Weeshuis voor chimpansees

`Nu varen we over de evenaar', zegt de Oegandese schipper, ,,dat voel ik''. Hij loenst langs zijn helmstok naar de horizon om te kijken waar we zitten. In werkelijkheid voel je namelijk niets bij het passeren van de equator, maar als je ongeveer weet waar de denkbeeldige lijn, loodrecht op de rotatie-as van de aarde loopt, kun je je bezoekers aardig beetnemen.

Het Victoriameer, zo groot als de Benelux, op een winderige morgen. Als de smalle puntboot bij het Imperial Botanical Beach Hotel in Entebbe de pier verlaat vallen de woelingen van het water de schipper spreekt over `de zee' nog wel mee, maar buitengaats steekt een stevige bries op. Het vaartuigje hotst en klotst door het water, niets voor doorgewinterde landrotten. Naar de einder turen, naar de einder turen, dan worden we niet misselijk! Niet alleen het water kan men onderschatten, ook de zon daarboven. De hele dag is het bewolkt, dan is er geen gevaar op verbranding zeker. Fout, het zonlicht is rond de 0de breedtegraad zo sterk dat het er dwars doorheen gaat en dat is iets wat men meestal pas ontdekt als het al te laat is. Of er nog iemand van de opvarenden belieft te zwemmen, vraagt de kapitein. Nee, niemand wil.

De tocht van vandaag voert naar het eiland Ngamba waar een weeshuis is gevestigd, niet voor kinderen, het wordt bevolkt door enige tientallen chimpansees, gered uit circussen, achtertuintjes en van de kookpot. Het grootste deel van het idyllische dichtbegroeide Ngamba is nu het domein van de mensapen, die behalve door de natuur ook door verzorgers worden gevoed. Om 11 uur is het voedertijd en dat weten de chimps, in optocht komen ze uit het oerwoud en gaan, keurig gerangschikt naar hiërarchie, met de armen over elkaar zitten wachten op hun bananen en andere vruchten. Robby, het zogenoemde alfamannetje (de leider) zit vooraan, de schuchtere Cindy, nog niet zolang geleden aangekomen, schuilt achter een struik.

Als de apen ,,het zijn geen apen' zegt een oppasser, ,,het zijn mensapen'' als de mensapen hun buik vol hebben is het tijd voor de mensen om te eten.

Vissersvrouwen van het naburig eilandje Kiimi varen over om onder de palmbomen op het strand een eenvoudige maar heerlijke lunch te bereiden, bestaande uit verse gegrilde nijlbaars en gepofte aardappels. Zij die niet genoeg van de apen kunnen krijgen, al is aanraken er niet bij, kunnen in een tentenkampje de nacht doorbrengen.

Tijdens de terugtocht, bij zonsondergang, komen de prachtigste vogels aanvliegen: pelikanen, de `schoenbek'-ooievaar, een duikende visarend, ijsvogels van nabij. Oeganda telt duizend verschillende vogelsoorten, waaronder enkele hele zeldzame en is een paradijs voor vogelaars. De `zee' is nog ruwer nu. De schroef van de buitenboordmotor komt herhaaldelijk boven water en de motor slaat dan bijna af. Schijnbaar geen ongewone ervaring voor de schipper, onverstoorbaar loodst hij zijn scheepje door de woeste baren.

Het Victoriameer is een geliefde pleisterplaats van internationale sportvissers. Vooral de Zuid-Afrikanen hebben er hun visstekjes gevonden. Behalve de reusachtige nijlbaars, met exemplaren van meer dan 100 kilo, zit het meer vol tijgervissen, tilapia's en andere zwemmers. Sarel en Kobus, twee `boerenjongens uit Pretoria' zoals ze zich noemen, hebben er een hele visdag op zitten als ze bij het vallen van de avond aanmeren in het haventje één steiger – van Entebbe. ,,Ag man, dit was 'n snaakse dag vir ons. Daai visse is so baie groot, jy kry hulle nie alleen uit die water nie'', pocht Kobus in klassiek visserslatijn. Behalve hun hengels hebben de heren zo te ruiken ook flink wat bierflesjes gehanteerd, maar ze hebben dan ook vakantie.

Plotseling is het donker, dat gaat snel hier aan de evenaar, waar de aarde immers met een vaartje van 1666 kilometer per uur (40.000 gedeeld door 24) rondtolt. Het `courtesy-busje' van het Grand Imperial Hotel verzorgt het gratis vervoer terug naar Kampala, 35 kilometer noordwaarts. Straatverlichting is schaars, maar langs de weg zijn tot heel laat duizenden kleine winkeltjes en restaurants open, die met hun elektrische lichtjes van niet al te veel watt of olielampjes de straatkant een feeëriek aanzien geven. Men kan er levende kippen kopen, aardewerken potten of een curry eten bij de Indiër voor 3.000 shilling (2 dollar).

Oeganda is een fascinerende bestemming, de parel van Afrika noemde Sir Winston Churchill het in het grijze verleden, toen het land nog deel uitmaakte van het Britse imperium. ,,Het koninkrijk Oeganda is een sprookje. Aan het eind van de spoorweg ligt een wonderschone nieuwe wereld. Het landschap is anders en bovenal de mensen zijn anders dan waar ook in Afrika', schreef Churchill in `My African Journey' van 1907.

Oeganda is nu een ontwikkelingsland dat zich heel snel heeft ontwikkeld en daar nog volop mee bezig is. Voor degenen die niet van het massatoerisme houden is Oeganda een ideale plek, veel aanloop uit het buitenland is er nog niet. De rijke toerist en dat is per definitie een ieder die een vliegtuigkaartje kan bekostigen zal zich er niet ongemakkelijk voelen. De armoede is er `dragelijk'. In de hoofdstad Kampala (ka mpala: stad van de antilopen) lopen hier en daar schooiende straatkinderen rond en bij de hotels duiken 's avonds meisjes van lichte zeden op, maar er is geen agressie, de maatschappelijke anomalieën zijn overzichtelijk.

In tegenstelling tot de Keniase hoofdstad Nairobi is Kampala een betrekkelijk veilige stad, zelfs in het donker. De kans op straat te worden beroofd is klein en de mensen zijn er bijzonder vriendelijk. Door de aanwezigheid van de vele Indiërs in Oeganda hebben de steden ook nog een oosters tintje en dat komt vooral het eten ten goede. Want de Indiase keuken is verre te verkiezen boven de Afrikaanse.

Oeganda heeft een verschrikkelijk verleden achter de rug, in de jaren '70 en '80 heersten er tirannen zoals Idi Amin, die het land en zijn mensen aan de rand van de afgrond bracht. Daar valt weinig meer van te bespeuren. Kampala is een levendige stad, het platteland is, behalve enkele streken in het uiterste westen van het land, vreedzaam. Het was in die streek, in maart van dit jaar, dat een andere `apenreis' eindigde in een drama. Rwandese Hutu-extremisten overvielen een groep toeristen die berggorilla's in het Bwindi-park zouden gaan bekijken. Acht van de buitenlandse bezoekers werden vermoord. De Oegandese Toeristenraad verzekert echter dat het om een incident ging dat ,,nooit meer zal gebeuren'. Bezoekers aan Bwindi gaan nu onder gewapende escorte naar de gorilla's toe.

Entebbe is met de KLM en partner Kenia Airways dagelijks te bereiken, via Nairobi, reistijd ongeveer 10 uur, Het verplichte visum is eenvoudigweg en vrij snel op het vliegveld te verkrijgen à 30 dollar.

Uitstapjes op het Victoriameer zijn te boeken bij African Lakes Expeditions, tel 00 256 41 321 479; kosten: chimpansee-bezoek vanaf $ 30; sportvissen, uitrusting en eten inbegrepen: $ 80; vogels kijken: vanaf $ 30. Betaalmiddel is de shilling, 1.500 sh = 1 Amerikaanse dollar

    • Lolke van der Heide