Waar zo makke koeien grazen

`Zuid-Limburgse koeien zijn even gezellig en zachtzinnig als Zuid-Limburgse mensen. Ze kwamen even bij ons om zich beleefd voor te stellen en retireerden dadelijk daarop weer bescheiden naar de perenboomschaduw.'

Onderwijzer, bioloog, geoloog en natuurbeschermer Eli Heimans bracht begin deze eeuw zijn vakanties door tussen de Zuid-Limburgse heuvels, en vooral in de omgeving van het grensdorp Epen in het dal van het riviertje de Geul. In zijn artikelen en boeken schreef Heimans vol passie over dit on-Nederlandse land waar de natuur zo vol verrassingen zat.

De Maastrichtse auteur en uitgeefster – en Heimans-fan – Rosalie Sprooten vond in de archieven van de Heimans en Thijsse Stichting een reeks artikelen die Heimans schreef over zijn vakanties in Epen en omgeving. Ze bundelde ze in het boekje Waar zo makke koeien grazen. Sprooten wil Heimans opnieuw onder de aandacht te brengen. ,,Sinds ik kennismaakte met de artikelen ben ik onder de indruk van zijn manier van schrijven', zegt Sprooten. ,,Die teksten over dat nietige dorpje Epen in 1903 zijn bijzonder mooi. Zo schreef hij ook over andere delen van het land. Dit boekje is een hommage aan hem. Misschien dat door dit initiatief er een Heimansjaar wordt uitgeroepen, zoals er ook het jaar van Thijsse was. Ik hoop dat het me lukt om anderen te overtuigen.'

Heimans deed naast zijn werk als onderwijzer veel voor de waardering van de vaderlandse natuur. Hij publiceerde 592 artikelen en columns in het weekblad de (Groene) Amsterdammer en 232 artikelen in het tijdschrift de Levende Natuur. Daarnaast staan er nog enkele boeken op zijn naam, waaronder In ons Krijtland (1911). Met Jac. P. Thijsse schreef hij negen natuurboeken, vooral voor de jeugd.

Heimans is altijd vrij onbekend gebleven bij het grote publiek. Zijn kompaan Thijsse leefde dertig jaar langer dan Heimans en raakte algemeen bekend door zijn medewerking aan de Verkade-albums. Heimans is ondergewaardeerd, vindt ook dr. J. Mennema van de Heimans en Thijsse Stichting. In zijn voorwoord van het boekje roemt hij de schrijfstijl van Heimans, ,,een Tachtiger waardig'.

Heimans logeert in die dagen in de herberg van Laurent Jansen, tegenwoordig hotel Geuldal. Daar noteert Heimans op 9 augustus 1903 over de streek: `Een mooi land en vriendelijke levenslustige mensen, die alle moeite doen om u in verstaanbaar Nederlands toe te spreken.' Zijn waard, die vol trots beweert Nederlands te spreken, is de eerste dagen ook zijn gids. `Wat een uitkomst is in dit land vol stenige kronkelpaden en slingerende karrenwegen, waar beekjes zo maar dwars overheen stromen.' De stadsschoenen van de familie Heimans leggen het af tegen de puntige keien, kalksplinters en vuursteenscherven. Maar ook hier schiet waard Jansen te hulp. 's Morgens staan de schoenen gepoetst en geflikt te wachten op een nieuwe avontuurlijke tocht door `de zachtgroene bergweiden' om het afgelegen dorpje.

Heimans is verslingerd aan het Zuid-Limburgse land waar geen mens in die dagen Nederlands spreekt en elke heuvel een nieuw panorama biedt. Op zijn ontdekkingstochten, die hij steevast aanvangt `met voldoende mondkost in de tas', ontmoet hij huizenhoge rotsen van kalk- en leisteen en een on-Nederlandse plantengroei. `Het is hier geloof ik warmer dan in Utrecht of Gelderland', peinst hij als hij bevangen door zomerhitte tussen de golvende tarwe- en roggevelden zwerft.

In het dal ziet hij een begrafenisstoet door het dorp gaan - drie priesters in lange, witte gewaden voorop, een grote zilveren crucifix op de kist. Terwijl het dorp zijn dode begraaft, tuurt Heimans in de heuvels naar `het luchtige rijke zomerleven hier boven om ons heen, waar de geelgorzen en leeuweriken hun lied de lucht in galmen, winterkoninkjes schetteren, vlinders om de lokkende bloemen fladderen en het bomensuizen en beekjes klokkeren met het bijenzoemen samensmelt tot een vrolijk golvende melodie.'

,,Heimans voelde zich betrokken bij de natuur, zijn hele persoonlijkheid was ervan doortrokken', zegt Rosalie Sprooten. ,,Gelukkig had hij grote pedagogische kwaliteiten en de behoefte om zijn kennis door te geven aan jongeren. Als wij ons nu zorgen maken over de teloorgang van de natuur, dan komt dat omdat mensen als Heimans en Thijsse daar al voor de eeuwwisseling mee zijn begonnen. Zij hebben een biologisch reveille ingezet en het grote publiek wakker geschud voor de schoonheid van de natuur in eigen land.'

De in Epen geboren Rosalie Sprooten weet dat niet iedereen doordrongen is van de boodschap van Thijsse en Heimans. Zo zag ze al in haar jeugd hoe het Geuldal ,,kapot gespoten' werd. Er mochten geen wilde plantjes groeien tussen het gras. Sprooten: ,,Ik haal telkens opgelucht adem als ik hoor dat de vereniging Natuurmonumenten weer een perceel in het Geuldal gekocht heeft. Dat hebben we mede aan Eli Heimans te danken. Hij heeft zich ingezet voor de oprichting van die vereniging.'

Tot zijn teleurstelling mocht Heimans zelf geen zitting nemen in het bestuur. Sprooten: ,,Er is een vermoeden dat dat te maken had met zijn joodse afkomst.' In 1914 stierf Heimans plotseling op 53-jarige leeftijd, tussen de rotsen van Gerolstein in de Duitse Eifel. Nog steeds zoekend naar nieuwe avonturen.

Eli Heimans - Waar zo makke koeien grazen. Uitgeverij Kwartet, 50 blz. ISBN 9090131221. Het boekje is te bestellen door 23,50 gulden over te maken op gironummer 4579358 ten name van R. Sprooten, onder vermelding van naam en adres.

    • Joep Dohmen