt, dan zou Engeland nu misschien een katholiek land zijn geweest.

Guy Fawkes heeft ook in Nederland gewoond. Hij nam daar in 1593 dienst in het Spaanse leger en hij verbleef er tot 1604.

We liepen vanaf de parkeerplek naar het weiland waar het grootste vreugdevuur brandde dat ik ooit gezien heb. Het midden van het weiland was met touwen afgezet. Vanachter de omheining zag ik in het schijnsel van het vuur houten torens en andere constructies klaar staan voor het vuurwerk. Van de stroman die bovenop de stapel hout had gezeten en die Guy Fawkes moest voorstellen, met piekharen en een hoed, was niets meer te zien.

Er was sterretjesvuurwerk te koop voor de kinderen en in het kraampje ernaast verkochten de padvinders niet-alcoholische warme en koude dranken, en hotdogs en popcorn. Mijn vriend nam Bovril uit jeugdsentiment en ik omdat ik het niet kende. Het is een soort Marmite aangelengd met heet water.

Om zeven uur begon het vuurwerk. Speciaal hiervoor opgeleide mannen ontstaken het in razend tempo. Een half uur lang knalden en schitterden de kleuren in de lucht. Toen was het voorbij en gingen we naar huis. De Ronde Tafel en de padvinderij ruimden de volgende dag de rommel op.

`Vroeger was het wel anders', zei mijn vriend. Alle kinderen maakten een stroman en gingen daarmee de straat op, bedelend om `a penny for the guy'. Van het geld dat ze zo inzamelden kochten ze vuurwerk, wat te pas en te onpas afgestoken werd. Op 5 november verbrandden ze hun stromannen in de achtertuin, en wie geen achtertuin had zal dat wel op straat gedaan hebben.

Elk jaar was er meer vuurwerk, mooier, duurder en gevaarlijker. Er gebeurden steeds meer ongelukken, tot hier een paar jaar geleden de wet veranderd is. Het afsteken van vuurwerk is nu aan strakke banden gelegd. Alleen het kleine spul mag nog aan particulieren verkocht worden. Voor het echte mooie vuurwerk en de grote knallen moet van tevoren toestemming worden gevraagd en het mag alleen door vaklui afgestoken worden.

Het was natuurlijk niet hetzelfde als oudjaar in Nederland, maar het vuurwerk was spectaculair en ik heb er van genoten.

    • Karen Gerbrands